Vaders Aardappelen in Rutten sluit

Rutten Vaders Aardappelen van Bram en Jenny Vader aan het Venepad bij Rutten stopt ermee als de laatste aardappelen straks in mei verkocht zijn.

‘Er is geen opvolging’, zeggen de twee, maar voegen ze er in een adem aan toe. ‘Dat klinkt soms zo zielig, maar dat is het niet. Onze drie zoons hebben hun eigen pad gekozen. We zouden ook nog wel een paar jaar door kunnen gaan, maar we zitten op een punt dat we zouden moeten investeren en dat geld zouden we niet meer terugverdienen. Daarom is nu het moment om er een punt achter te zetten.’

Bram (58) en Jenny (54) sluiten met enige pijn in hun hart hun boerderijwinkel, want ze zullen de vaste klanten enorm missen. Ruim 21 jaar geleden nam Bram de zaak van zijn vader Ries over. Bram trad daarmee in de voetsporen van zijn grootvader Bram die in 1953 vanuit Walcheren naar het Venepad bij Rutten kwam. Op een kavel van 12 hectare begon de Zeeuw een akkerbouwbedrijf. ‘Opa kwam hier naartoe door een ruilverkaveling op Walcheren. Hij maakte ruimte voor anderen.’

Klantenschare

In de 21 jaar hebben Bram en Jenny een vaste klantenschare uit de polder en Zuidwest-Friesland opgebouwd. Het bijzondere van het bedrijf is dat het de hele keten in eigen beheer heeft. ‘We doen alles van poten tot en met verkoop.’ Het bedrijf, van nu 22 hectare, verbouwt in wisselteelt aardappelen, bieten, uien en graan. De aardappelteelt was economisch gezien de hoofdzaak met het poten, inpakken en vermarkten. In de winkel verkochten ze ook eieren, uien en als het seizoen daar was stoofperen.

Van heinde en verre kwamen klanten voor Doré, Eigenheimer, Irenes, Bildstar en Annabel naar de Vaders voor een zak van 10 kilo piepers. ‘Heerlijke tafelaardappelen van de traditionele rassen. Als klein bedrijf moet je ook wel kwaliteit leveren, want je spreekt de klanten zelf. Als het niet goed is hoor je het meteen’, zegt Jenny. ‘Het houdt je wel scherp’, vult Bram aan.

De kwaliteit bij de boer blijft ook goed doordat de aardappelen niet door een wasstraat gaan en in vrachtwagens naar supermarkten gaan om vervolgens nog eens naar de winkels te worden gebracht, noemt Bram een belangrijk aspect van de kleinschalige aardappelboer. Bovendien krijgt hij een eerlijke prijs voor zijn product.

Kleinschaligheid

Kleinschaligheid ziet er uit als een schoolvoorbeeld waar het in de landbouw misschien naar toe moet, filosofeert Bram. ‘Maar ik moest er wel een baan bij hebben om dit te kunnen doen’, realiseert hij. ‘Ik werk ook bij MPC-ECAS waar ik audits doe voor certificering in de agrarische sector.’ Toen hij destijds de zaak van zijn vader overnam werkte hij voor aardappelhandelshuis Meijer in Emmeloord. De afgestudeerde aan de HAS in Dronten kon het bedrijf overnemen juist dankzij de halve baan die hij elders had.

Het laatste jaar van Bram en Jenny in de zaak was overigens niet slecht. ‘Het is nu hip om streekproducten te kopen, lokaal bij de boer in de buurt. Daar profiteren wij ook wel van en ook door corona hebben we een toename gezien.’ Van hun akker ging er jaarlijks zo’n 250 ton aardappelen over de toonbank. Half mei als de aardappelen die vorig jaar van de akker kwamen allemaal de deur uit. De klanten die altijd weer snakken naar de eerste nieuwe aardappelen zullen Bram en Jenny dit jaar missen.

Bezinnen

Als de schuur leeg is gaan ze opruimen en zich bezinnen op hun toekomst. ‘We weten nog niet wat we gaan doen. We blijven hier gewoon wonen en nemen er de tijd voor om ons te bezinnen op de toekomst. Nu we nog steeds druk zijn met de zaak kom je daar niet aan toe’, besluit Jenny.

Cees Walinga