Franse auto laat Jippe Koopmans niet los

Emmeloord ‘Mijn eerste auto was een Renault 8. Je kent ze misschien nog wel; zo’n auto zoals een kind die tekent’, legt Koopmans beeldend uit in de kantine van het garagebedrijf in Emmeloord. ‘Ja die had de motor achterin’, merkt een collega op tijdens het koffiekwartiertje. ‘En met de ouderwetse handpook’, vervolgt Koopmans het gesprek.

Na enkele jaren metaalbewerking op de CTS in Sneek stapte hij over naar autotechniek op de openbare technische school in de Waterpoortstad. Met dat diploma op zak klopte hij aan bij de Renaultgarage, waar hij als 16-jarige aan de slag ging. Op de brommer van zijn broer reed hij vanuit zijn geboortedorp Oudega SWF de 15 kilometer naar Sneek. ‘En ik reed af en toe met een collega uit het dorp mee.’

Gasinstallaties

Met eenmaal het rijbewijs in handen ruilde hij de brommer snel in voor de auto. In de sneeuwwinter van 1979 kreeg hij een nieuwe aanstelling bij Peugeot-dealer Schaap in Emmeloord. ‘Het was een half uurtje rijden vanuit Oudega, maar dan moet er geen sneeuw liggen.’ Het was de winter dat de sneeuw in februari tot de dakgoten lag en wegen een week lang onbegaanbaar waren.

Hij hoefde overigens niet lang te pendelen, want na zijn huwelijk met Fokje in 1981 verhuisde het jonge stel naar Emmeloord. Hij had toen de Renault 8 ingeruild voor een Renault 12 en was specialist in het inbouwen van gasinstallaties. ‘Renault had geen dieselmotoren en omdat het financieel aantrekkelijk was om op gas te rijden, werden veel auto’s voorzien van een gasinstallatie. Ik had dat in mijn eigen auto al gedaan en werd de specialist op dit gebied.’

Niet dat iedereen in die tijd voorstander was van het ombouwen. ‘Op gas moet je koken en niet rijden’, werd toen ook wel veel gezegd’, herinnert Koopmans zich. Daarna werkte hij jarenlang bij Suzuki-dealer en universeel Citroënspecialist Han Schilder in Bant.

Feestjes

‘Dat was een mooie tijd in een arbeiderswoning aan de Polenweg met onze drie zoons. Het is de gezelligste weg van Bant met veel feestjes. We maakten de mooiste optochtwagens en als er dan voor 100 gulden iets aangeschaft moest worden voor de praalwagen en moeilijk gedaan werd, lachten we het weg met een biertje. Dat een paar kratjes bier ook geld kostte, werd nooit over gediscussieerd.’

Het gezin woonde 13 jaar in Bant en ging in 1999 toen de kinderen naar het middelbaar onderwijs in Emmeloord gingen, terug naar de stad. Koopmans werkte ook enkele jaren bij Autobedrijf Loogman, een VW- en Audidealer in Lelystad. ‘Ik wilde wel eens wat anders.’ Na vijf jaar keerde hij op zijn schreden terug. Koopmans ging bij Garage Mulder aan de slag die de hoofdvestiging in Balk had. Het bedrijf werd in 2005 overgenomen door Hylkema. Koopmans is er technisch specialist en keurmeester. ‘En verder doe ik alle voorkomende werkzaamheden. Fedde Mulder zei bij mijn aanstelling dat hij iemand zocht die een trekhaak kon monteren en een storing oplossen.’

Bougie vervangen

Om dat waar te kunnen maken heeft Koopmans heel wat cursussen gevolgd. ‘Er is veel meer elektronica in de auto’s gekomen. Dat moet je bijhouden en ook de aircosystemen veranderen. Daarin moet je mee.’ Door de opkomst van de elektrische auto neemt het onderhoud in het algemeen af, weet Koopmans. ‘In de toekomst is er minder garagewerk. De banden en remsystemen blijven, maar een bougie vervangen, olie verversen of een koppelingsplaat herstellen is er straks niet meer bij.’

Koopmans wordt overigens wel vervangen, want voorlopig is er nog volop werk aan de winkel voor de monteurs bij Haaima&Hylkema. ‘We weten ook nog niet hoe het komt met de accu’s op termijn. Dat moet de praktijk uitwijzen, maar een lekke uitlaat is er straks beslist niet meer bij.’

Caravantrekker

Zijn laatste werkdag is officieel 30 juli, maar hij heeft nog wat vrije dagen staan. Hij is klaar om de Knaus caravan achter de Peugeot 3008 te koppelen. ‘Dat is een goede caravantrekker’, weet de ervaren campinggast. De bestemming is al jaren de Holländische Hof in Senheim aan de Moezel bij Cochem als de wijnfeesten los zijn. ‘Ik was een bierdrinker, maar ik heb daar het wijndrinken geleerd.’

En verder gaat hij van de vier kleinzoons genieten en weer veel wandelen. De Nijmeegste 4Daagse, die hij 12 keer liep, staat niet meer op de agenda. ‘Die wordt me te druk, ik loop liever kleinere 4daagsen lopen. Ik heb de laatste tijd minder gewandeld, omdat alle georganiseerde tochten niet doorgingen. Ik hoefde nergens voor te trainen. Naast de georganiseerde tochten wil ik straks afstandspaden lopen, zoals het 11-Stedenpad en het Flevopad.’ 

Cees Walinga