‘Het liep lekker totdat corona kwam’

Emmeloord - Toen de zomerserie van Weekblad De Noordoostpolder over camping Het Bosbad halverwege augustus ten einde liep, streek het Ik-vertrekpaar Theo en Jolanda er vanuit Gambia neer. Alle reden dus om terug te keren naar de camping.

Theo en Jolanda zitten voor hun stacaravan, die ze aanschaften om er hun zomers in Nederland in door te brengen. ‘Maar hij gaat nu in de verkoop hoor’, vertelt Theo. ‘Huren is goedkoper dan het hele jaar een stacaravan aanhouden’, vult Jolanda aan. De twee zitten er relaxed bij, maar beleven onzekere tijden.

Het avontuur dat ze vier jaar geleden, breed uitgemeten in het populaire tv-programma Ik Vertrek, aangingen slaagde, maar door de coronacrisis staat alles in een keer stil. TeJo’s Pannenkoekenbar aan The Smiley Coast in Gambia werd in korte tijd een begrip onder vakantiegangers die in de lange Nederlandse winter warmte en verpozing zoeken in het Afrikaanse land.

‘Het liep echt lekker totdat de corona kwam’, steekt Theo van wal. ‘Op 18 maart moesten we dicht. Er waren toen nog wel toeristen in het land, maar die konden alleen nog in de hotels eten. Het betekende het einde van ons seizoen, dat normaal gesproken tot half mei doorloopt, dit jaar tot het begin van de Ramadan.’

Klusjes

‘En dan ga je eerst aan de slag met uitgestelde klusjes, maar als alle stoelen en banken geverfd zijn en de klusjes gedaan, dan wordt het moeilijk. Op tv hadden we alleen de BVN-zender met louter coronanieuws. Daar werd je ook al niet vrolijk van’, gaat Jolanda verder.

Theo: ‘Zwaar was vooral dat we onze 10 vrouwelijke medewerkers geen werk meer konden bieden. Onder normale omstandigheden betalen we ze voor 50 procent door in de periode dat we dicht zijn, maar nu gaat dat niet.’

Handel dood

‘En in Gambia is geen geld om gedupeerden te steun en we komen uiteraard ook niet in aanmerking voor de Nederlandse steunpakketten. Wat moesten we. Pannenkoeken lenen zich ook niet voor een take away service. We zijn bovendien voor 90 procent afhankelijk van de toeristen en als die er niet zijn, dan is onze handel dood.’

De twee, die in Gambia met een avondklok te maken kregen, konden bovendien niet meer naar Nederland terug. ‘Onze vluchten werden steeds geannuleerd, maar we wilden onderhand onze ouders, kinderen en vrienden ook wel weer zien.’ De eerste geplande vlucht die ze zouden nemen was op 5 juni, maar het werd pas 19 augustus eer ze de Nederlandse bodem weer betraden.’

‘Dat was een nare ervaring. Het gevoel dat je niet weg kunt. Stel dat er iets gebeurt. Vooraf als je vertrekt, denk je: ach 6 uur vliegen als het nodig is, zijn we zo terug. Nu zaten we in een open inrichting, zonder vrijheid.’

Winterjas

In hun stacaravan op Het Bosbad voelen ze inmiddels de avonden al flink frisser worden. ‘Ja we zijn de warmte van Afrika inmiddels gewend. Als het daar 20 graden is, trekken ze de winterjas aan.’ Normaal is de kilte het teken om gelijk de zwaluwen weer naar Afrika te vliegen. De trek is nu onzeker.

‘Nederland heeft Gambia op oranje staan. We moeten wachten tot het moment dat er weer Nederlandse vluchten die kan opgaan. Normaal gesproken zouden we nu weer in Gambia zijn en de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen treffen. In september komen normaal gesproken de eerste toeristen weer, maar nu zitten we nog hier en wie weet hoelang nog.’

Rust

‘We komen hier wel tot rust, maar de handen beginnen onderhand te jeuken om wat te doen. Als er weer vluchten zijn is het nog maar de vraag of het toerisme weer aantrekt in Gambia. We verwachten wel dat vaste gasten teruggaan, maar veel nieuwe reizigers verwachten we niet.’

De coronacrisis treft de twee hard, maar veel erger vinden ze het nog voor de inwoners van Gambia. ‘Voor hen is het allemaal veel erger. Daar stort de economie echt in. Wij hebben Nederland en onze familie nog als vangnet.’

De twee hebben na 4 jaar Gambia ook wel wat eelt op hun ziel gekregen om tegenslagen te verwerken. ‘Het komt je daar niet aanwaaien. Je moet er harder zijn dan hier en knokken voor de zaak. We hebben ons daar wel waargemaakt. We worden door de lokale bevolking gerespecteerd en gewaardeerd. De blanken komen daar voor vakantie en om geld uit te geven. Wij hebben er een zaak en werken mee. Bij 40 graden sta ik pannenkoeken te bakken. Dat waarderen ze; dat we niet het personeel het werk laten doen en zelf niet aanpakken.’

Lokale bevolking

Hoe lang het ook gaat duren. Theo en Jolanda gaan uiteraard terug naar Gambia waar hun zaak en woning is. ‘Misschien moeten we ons concept wel veranderen, maar dat willen we liever niet’, zegt Jolanda. Theo: ‘Het komt ook wel goed. We moeten positief blijven. Wellicht moeten we toch anticiperen op de situatie en ons menu aanpassen aan de lokale bevolking en iets aan de prijzen doen. Wie zal het zeggen. Of toch wachten op het einde van de coronacrisis en de terugkeer van toeristen in Gambia?’

Cees Walinga