Voorwoord

Beste lezer,

Voor u ligt de jubileumbijlage van De Noordoostpolder. Het kan niemand ontgaan zijn dat we dit jaar ons 75-jarig bestaan vierden. Een jaar dat echter niet zozeer als jubileumjaar herinnerd zal worden, maar wel als het jaar van corona. Het virus speelde ons jubileumjaar ook wel parten. Aanvankelijk was het de bedoeling om in juni, precies 75 jaar na het verschijnen van de eerste krant, met een feestelijke bijlage te komen. Maar het was niet de tijd om adverteerders te benaderen voor advertenties om ons feestje mee op te tuigen. Die hadden genoeg aan zichzelf om in de moeilijke tijden het hoofd boven water te houden. Een symposium voor onze adverteerders is er ook niet van gekomen. Het leven met beperkingen versoepelde echter in de zomer. Het enthousiasme om een jubileumbijlage uit te brengen was bij ons nog niet verdwenen. En wel een jubileumkrant met verhalen die toegespitst zijn op de geschiedenis van de Noordoostpolder en als bewaarnummer wellicht een iets langere houdbaarheid zal krijgen dan de wekelijkse krant. Om dat te realiseren zocht de redactie samenwerking met het Cultuur Historisch Centrum Noordoostpolder in Emmeloord. Vrijwilliger Aukje van der Molen van het CHC werkte enthousiast mee om ideeën uit te zetten. Het leverde een verrassend pallet aan onderwerpen op variërend van de ondeugende akkerbouwer die nog voordat de Ketelbrug klaar was er al in een Simca met zijn gezin overheen reed tot de geslaagde protesten tegen de komst van kernenergie en schaliegas. En van de eerste tulpentelers tot de conclusie dat de Noordoostpolder toch niet de vernieuwende samenleving is geworden die het dacht te kunnen worden. En misschien was de Parijse Week in 1969 wel de mooiste week in haar bestaan met heel veel vertier. De polderstad in een decor van Parijs. De week is nooit meer geëvenaard. Met Miep Potters blikken we terug naar letterlijk en figuurlijk de eerste stappen op het toneel in de polder. Wij wensen u veel leesplezier met deze jubileumkrant en wensen u prettige feestdagen. We hopen u nog vele jaren van dienst te kunnen zijn met nieuws uit de polder en zo verder te schrijven aan de geschiedenis. 

Cees Walinga