400 euro boete voor kijken naar rellen op Urk

Lelystad/Urk – Nu heeft hij heel veel spijt, maar in de nacht van 5 op 6 december vorig jaar kon een 26-jarige Urker zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen.

De vuurwerkrellen op Urk waren een welkom verzetje in een wereld die geregeerd werd door beperkende coronamaatregelen. ‘Ik liep gewoon de ramptoerist uit te hangen.’

Aanvankelijk was de Urker bij de rotonde bij het Wilhelminapark, maar toen er werd omgeroepen dat er een noodbevel was afgegeven en iedereen daar weg moest, vertrok hij. ‘Ik ging bij de begraafplaats staan en wist echt niet dat het noodbevel van de burgemeester ook daar gold. Het was op 200 meter afstand van de rotonde waar het allemaal gebeurde’, legde hij maandag uit in de Lelystadse rechtszaal.

Voor de zondag binnen

Eigenlijk had hij gewoon direct naar huis moeten gaan. ‘Naar mijn vrouwtje. Normaal gesproken ben ik ook altijd voor de zondag weer binnen. Maar ik bleef kijken uit nieuwsgierigheid. Vind het altijd heel interessant hoe dat in zijn werk gaat met de politie en zo. Achteraf stom natuurlijk.’

Helemaal omdat het nu lijkt alsof hij meedeed aan de rellen, terwijl hij er juist zo op tegen was. ‘Ik keur het enorm af wat daar gebeurde. Het is toch ongelofelijk in je eigen dorp? Daar staan we weer mooi mee op de kaart in Nederland’, klonk hij cynisch.

400 euro boete

De officier van justitie eiste een boete van 400 euro tegen de man. Zij gelooft best dat hij niet actief meedeed aan de rellen. ‘Hij werd slachtoffer van zijn eigen nieuwsgierigheid. Hij had ook moeten weten dat hij daar niet mocht staan, het heeft nota bene in de krant gestaan en Urk was in die tijd landelijk in het nieuws na al die rellen.’

Volgens haar werd de onrust in het dorp juist versterkt door al het publiek dat stond te kijken, zoals ook deze Urker deed. ‘Daar worden de relschoppers nou juist door aangemoedigd.’

Spijt

De politierechter vonniste conform de eis van de officier. En daar kon de verdachte wel mee leven. ‘Ik heb spijt en wil snel weer verder mijn leven. Dit was de eerste en meteen ook de laatste keer dat ik met Justitie in aanraking ben geweest.’