‘Alle tekeningen mee naar huis’

Emmeloord - Kinderfysiotherapeut Jan Wijnja wordt in maart 68 jaar en gaat per 1 januari met pensioen. ‘Meer ‘raar’ dan ‘lekker’, zegt hij op de gang van het Dokter Jansencentrum in het voorbijgaan aan een persoon die hem toeroept dat het bijna zijn laatste werkdag is.

Wijnja, de slagerszoon uit Sneek, kan het amper geloven dat hij al met pensioen gaat. ‘Je krijgt zoveel energie van je werk. Dan word je niet oud’, zegt hij op zijn met tekeningen van patiënten behangen praktijkruimte van Fysiomotion. Om die energie te behouden neemt hij ook niet helemaal afscheid van de praktijk. ‘Ik blijf een dag in de week werken.’

Die dag vindt hij zelf wel prettig, omdat het afscheid nemen hem zwaar valt. Bovendien vult zijn opvolger Rija Feenstra, die als manueel en orofaciaal (kaak) therapeute al 8 jaar actief is binnen de praktijk, straks 4 dagen werkt. Om hem te kunnen opvolgen volgde ze de master kinderfysio. ‘We maken lange dagen op de praktijk. Ik werkte iedere week vijf dagen van 8.00 tot 18.00 uur en dan ook nog op maandagavond.’

Zijn praktijkruimte levert Wijnja schoon op aan zijn opvolgster en dat betekent dat hij de laatste dagen van het jaar alle vrije uurtjes besteedde aan het weghalen van de tekeningen. ‘Ze gaan allemaal mee naar huis. Bij iedere tekening zit een verhaal. Ik ken ze allemaal nog.’ Hij wijst op de eerste tekening die hij kreeg van een patiëntje. ‘Het was een brekebeentje, die ik tot haar zestiende verjaardag heb behandeld. Ja ze is nu al 40 hoor.’

Tekeningen

‘En laatst had ik nog een vader die zijn tekening aanwees toen hij hier met zijn zoontje was. Die maakte natuurlijk ook weer eentje voor me. En nu krijg ik nog veel afscheidstekeningen.’ Aan de hand van al die plaatjes kan Wijnja uren vertellen. Dat hij kinderfysiotherapeut zou worden, was tijdens zijn opleiding nog niet aan de orde. In 1977 kwam hij voor zijn stage in het ziekenhuis in Emmeloord terecht, om er nooit meer weg te gaan.

‘In die tijd wilde iedereen je wel hebben. Ik kwam in de praktijk van Barend van Pusler die zijn praktijk in het oude ziekenhuis in Vollenhove was begonnen en die meenam naar het nieuwe Dokter Jansencentrum.’ In 1986 werd de praktijk in maatschap overgenomen door de fysiotherapeuten die er werkten; Hans Wognum, Marion Groenhuijzen, Rixt Knip en Jan Wijnja.

‘De praktijk was hier toen in het souterrain. We werkten poliklinisch, ieder had zijn eigen afdeling en ik deed de kinderafdeling. Het specialisme kinderfysiotherapie bestond toen nog niet.’ Wijnja voelde zich thuis op de afdeling en werd door kinderarts Nijessen gestimuleerd om kindgerichte cursussen te volgen.

Naast zijn werk volgde hij een opleiding in Lyndensteyn in Beetsterzwaag, waar kinderen met hersenletsel behandeld worden. Daarnaast deed hij aanvullende cursussen en begon aan de nieuwe opleiding voor kinderfysiotherapie in Utrecht, waar hij in 1990 slaagde. ‘Nu is het een officiële masteropleiding die 3,5 jaar duurt.’

Geen zeurkousen

Neijssen had hem in een richting gestuurd die hem op het lijf geschreven was. ‘Fysio is een mooi vak, daarom was ik er ook aan begonnen, maar de kinderfysiotherapie, gericht op kinderen van 0 tot 18 jaar, stond nog in de kinderschoenen. Dat was zo in ontwikkeling. Heel interessant en bovendien het omgaan met de kinderen is fijn. Kijk, kinderen zijn geen zeurkousen.’

