Land uit zee

Mijn eerste kennismaking met de Noordoostpolder dateert uit het voorjaar van 1949, toen ik via Lemmer naar Emmeloord reed. Eén grote kale vlakte met hier en daar een enkele cultuurboerderij. De wegen en zijwegen waren alle aangeduid met het bordje ‘Trekkerpad’. Emmeloord was toen een kleine oase in het kale veld, hier was ik benoemd tot onderwijzer aan de toen nog enige school.

De leerplichtige kinderen gingen hier allemaal naar toe, uitgezonderd diegenen uit de omgeving van Marknesse en Ens, waar al noodvoorzieningen waren getroffen. 

Onze school, de latere Koningin Julianaschool was gebouwd met goedkeuring van de Duitsers, indien hij op papier zou functioneren als landbouwschuur. Toen hij er eenmaal stond werden het drie leslokalen, later uitgebreid tot zes. De muren waren gefabriceerd uit NOP-riet bestreken met cement. 

In de hoek van ieder lokaal stond een enorme cokeskachel, maar hij was wel elke morgen uit en werd gestookt door de bode van het toenmalige kantoor van het Openbaar Lichaam. ’s Morgens werd begonnen met godsdienstlessen, die verzorgd werden door de hervormde en de gereformeerde predikanten, de pastoor of kapelaan. Na de zomervakantie van 1949 werd de eerste school met de bijbel geopend en verdween de gereformeerde predikant van onze school. 

In Emmeloord waren de straten genoemd naar de spontaan in de polder groeiende wilde planten. Onze plantkundelessen waren in ’t voorjaar dan ook gericht op het zoeken en onderkennen van moerasandijvie, zee-aster, lisdodde en riet, die we konden vinden op de drassige gronden ten noorden van het Kraaienbos en de Blauwe bergen. Ook deze namen zijn verdwenen.

Waarom de Lisdoddelaan omgedoopt is in Espelerlaan is mij niet bekend. De huizen in Emmeloord behoorden toen nog aan de domeinen. Tijdens en vlak na de oorlog gebouwd. Het hout was schaars. Veel palen van de zeewering rondom Schokland werden verzaagd. Van het huis waarin ik woon zijn de kozijnen daarvan gemaakt en nog steeds van uitstekende kwaliteit. 

In onze kleine gemeenschap moest alles opgebouwd worden. Eén van de eerste dingen die we noodzakelijk achtten, was de kinderen leren zwemmen. Emmeloord lag ingeklemd tussen de vaarten en in ’t midden de grachten. De rijksdienst beloofde ons alle steun. Het Openbaar Lichaam met de polderraad wilde meewerken om zo spoedig mogelijk een zwembad te realiseren. Intussen begonnen we alvast zwemlessen te geven in de Lemstervaart. 

(Een artikel van meester F.IJ. Boschma gepubliceerd in de Vriendenkring, een uitgave van de Vrienden van Schokland 1994-4)