Miep Potters (86) begon met toneelspelen in het barakkenkamp

Kraggenburg - Ze kwam in 1948 met haar ouders in het barakkenkamp van Ens te wonen. Amper veertien jaar was Miep Potters (nu 86) toen ze zich daar aansloot bij de toneelvereniging. ‘Er was niks anders, dus dit leek me wel leuk.’ De familie verhuisde een paar jaar later naar Kraggenburg. Miep stapte over naar de kersverse toneelvereniging St. Genesius en ging daar nooit meer weg.

‘Onze eerste voorstelling werd gehouden in Kantine De Voorst, omdat Van Saaze toen nog niet klaar was’, herinnert Miep zich. Hier werd in februari 1954 de thriller en blijspel Als de klok waarschuwt op de planken gebracht. 

‘St. Genesius was nog maar net opgericht. Ja kijk, hier staat het: ‘Opgericht op 28 november 1953’, vertelt ze al bladerend door haar plakboeken. Miep bewaarde alles van de toneelvereniging, waaraan ze toen als jong meisje haar hart verloor.

Uit alle windstreken
Waar de voorstelling over ging, weet ze niet meer zo goed. ‘Maar ik weet wel dat het heel lastig was om alle dialecten van de spelers eruit te krijgen. Iedereen kwam in die tijd uit alle windstreken. Zeeuws, Brabants, Fries, Gronings; dat moest natuurlijk niet terug te horen zijn in de voorstelling.’

Als de klok waarschuwt ging over een oud Fries huis waarin een gepensioneerde zeekapitein met zijn gezin gaat genieten van zijn rust. Er staat een klok met een voorspellende gave. Miep speelde de stoere dochter Babette, die voor de duvel niet bang was.

‘Altijd gezellig’
Voor iedere repetitie werd de Kraggenburgse opgehaald door dorpsgenoot Toon Rennen, die ook een rol had in het stuk. ‘Ik kan me nog heel goed herinneren hoe gezellig het altijd was. Het was heel leuk om samen bezig te zijn met een voorstelling. Er iets moois van te maken. Van het decor werd ook altijd zoveel werk gemaakt.’

Een recensie in de krant was kritisch, maar rechtvaardig over haar. ‘Mej. Van Saaze als Babette, had goede momenten, doch over het algemeen was haar spel nonchalant’, schreef recensent ‘Huizinga uit Ens’ over Mieps acteerprestaties. Schaterend: ‘Ja, dat klopte wel aardig, denk ik. Ik was nog zo jong, ik had amper ervaring. Die kritiek zorgde ervoor dat ik de keer daarop beter mijn best deed.’ 

Leren van kritiek
Kritische recensies ziet Miep niet zo vaak meer, stelt ze. ‘Tegenwoordig is het allemaal zo positief, er wordt bijna geen negatief commentaar meer gegeven. Terwijl je daar nou juist van kan leren. Zo zagen wij het in die tijd althans wel.’ Het publiek -dat bestond uit alleen maar dorpsbewoners- vond Als de klok waarschuwt hoe dan ook mooi, weet Miep nog. ‘En dat was natuurlijk het allerbelangrijkste voor ons.’

183 voorstellingen
Na die eerste voorstelling ging de Kraggenburgse nooit meer weg bij St. Genesius. Ze was direct of indirect betrokken bij alle 183 voorstellingen, die tot nu toe werden opgevoerd. Als speelster, regisseur, souffleur en beheerder van de kledingkelder. 
‘Deze vereniging heeft altijd heel veel voor mij betekend en nog. Het is de gezelligheid, denk ik. Het samen werken aan een productie schept een band. We gaan ook altijd even samen eten rond de voorstellingen, je doet het echt samen.’ En dat is wat haar betreft ook de kracht van St. Genesius, dat als een van de weinige poldertoneelverenigingen nog twee keer per jaar een voorstelling maakt. 

Theezakjes aan een waslijn
Haar mooiste rol? Die van Lucy Kronkie in Lucy’s Baby, die in 1986 werd opgevoerd. ‘Ik moest een heel vies en slordig mens spelen met drie jassen over elkaar heen, theezakjes aan een waslijntje en allemaal rotzooi op het toneel. En ik moest ook allemaal rare dingen zeggen. Mijn zoon Max kon dat allemaal nazeggen, daar moesten we erg om lachen. We hadden toen ook een beroepsregisseur en daar leerden we zoveel van. Heerlijk was dat.’

Miep hoopt nog lang betrokken te zijn bij St. Genesius. ‘Als zij mij ook nog willen hebben natuurlijk. De laatste jaren ben ik souffleuse en dat gaat goed. Maar mijn gezondheid is wel wat minder geworden en ik wil ze natuurlijk ook niet tot last zijn.’

St.Genesius nog altijd springlevend

Toneelvereniging St. Genesius uit Kraggenburg is na 67 jaar nog altijd springlevend. De 52 leden spelen ieder jaar twee voorstellingen. ‘Een eind maart en een eind november. En dan zitten de zalen iedere keer vol’, vertelt voorzitter Koenie Wind vol trots. ‘De leden dragen onze vereniging samen met het dorp; dat is de kracht van St. Genesius.’
Repeteren doet het gezelschap -met leden tussen de 25 en 86 jaar oud- bij Van Saaze. ‘We hebben daar echt geluk mee. Van Saaze heeft ook nog altijd een podium waar we onze voorstellingen kunnen geven. Dat zie je niet zoveel meer in de polderdorpen.’ Al wijkt St. Genesius ook regelmatig uit naar andere plekken. Boerenschuren, ’t Voorhuys of in de buitenlucht bijvoorbeeld.
Door corona ligt de club al een poosje stil, maar Koenie hoopt volgend jaar toch wel weer aan de slag te kunnen. ‘We kunnen niet wachten. Dit jaar zouden we een theaterdiner doen samen met Van Saaze, alles was zo goed als klaar. Maar toen kwam die lockdown en viel alles in het water. Jammer, maar dat komt straks wel weer.’

www.sintgenesius.kraggenburg.nl

Tekst: Debora Boomsma