Bovendien is het pallet aan behandelingen in zijn praktijk heel divers. ‘Spastische kinderen, kinderen met ademhalingsproblemen, brekebeentjes of baby’s met stress, waarbij ouders oefeningen meekrijgen. Het is heel divers. Kinderen helpen die in hun motorische ontwikkeling vertraagd zijn, ach ik kan nog wel even doorgaan. Kinderen die veel struikelen of schrijfproblemen hebben. Ik zie ze.’

Meten

Wijnja is naar eigen zeggen meegegroeid met alle eisen die de zorgverzekeraars stellen en de administratie die elke behandeling met zich meebrengt. En dat betekent bij het behandelen vooral veel meten en een aanpak die meer gericht is op oefenen. De fijne en grove motoriek wordt bijvoorbeeld met de zogenaamde movement methode gemeten. Het kind krijgt dan aan de hand van scores een motorische leeftijd, waarop de therapeut zijn behandelplan kan maken.

De kinderfysio stelt dat hij de laatste jaren steeds meer kinderen krijgt die problemen hebben met de motoriek. ‘Kinderen bewegen te weinig’, zegt hij stellig. ‘Een bal tegen de muur gooien en deze met een hand vangen is voor veel kinderen erg moeilijk. Net als hinkelen, klimmen en fietsen.’

Ballet

‘Toen ik nog maar pas begonnen was, had dokter Nijessen een ‘houterig kind’ in behandeling. Hij kwam bij mij. Ik moest daar wat mee en toen zei mijn vrouw: Doe ze maar op ballet. Waarop ik zei: Zo haal je mij het brood uit de mond, maar het was een rake opmerking. Van beweging en plezier maken word je soepel. Kinderen spelen te weinig is mijn overtuiging. Ze staren te veel naar beeldschermen.’

Kinderen rond de 12 en 13 jaar komen vaak in de behandelkamer met klachten over zere hakken, die hij dan tapte, en pubers ziet hij vooral na sportblessures en met groeipijn. De gesprekken die hij met ze voert fascineren hem. ‘Ik hoor natuurlijk veel meer dan hun ouders. Ze vertellen me over vriendjes en vriendinnen, joh de kleuren vliegen me soms op en af. Op die leeftijd was ik alleen aan ’t voetballen. De kinderen zijn mondig geworden, maar wel leuk. Ik kijk ook altijd naar het totale kind, dus verder dan de kwaal. ’

Super vak

Eenmaal heeft hij een jongen uit zijn rolstoel gepraat. ‘Hij kwam hier en ik zag dat hij kon lopen. Ik zei kom maar uit de stoel en ga eens zitten. Hij had last van zogenaamde functionele klachten, dat zit tussen de oren. Later kwam ik hem tegen bij de Avond4Daagse. Dat zijn prachtige verhalen, maar ik heb natuurlijk ook veel kinderen dood zien gaan. Erg zieke kinderen die hij dagelijks moest kloppen. De drama’s die je meemaakt horen ook bij dit werk. Maar al met al is het een super vak.’

Zelf genas Wijnja van keelkanker. Tussen de bestralingen door bleef hij zijn patiënten behandelen. Hij is dankbaar voor het leven en wil er nog volop van genieten met zijn vrouw, 5 kinderen en 12 kleinkinderen. Dat aanpakken en de drive om er iets van te maken is niet vreemd bij kinderen van middenstanders. ‘Dat aanpakken en lange werkdagen maken hebben we van thuis meegekregen.’

De pensionado wil zijn pianospel een impuls geven, iets vaker naar de golfbaan en met fotografie aan de slag. ‘Er is genoeg te doen.’

Cees Walinga