‘Vegniek DiscMaster is nieuwe revolutie in het plukken van aardappelloof’

Emmeloord - Mechanische loofdoding is voor veel aardappeltelers een serieuze overweging waard voor de loofvernietigingsstrategie. Reden voor Vegniek uit Emmeloord om een geheel nieuwe machine te ontwikkelen. Dit heeft geresulteerd in de robuuste DiscMaster.

Afgelopen teeltseizoen zijn de eerste machines in werking gesteld, die resultaten waren veelbelovend en maakte indruk. Reden voor Vegniek om naast de 4-rijer ook een 2-rijer op de markt te zetten. Nadat enkele loofdodingsmiddelen op markt waren verboden werden aardappeltelers gedwongen om na te denken over alternatieven. De overgebleven chemische loofdodingsmiddelen werken vaak alleen afdoende in een toepassingsschema wanneer de loofklapper eraan te pas komt. Daardoor is het aantal rijbewegingen in het perceel voorafgaand aan het rooien bij looftrekken of conventioneel loof behandelen gelijk geworden. Sterker nog, met looftrekken ben je doorgaans in één werkgang klaar, in tegenstelling tot een aanpak met klappen in combinatie met twee keer spuiten. En het spaart minimaal één bespuiting uit.

Meerdere voordelen

Bij looftrekken is het tijdstip van de teeltstop goed te plannen, zodat het beter kan samenvallen met de juiste potermaat en het gewas niet “uit de maat” groeit. In de consumptieteelt geeft het ook de mogelijkheid om het gewas nog zo lang mogelijk met het overgebleven vitale bladapparaat door te laten groeien. Na het looftrekken kun je doorgaans sneller rooien. Omdat alle stengels worden verwijderd, sterft de moederknol sneller af en is er geen virusindringing meer in de knol. Ook stimuleert het looftrekken direct het afharden van de aardappelhuid. De knollen gaan zo beter beschermd het land af én de opslag in. Verder verbeterd de rooibaarheid, doordat het verband uit het wortelgestel wordt getrokken en wil het beter zeven tijdens het rooien. Bij het looftrekken is het belangrijk om de stevigheid van de rug intact te houden, zodat er geen aardappelen uit de rug getrokken worden of bloot komen te liggen en de ruggen niet gaan uitzakken bij een stevige regenbui met alle gevolgen van dien. Ook gewasstadia variëren afhankelijk van ras en grondsoort waardoor in de praktijk de looftrekker te maken heeft met sterk of wat brozer loof en bij het ene ras zitten de knollen vaster aan het loof dan bij een andere.

Techniek DiscMaster

Na het loofklappen worden de circa 20 cm lange plantstengels door torpedo’s en met behulp van twee tegendraads draaiende hydraulisch aangedreven stalen trommels naar het hart van de rug gedwongen. Daarna wordt het loof geklemd tussen twee hydraulisch aangedreven spaakwielen met daartussen rubberen schijven. Door de draaiende beweging wordt het loof uit de rug getrokken. De klemkracht waarmee de trekschijven tegen elkaar aangedrukt worden, wordt hydraulisch geregeld door middel van klemcilinders. Daarna wordt het loof geklemd tussen twee hydraulisch aangedreven spaakwielen met daartussen rubberen schijven. Door de draaiende beweging wordt het loof uit de rug getrokken. Om de rug intact te houden en om de aardappelen in de rug te houden zijn aan de trekelementen glijsloffen gemonteerd. Deze zitten strak naast de trekschijven. In de tussenruimte tussen de beide glijsloffen worden de stengels doorgetrokken. Eventueel omhoog komende aardappelen worden zo dus tegen gehouden door de glijsloffen. Zoals te zien is laat de machine een egale rug achter, zonder openingen , scheuren of “gootjes”, zodat (hevige) regenval geen kans krijgt om de aardappelrug te laten verzakken. Om de rug intact te houden en om de aardappelen in de rug te houden zijn aan de trekelementen glijsloffen gemonteerd. Deze zitten strak naast de trekschijven.

Instellen van de werkdiepte

De werkdiepte is bepaald door de afstelling van de diabolorollen. Met de slingers aan de achterzijde zijn deze te verstellen. Verder hangt het element in veren aan een paralellogram. Hierdoor is ieder element afzonderlijk bodemvolgend. Met de hydraulische cilinders kan het element op de kopakker of spuitspoor geheven worden. Afhankelijk van de omstandigheden is een rijsnelheid van 2,5 km tot 5 km per uur haalbaar. Een capaciteit van één hectare per uur is haalbaar. De hoogte van de hef bepaalt hoeveel het element in de veren hangt. Hierdoor is de druk op de diabolorol te regelen. Bij droge omstandigheden is het devies de rug harder aan te drukken en in natte omstandigheden hoeft de rol de rug nauwelijks aan te drukken. De machine is aangedreven door de LS hydrauliek van de trekker. Draaisnelheid en richting is eenvoudig in te stellen vanuit de cabine. De hoogte van de hef bepaalt hoeveel het element in de veren hangt. Hierdoor is de druk op de diabolo-rol te regelen.

Meer informatie

Het afgelopen jaar is er met twee DiscMasters volop getest. Er is ervaring opgedaan op verschillende grondsoorten, verschillende rassen en onder verschillende omstandigheden. De afgelopen periode zijn er naast 4-rijers ook een 2-rijers geproduceerd deze zijn nu beide beschikbaar. Voor meer informatie over deze machines of voor een demo bij u in het veld: Mechanisatiebedrijf B. Naaktgeboren - Matthijs Jansen op 06-13566180 of kijk op www.naaktgeboren.com/vegniek/