Niets krijgt Remco Grasman eronder

Emmeloord - De fysieke malheur en de coronacrisis werken niet motiverend, maar Remco Grasman wil niet van opgeven weten. ‘Ik ben nog niet afgeschreven voor de elite. Ik ben niet stuk te krijgen.’

De wielrenner uit Emmeloord, die zich helemaal heeft gespecialiseerd in het tijdrijden, voelt wel dat de leeftijd (48) een steeds grotere rol speelt. ‘M’n lichaam begint wat te rammelen, waardoor ik niet meer dat supergevoel heb uit mijn topjaren.’ Grasman vindt het lastig om met dat gegeven op een goede manier om te gaan. ‘Ja, dat is wel een struikelblok. Ik vergelijk de data van nu nog teveel met de data dat ik in supervorm was.’ De kans dat de superspecialist weer oude glorietijden kan doen herleven, is misschien niet groot, maar schrijf hem zeker nog niet af voor de komende jaren.

Remco Grasman besloot zeven jaar geleden om zich volledig op het tijdrijden te richten, een voor veel renners heel lastig onderdeel van de wielersport. Die keus bleek een schot in de roos, want Grasman was zeer succesvol. Hij werd in 2014 en 2016 Nederlands kampioen bij de elite zonder contract. De tweede keer, in Middelharnis, bleef hij met zijn winnende tijd zelfs een paar profs voor. In 2017 pakte Grasman in het Franse Albi de wereldtitel bij de amateurs. Ook was hij goed voor de derde plaats op het WK masters 40+. Een erelijst om u tegen te zeggen.

Bronzen plak

Een paar jaar geleden kondigde Grasman aan te stoppen met wielrennenn op het hoogste niveau. Een bronzen plak op het NK in 2018 bij de elite zonder contract, niet lang nadat hij zijn heup had gebroken, deed de Emmeloorder van gedachten veranderen. Vorig jaar kreeg Grasman een kunstheup, wat voor nogal wat complicaties zorgde. De winterperiode kwam hij goed door. ‘In het ziekenhuis in Sneek zat ik al weer op de fiets. Mijn trainer zegt altijd: ik hoef je geen schema’s te geven, ik moet je alleen maar afremmen.’ Daarna werd hij weer ziek: gordelroos. ‘Daar kreeg mijn immuunsysteem een flinke knauw van.’

Tel daarbij op de coronacrisis die vanaf half maart toesloeg en het mag duidelijk zijn, dat 2020 niet het jaar van Remco Grasman is. ‘Door de pandemie gingen veel wedstrijden niet door. Ik hoopte dat het NK, dat was uitgesteld naar oktober, nog door zou gaan. Daarom heb ik na de afgelasting in juni toch nog een elitelicentie aangevraagd. Ik heb vol voor het NK getraind.’ Ook het uitgestelde NK ging niet door. ‘Het is een waardeloos seizoen. Normaal krijg je soms een kick van een goede tijdrit, maar nu is het voor mij moeilijk om me op te laden. Ik mis gewoon de drive.’

Achtste keer

Wat niet wegneemt, dat Remco Grasman toch een paar goede tijdritten heeft afgeleverd in het covid 19-seizoen. Zo reed hij in augustus in Enkhuizen, als voorbereiding op het NK, naar de derde plaats (‘Verrassend, want ik zat door trombose niet lekker op de fiets’) en in september in Oudemirdum (‘In een heel sterk deelnemersveld’) pakte hij ook brons. En voor de achtste keer werd hij clubkampioen van FTC Marknesse, ondanks ruzie met een automobilist onderweg. Al met al zijn de resultaten voor Grasman aanleiding tot voorzichtig optimisme.

‘De jonge gasten noemen me opa, maar daar ben ik aan gewend geraakt’, lacht Grasman. Hij durft niet te zeggen of hij volgend jaar weer voor een licentie bij de elite zonder contract gaat, maar: ‘Dit seizoen heeft me wel geleerd dat ik nog te goed ben voor de masters. De komende weken doe ik het rustiger aan, even de batterij opladen. Ondertussen train ik gewoon elke dag. Dat noem ik ‘actieve rust’. Dat is beter dan met de benen omhoog te zitten.’ Vanaf januari is het weer buffelen op schema’s geblazen. Dat hij onder controle van een cardioloog staat, mag de pret niet drukken.

Harry de Ridder