Brandweercolumn | Reanimatie

Gerard Bakker, vrijwilliger bij de post Rutten vertelt over zijn ervaring bij een inzet van twee weken terug.

Gerard: ‘Het is woensdagavond 17 juni en wij zijn met een kleine groep van vier man aan het oefenen. De grootte van de groep heeft te maken met de afspraken die zijn gemaakt rond het coronavirus. Het is een uur of half acht als opeens de pieper afgaat en er een melding in het display verschijnt voor een reanimatie. Wij stappen direct in de auto en drie minuten later zijn wij ter plaatse.’

‘In ons brandweervoertuig trek ik snel mijn latex handschoenen aan en zet ik een mondkapje op. Verder zetten we de AED alvast aan en maken ons gereed om direct te kunnen starten met de reanimatie. Als wij ter plaatse komen zijn twee burgerhulpverleners al gestart met de reanimatie en de ambulance is ook al aanwezig. In overleg met de ambulance nemen wij de reanimatie over. Met z’n vieren wisselen wij elkaar af bij het reanimeren.’

Tweede ambulance

‘Volgens protocol komt ook een tweede ambulance ter plaatse om te helpen bij het verrichten van de medische handelingen. Er wordt ook een traumahelikopter opgeroepen om te assisteren bij deze inzet. Na een half uur krijgen wij te horen dat wij de reanimatie kunnen beëindigen. Je hebt een heel naar gevoel dat je met zoveel mensen een ander leven probeert te redden en dat dat ondanks alle inspanningen niet lukt. Dit is een deel van ons werk wat minder leuk is. Op de locatie bespreken wij de inzet na met alle ingezette collega’s. Wat mij bijblijft is dat het mooi is te ervaren dat hetgeen je in theorie leert je nu goed in de praktijk kunt toepassen.’