Oud-Enser Kroes schrijft over vrouwen

Ens - Oud-Enser Johan Kroes presenteerde donderdag zijn boek ‘Vrouwen in de frontlinie – Van Tweede Wereldoorlog tot coronacrisis’. Het eerste exemplaar bood hij aan aan minister Ank Bijleveld.

Vrouwen in de frontlinie’ is het unieke, boeiende en soms confronterende verhaal van vrouwelijke militairen bij de Nederlandse krijgsmacht. Vrouwen die sinds 1944 het uniform aantrokken en vochten voor een volwaardige positie binnen het leger en voor vrede en vrijheid in binnen- en buitenland. Een verhaal over kameraadschap, avontuur en een inzet die zich uitstrekt van de Tweede Wereldoorlog tot en met de hulp aan de Nederlandse ziekenhuizen tijdens de coronacrisis.

Johan Kroes groeide op op een boerderij aan de Kamperzandweg in Ens, maar de veehouderszoon en pionierskleinzoon was niet voor het boerenbedrijf geboren. ‘Ik zat meer met mijn neus in de boeken. Al jong vond ik het leuk om verhalen te schrijven en ik herinner mij dat in de brugklas van het Emelwerda College, een verhaal in de klas werd voorgelezen door de docent Nederland.’

Kroes studeerde in 2004 af als ingenieur in Waterbeheer aan de Universiteit Wageningen en volgde een opleiding tot tekstschrijver en startte een eigen bedrijf.

Toespraken

‘Al vrij snel kreeg ik de provincie Overijssel als opdrachtgever, waar ik mij gaandeweg ben gaan bekwamen in het schrijven van toespraken. In 2011 werd Ank Bijleveld-Schouten benoemd tot Commissaris van de Koningin en mocht ik ook voor haar de pen hanteren. In de hoedanigheid als eerste vrouwelijke Commissaris van de Koningin in de geschiedenis van de provincie Overijssel, werd ze regelmatig gevraagd om over ‘het vrouwenthema’ te spreken, zo ook in 2012 voor de Vrouwen van Bathmen. Die vrouwengroep bleek voor mij de opmaat te zijn voor een nieuwe stap. De speech die ik voor de bijeenkomst van deze damesgroep schreef, met de welluidende titel ‘Vrouwelijke kwaliteiten maken het verschil in 2012’, won ik het jaar daarop namelijk een internationale prijs.’

Een missie werd geboren

‘Dat viel kennelijk op en begin 2014 vond ik mijzelf opeens terug bij het Ministerie van Defensie, als speechschrijver van Jeanine Hennis-Plasschaert. Juist, de eerste vrouwelijke minister van Defensie in Nederland. Eén van de toespraken waar ik veel tijd en energie in heb gestoken, was die voor de Ravensbrück-herdenking in Amsterdam. Daarin verwerkte ik de verhalen van verzetshelden Selma van der Perre, nu bekend door haar bestseller ‘Mijn naam is Selma’, Corrie ten Boom en de overgrootmoeder van Jeanine Hennis. Ook zij zat in het verzet en in tegenstelling tot Selma en Corrie, kwam zij niet meer terug uit Ravensbrück. Met deze speech won ik opnieuw een internationale prijs.’

In 2015 schreef hij voor het ‘Opzij-top 100-congres’ een speech over de geschiedenis van vrouwen bij de Nederlandse krijgsmacht en interviewde onder meer Christa Oppers-Beumer, de eerste vrouwelijke officier die in 1982 afstudeerde aan de Koninklijke Militaire Academie.

75 jaar vrouwen

‘Dit eerbiedwaardige instituut stond tot dan toe 150 jaar lang alleen open voor mannelijke cadetten. Ik constateerde toen dat er weliswaar veel sociologisch onderzoek is gedaan naar vrouwen bij de krijgsmacht, maar dat er op geschiedkundig gebied nog maar weinig is vastgelegd. Op dat moment bedacht ik mij hoe mooi het zou zijn om de verhalen van deze pioniers vast te leggen en in één boek bij elkaar te brengen. Toen ik halverwege 2018 bij Defensie opperde dat er een jubileumjaar aan zat te komen, namelijk 75 jaar vrouwen bij de Nederlandse krijgsmacht, gingen opeens de deuren openen om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. In eerste instantie heb ik een jubileumboek met 75 verhalen geschreven onder de titel ’75 jaar vrouwen bij de Nederlandse krijgsmacht’.

‘Ik heb dit boek geschreven om deze pioniers te eren en ervoor te zorgen dat hun verhalen niet verloren gaan. Ik vind het mooi om mensen ‘tevoorschijn te toveren’ en op die manier deze vijftig vrouwen recht te doen. De verhalen spreken voor verder zich.’