Onderduikhuis op Urk voor het voetlicht

Urk – Bij de voormalige woning van de familie Hakvoort op Wijk 1-20 is donderdag een speciaal herinneringspaneel met foto’s van onderduikers onthuld. In dit huis werden tijdens de Tweede Wereldoorlog mensen geherbergd die door de Duitse bezetter gezocht werden. Zowel Joden als bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen.

In de timmerschuur onder het huis heeft Pieter Hakvoort met zijn zonen destijds een ondergrondse schuilplaats gegraven. Hier konden onderduikers zich bij gevaar verstoppen. Hakvoort stierf uiteindelijk in een Duits concentratiekamp. Het fotopaneel “Schuilplaats in de haven” is een initiatief van Stichting Urk in oorlogstijd.

Auschwitz

Erica Pach en Pieter Gerssen hebben samen de onthullingshandeling van het bord uitgevoerd door het wegtrekken van een doek. Erica deed dit namens haar vader, de Joodse onderduiker Max Pach. Pieter Gerssen is een kleinzoon van Pieter Hakvoort. Burgemeester Ineke Bakker was aanwezig bij de presentatie en sprak namens gemeente Urk haar dank uit voor dit iniatief.

Op het bord staat het verhaal van Max Pach. Hij was één van de Joodse onderduikers. De 19-jarige Max woonde oorspronkelijk in de Den Texstraat 29 in Amsterdam. Hij heeft ruim een half jaar ondergedoken gezeten bij het gezin Hakvoort. Max hielp ook bij het tolken bij de gesprekken met Engelse piloten. Helaas bleek na de oorlog dat zijn gehele familie was vermoord in Auschwitz.

In de woning hebben nog meer mensen ondergedoken gezeten, van wie de identiteit niet bekend was. Wijlen Klaas Hakvoort zei hier over: ‘We vroegen nergens naar, je kon beter niets weten. En het maakte immers niet uit; die mensen moesten geholpen worden.’

Vliegeniers

Het huis diende ook als doorgangshuis voor geallieerde vliegeniers. Zij verbleven meestal een week en werden vervolgens over andere onderduikplaatsen in Nederland verdeeld. Dit gebeurde ook met Peter Miskinis, een jongeman uit New York. Hij was bemanningslid van een dichtbij Urk neergehaald vliegtuig (Boeing B-17 Flying Fortress). Het herinneringspaneel laat foto’s zien van de crash en onderduiktijd bij de familie Hakvoort. Miskinis overleefde de oorlog en keerde terug naar Amerika.

Pieter Hakvoort moest zijn verzetswerk met de dood bekopen. De Sicherheitsdienst beschuldigde hem van hulp aan onderduikers. Ze brachten hem als politiek gevangene van de Koepelgevangenis naar Kamp Amersfoort. Pieter schrijft in die tijd naar huis: ‘De gedachte dat wij spoedig vrij zullen zijn, wil er niet bij mij in, wij worden ook niet verhoord. Het einde van de oorlog zal ons verlossing moeten brengen (…) Ik maak mij hier veel vrienden dus we zullen na de oorlog wel visite krijgen.’

Neuengamme

Zover komt het niet. Pieter komt na een half jaar gevangenschap in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht. Daar is hij gestorven aan dysenterie. De straat waarin zijn voormalige huis staat, is naar hem vernoemd.

Het herinneringspaneel vertelt ook de geschiedenis van Andries Pasterkamp uit Urk. Hij zat samen met Pieter Hakvoort gevangen. Andries werd door de opsporingspolitie ook beschuldigd van hulp bij het verzetswerk. Pieter en Andries bleven in de kampen steeds dichtbij elkaar, totdat ze een aantal dagen na aankomst in het Duitse kamp werden gescheiden.

De jonge Urker overleefde de erbarmelijke omstandigheden van Neuengamme wonderwel. Maar hij maakte de bevrijding niet mee. Pasterkamp is net voor de bevrijding gestorven bij het bombardement op het schip de ‘Cap Arcona’. Bij deze gebeurtenis kwamen in totaal 7.000 gevangenen om het leven.

Een gevangene die Andries in zijn laatste dagen heeft ontmoet, schrijft na de oorlog over hem: ‘Met weemoed denk ik aan den visser van het voormalige eilandje Urk, die met mij zijn laatste stuk brood heeft gedeeld.’