Historicus Aaldert Pol:‘De NOP als nieuwe samenleving?’

Emmeloord - De 88-jarige historicus Aaldert Pol woont al sinds 1960 in de polder. Nieuwsgierig stapte hij ‘Het wonder van de NOP’ binnen na een rondleiding op een druilerige dag door het nieuwe land waarbij zijn vrouw zei: ‘Laat het wel een begin blijven.’

‘Maar we zijn gebleven’, zegt hij in zijn met boeken behangen studeerkamer aan de Sportlaan in Emmeloord. Pol was begonnen als schoolmeester in Vollenhove, verhuisde naar Doorn, waar hij naast zijn werk de MO-akte geschiedenis haalde en werd toen door J. van ’t Hul, directeur van de HBS in Emmeloord overgehaald om naar de polder te komen. 

Tijdens een enthousiaste rondleiding door het nieuwe land kreeg het jonge stel de toezegging van een eigen woning en wat Pol nog het meest aansprak waren de woorden van Van ’t Hul: ‘Je vindt er een nieuwe samenleving’. De twee namen het aanbod aan en ondanks de terughoudendheid in het begin gingen ze niet meer weg. Pol bleef tot zijn pensioen in 1989 het Emelwerda College trouw en stort zich sindsdien op de historie van het gebied en in het bijzonder Schokland. Samen met Gerrit van Hezel schreef hij in 2008, ter ere van het eerste Nederlandse werelderfgoed: ‘Schokland en Omgeving, leven met water’. 

De belofte van een nieuwe samenleving viel wel wat tegen, bekent Pol. ‘Je vond hier dezelfde verzuilde samenleving als op het oude land. De founding fathers hadden een andere polder voor ogen’, stelt de historicus. Hij verwijst naar een speech van professor Kraemer uit 1944 tijdens een bijeenkomst van de Hervormde Kerk over vernieuwingsplannen. Prominenten, zoals Smeding waren daar ook bij aanwezig. 

Van de polder verwachtte men in dit kader iets heel bijzonders te maken. Smeding sprak bij die bijeenkomst zelfs over het opbouwen van een samenleving die niet verzuild is. De tegenstellingen van het oude land moesten er niet meer zijn. De nieuwe kolonisten van de polder moesten een voorhoede worden voor heel Nederland.

‘Prof Ter Veen zei het zo: ‘de Noordoostpolder als een voorbeeld voor het moedervolk.’ Woorden die klonken in een tijd dat de pioniers nog schouder aan schouder stonden om greppels te graven op de zeebodem en op britsen sliepen in de barakken, dromend van een toekomst op het nieuwe land, zoals wijlen pionier Feike Bruinsma uit Marknesse het verwoordde. ‘In de kampen droomde men op arbeidersniveau van die nieuwe gemeenschap.’ 

‘Maar toen wij hier in 1960 neerstreken was daar weinig van terecht gekomen. Iedere zuil claimde een plekje. We ontdekten al snel dat de nieuwe polder in dat opzicht een kopie was van het oude land.’  ‘Maar er was wel een verschil. De boeren in de NOP waren geselecteerd op geld, opleiding en maatschappelijk actief zijn, waardoor er veel ondernemende mensen in de polder kwamen. Wel kwamen recreatie, cultuur en natuur er bekaaid af. De selectie was te veel gericht op de agrarische sector.’ 

Het was namelijk de visie van Ter Veen die aan de basis stond van de inrichting van de polder. ‘Ter Veen was gepromoveerd op de kolonisatie van de Haarlemmermeer. Zijn conclusie; zo’n kolonisatie nooit weer. Mensen waren willekeurig aangetrokken en velen waren er kapotgegaan. Kolonisatie van nieuw land moest voortaan sterk begeleid worden en mensen moesten geselecteerd worden om er een succes van te kunnen maken. En omdat er veel meer vraag was dan aanbod naar een nieuwe boerderij, kon de selectiecommissie in de polder de lat hoog leggen. Het verklaart dat kleine boeren van de zandgronden op het oude land weinig kansen hadden.’ 

“Het wonder van de NOP” is het verhaal van en over hardwerkende pioniers. En als zodanig is het dus geen wonder, stelt Pol. ‘In 60 jaar is het kale vlakke landschap omgetoverd tot een vruchtbare oase met vele verrassingen. Onze kinderen profiteerden van de voorzieningen op onderwijsgebied en konden naar hartenlust sporten en aan cultuur deelnemen.’ 

Pol’s grootste liefde en verwondering in de polder ligt op Schokland. ‘Breng een bezoek aan Nederlands eerste Werelderfgoed en maak kennis met alles wat de gemeente Noordoostpolder en het Flevo-landschap op en rond Schokland heeft ondernomen’, spoort hij aan. ‘Geniet van een wandeling langs het oude Schokker kerkje uit 1834 en van de oude haven van Emmeloord. Geniet ook van de ‘vernatting’ rond het voormalige eiland waardoor de archeologische bodemschatten beter bewaard blijven en de natuurwaarden worden versterkt.’

Tekst: Cees Walinga