Chris Zeeman: ‘Het was mijn leven’

Ens - In de achtertuin van haar woning, op wat de laatste dag van een historische hittegolf wordt, onthult ze dat ze de krant en de polder, waar ze nu 40 jaar woont, in haar hart heeft gesloten. ‘Ik voelde me op de redactie als een vis in het water. Ja heerlijk. Als ik op die tijd terugkijk denk ik dat ik gewerkt heb alsof het mijn eigen bedrijf was.’

Chris werd geboren in Indonesië en vluchtte toen ze 3 jaar was met haar ouders (haar vader werkte bij Shell) naar Nederlands Nieuw Guinea. In 1959 pakte ze als 12-jarig meisje het vliegtuig naar Holland om daar naar het voortgezet onderwijs te gaan. ‘Ik ging op kostschool bij de nonnetjes in Amersfoort. In 1962, toen Nederland de kolonie verloor aan Indonesië, kwamen mijn ouders ook naar Nederland. In Soest werd ons gezin herenigd.’

‘Spinazieacademie’

Na het Bonifatius Lyceum, vervolgens een opleiding aan instituut Schoevers in Utrecht rolde ze in het internationale bedrijfsleven. ‘Ik had pech met die bedrijven, want die gingen failliet.’ Ze keerde terug naar de nonnetjes. ‘Totdat mijn eerste kind geboren werd werkte ik daar op de administratie van de ‘Spinazieacademie’. Er was in die tijd geen opvang voor de kinderen. Zo ging dat.’

In 1980 kwam het gezin met 2 kinderen naar de Noordoostpolder. ‘Wat hier meteen opviel was dat iedereen elkaar groet. Bovendien vonden we het prettig dat we in een nieuwe gemeenschap kwamen. Er was hier geen vastgeroeste orde. Dat gaf vrijheid.’

Die nieuwe dorpsbewoner met Schoevers op haar curriculum werd overigens al snel ingelijfd door Dorpsbelang, de peuterspeelzaal en tennisclub voor secretariaatswerk. ‘Vanuit dat werk ben ik zelf stukjes gaan aanleveren aan de krant. En tot mijn verbazing werden ze nog geplaatst ook. Ik kwam bij vergaderingen ook redacteuren tegen van de krant. Redacteur Ale Ypma van De Noordoostpolder zei eens op een vergadering van DB Ens tegen mij: ‘Chris jij gaat voor ons schrijven.’ Het bleken profetische woorden.

Profetische woorden

‘Ik stuurde ook berichten naar het blad ‘de Reclame’ en Het Nieuwe Land. Van Het Nieuwe Land had ik zelfs een computer met 5,25 floppydisks. Ik schreef ook nooit doorslagverhalen. Iedere krant kreeg een exclusief verhaal. Ik heb me te pletter gewerkt voor 10 cent per regel.’ Toen de computer meer gangbaar werd breidde ze haar correspondentiewerk uit voor het Friesch Dagblad en de Leeuwarder Courant.

‘Ik was ondertussen ook secretaresse geworden van de 10 dorpen. Ik leerde daardoor veel mensen kennen en bouwde een heel netwerk op in de polder. Daar heb ik later bij de krant veel gemak van gehad.’ In het begin van de jaren 90 begon ze als invaller te schrijven voor De Noordoostpolder. In 1996 werd dat een vaste aanstelling voor 24 uur, waarbij ze zakennieuws in portefeuille kreeg.

Op de dag dat ze aanschoof aan de redactietafels was Ale Ypma, die de profetische woorden had gesproken, niet meer bij de krant. Haar eerste collega’s waren Pluis de Groot, Johan van Slooten, Marian Slettenhaar en Jeroen Engel. Toen laatstgenoemde vertrok, kreeg Chris er 12 uren bij; ze had een volledige baan op de redactie.

Recensenten

Bij de opening van Theater ’t Voorhuys kreeg Chris de cultuur op haar bord. Ze organiseerde een hele rits recensenten die naar de voorstellingen in het theater gingen en deze voorziening wekelijks onder de aandacht brachten. ‘We waren de enige huis-aan-huiskrant met recensies. Daarin onderscheidden we ons. Ik vond dat geweldig.’

‘En we hadden natuurlijk een geweldige fotograaf: Hans Veenhuis. Dan zei ik tegen Hans. Eigenlijk zou ik een foto willen hebben zo en zo. Dan reageerde Hans: ‘Jij zorgt voor het stukkie en ik voor de foto.’ Kortom, bemoei je er niet mee, dat ging heel leuk’, zegt ze met een schaterlach. ‘Ja ik had bewondering voor hem. Hij was dag en nacht op pad, altijd haast en overal zijn. Dat werd weleens onderschat.’

Digitalisering

Chris maakte op de redactie de digitalisering mee. Het was niet meer alleen een stukje typen en afgeven bij de zetters en opmaak. Met hulp van de collega’s leerde ze digitaal opmaken en het plaatsen van berichten op de kabelkrant en later de site. ‘Ja voor hetzelfde geld kreeg je er veel meer taken bij.’

Het proces van kostenbeheersing en met veel minder mensen een krant maken was ingeslagen. ‘Misschien was het daarom wel goed dat ik in 2012 op mijn 65ste ben gestopt. Ik had er nog een goed gevoel bij. Bij evenementen en vergaderingen in de polder werd meteen geklaagd als er niemand was. ‘Er was niemand van de krant, we hebben jullie niet gezien’, klonk het dan verwijtend. Dat kan ook niet anders nu, maar je vertegenwoordigde een krant. Dat gevoel zat zo diep. Ik zou daar niet goed tegen kunnen. Die cultuuromslag had ik anders moeten maken.’ Toen ze afscheid nam vormde ze de redactie samen met Maarten Heijenk en Margé Hof.

Dictee

Na haar pensioen schreef ze nog 3 verhalen voor de theatergids. ‘Ik ben nog vaak gevraagd, maar ik was blij met mijn vrije tijd.’ Wat ze niet liet schieten waren de dictee-avonden, nog steeds een weerzien van oude bekenden. Samen met initiator Johan van Slooten, later Pluis de Groot, had ze het jaarlijkse polderdictee in samenwerking met bibliotheek, boekhandel Marsman en het theater op de kaart gezet.

In 2004 won ze het taalspel en dat kon geen toeval zijn. Adriaan van Dis, met Indische roots, was die keer de literaire gast en deelde de prijs uit. ‘Hij was niet gewoon om te zoenen, maar maakte nu een uitzondering. Ik ga je toch zoenen. De foto’s die gemaakt werden van dit moment zijn allemaal mislukt. Dat had zo moeten zijn. Dat noemen wij in het Indonesisch guna guna, stille kracht.’

Cees Walinga