Hoog water in Tollebeek

Tollebeek - Bij aardrijkskunde leert iedereen de definitie van de oer-Hollandse polder: een door dijken omringd gebied waarbinnen de waterstand kan worden geregeld.

Met die kennis waan je je veilig voor hoog water in zo’n omgeving. Bevelvoerder Stef Wink van de brandweer Noordoostpolder dacht er tot oktober 28 oktober 1998 ook zo over. ‘Het is hier het veiligste plekje van de hele wereld. Je krijgt hier geen natte voeten. Ik heb altijd gedacht dat ze hier alles in de vingers hadden. Dan komt deze situatie toch ongeloofwaardig over’, liet hij zich destijds ontvallen.
Een mooie definitie, maar Henk Tiesinga uit Bant, destijds dijkgraaf van Waterschap Noordoostpolder, weet dat het zo simpel niet is als de definitie schetst. ‘Het water kwam deze keer niet van buiten, maar van boven. Het was ook niet alleen de regen in oktober 1998, de zomer en herfst waren ook al nat geweest. De bodem was verzadigd.’

De druppel die de polder deed overlopen viel in de nacht van woensdag 28 oktober. ‘Het was 02.00 ’s nachts toen ik gebeld werd door de uitvoerende dienst van het waterschap. ‘Henk we redden het niet’’, vertelt Tiesinga 22 jaar later. ‘Het regende pijpenstelen, ik ben in mijn auto gestapt en over de Banterweg naar Emmeloord gereden. Ik zag geen hand voor ogen. Het was angstaanjagend, allemaal water, de weg was nauwelijks te onderscheiden.’

De dijkgraaf bereikte het waterschaphuis waar een crisisteam geformeerd werd. Bij alle gemalen stonden mensen die de waterstand in de gaten hielden. De polder had een kritiek waterpeil bereikt van 96 centimeter boven NAP. Er viel binnen een etmaal bijna 90 mm water in de polder. ‘Ik heb om 9.00 uur burgemeester Willem van Rappard gebeld. Die was nog maar pas burgemeester en onderweg naar Den Haag. Of het echt nodig was om te terug te keren, vroeg hij. Ik zei: ja.’

‘Het bleef maar regenen en de bodem nam geen water meer op en daarbij was een groot probleem dat de polder niet vlak is. Het water loopt van het oosten naar het westen af met Tollebeek als het putje van de polder. Daar dreigde een overstroming.’

‘De gemalen konden in principe het water wel aan, maar er was niet voldoende berging voor het overtollige water in de hoge afdeling. We zagen dat het een ramp werd. Om 6.00 uur was ik op Omroep Flevoland en ’s nachts hadden we al contact gehad met leveranciers van pompen om het water over de dijken te pompen. Toen het meteen die ochtend landelijk nieuws werd, hielp dat enorm bij de hulp en later ook bij de schaderegeling voor de boeren.’

Er werden 8 extra pompen en 22 brandweerpompen ingezet in de strijd tegen het water, terwijl de eigen gemalen op volle kracht draaiden  De extra pompen zogen het water door kilometerlange brandweerslangen uit slootjes over de dijk. ‘Het zette niet veel zoden aan de dijk, maar het was wel zichtbaar dat er iets gebeurde met al die brandweerwagens bij de dijk’, herinnert Tiesinga zich.

Inmiddels stond de polder blank en was Schokland weer een eiland. Oogsten gingen verloren. De boeren leden een miljoenenverlies. Met man en macht werden zandzakken gevuld en werden bij kritieke punten zakken gelegd. Na twee dagen hard werken was het waterpeil enigszins onder controle. Maar dan moest er geen harde wind op steken of opnieuw veel regen vallen. 
Tiesinga kon even op adem komen na twee onafgebroken dagen op het crisiscentrum. De Goede Aanloop was in het epicentrum van de watervloed perscentrum geworden. Op donderdagavond hield premier Wim Kok er een persconferentie voor de massaal toegesnelde media. 

Het bezoek van Kok zou overigens nog in het water vallen, als Tiesinga hem niet persoonlijk had opgehaald met zijn auto. ‘Kok bleef te lang bij de overstromingen in Overijssel. Hij kon vanwege de duisternis niet meer met de helikopter naar Tollebeek komen. Ik heb hem toen persoonlijk opgehaald met de auto. In de auto heb ik heb bijgepraat over de waterproblematiek in de polder. Het bijzondere was dat hij diezelfde avond in de persconferentie al toezeggingen deed over schadevergoeding.’
Bij het hoge bezoek van Kok bleef het niet. Een dag later kwam koningin Beatrix samen met Bram Peper, minister van Binnenlandse Zaken, ook poolshoogte nemen van de situatie in Tollebeek. Het dorp liep uit om de vorstin op laarzen te begroeten. Ze kreeg zelfs tekeningen van kinderen. Ze bezocht getroffen boeren en toonde medeleven met de gedupeerden. Ondertussen zakte het water weer. Een overstroming van Tollebeek was voorkomen en landbouwminister Hayo Apotheker kwam met een compensatieregeling voor de boeren. 

Of zo’n ramp weer kan gebeuren? Ja, zegt Tiesinga. ‘Er zijn wel verbeteringen aangebracht. Er is ook veel geleerd van 1998. De capaciteit van de gemalen is groter en er is meer compartimentering door het gebruik van stuwen. Dat betekent dat je het water langer in het hoge gebied van de polder houdt. Daarmee win je tijd voor malen, dat was ons grote probleem in 1998.’
‘Maar ergens is er een grens en dus kan zoiets weer gebeuren. Het buitenwater in zee en rivieren stijgt en bij extreme regenval komt er dus ook meer water in de polder terecht, naast het kwelwater dat er altijd is. In het waterbeheer is vasthouden, bergen en afvoeren het nieuwe beleid.  

Uitgehongerd
Hans Merks, uitbater van De Goede Aanloop, beleefde drukke dagen tijdens het hoge water. Over het bezoek van premier Kok zegt hij. ‘Toen hij wegging gaf hij ons een hand en bedankt voor de goede zorgen. We hadden hem nog een lunchpakketje toegestopt met daarin een stokbroodje met kruidenboter, bruin brood met gehakt en een sandwich met ham en kaas. Die man had nog niets gegeten en stierf van de honger.’

Tekst: Cees Walinga