Brandweercolumn | Zeer grote brand

Bevelvoerder Wichard van der Wal van post Creil schuift op woensdagavond 29 juli net zijn keukenstoel aan voor het avondeten als zijn pager een melding geeft van een middelbrand.

Hij rijdt naar de kazerne, trekt zijn uitrukpak aan en springt voorin de auto. De ploeg gaat op weg naar het meldadres. Wichard vertelt: ‘Het is mijn eerste zeer grote brand als bevelvoerder, maar dat weet ik op dat moment nog niet. De melding is middelbrand en dat betekent dat wij assistentie verlenen aan de eerste brandweerwagen.

Ter plaatse aangekomen zie ik wel veel rook, maar nog weinig vuur. Ik stap uit en laat de brandweerwagen tussen de loods en het woonhuis doorrijden voor een goede opstelplaats. Als ik kort erna er zelf ook tussendoor wil lopen voel ik de warmte al vanuit de loods komen. Ik besluit om te lopen via de achterzijde van het huis.’

Vlammen

‘Als ik bij mijn ploeg aankom slaan de vlammen aan de achterkant al uit de loods. Waar eerst nog veel rook was is het nu één grote vlammenzee. De schuur bestaat uit drie aaneengeschakelde blokken en binnen de kortste keren staat deze volledig in de brand. Het is al vrij snel duidelijk dat deze schuur niet meer te redden is en de middelbrand wordt opgeschaald naar zeer grote brand. Voor ons de taak om ons nu volledig te richten op het behoud van het tegenoverliggende woonhuis.’

Opschaling

‘De opschaling naar zeer grote brand betekent dat er meerdere blusvoertuigen ter plaatse komen. Dat is hard nodig om ons van voldoende bluswater te voorzien en om de gastank aan de voorzijde van de schuur te koelen. En gelukkig lukt dat. We hebben het woonhuis en de schuren ernaast weten te behouden en ook de gastank is voldoende gekoeld’.

‘Het is al bijna middernacht als wij terugkeren op de kazerne. Het was al snel duidelijk dat de schuur niet meer te redden was, maar de woning is behouden gebleven.’