Robin Boersma: ‘Klinkt gek, maar een beetje doodgaan vind ik leuk’

Emmeloord - Robin Boersma beaamt, dat hij voor een ‘heftig onderdeel’ van de atletiek heeft gekozen. ‘Ik vind de 400 meter horden superleuk. Kijken tot hoe ver ik mijn lichaam kan pushen. Dwars door die pijn heen vechten.’

In het laatste weekend van juni probeert de 19-jarige Emmeloorder weer het uiterste eruit te persen op de Nederlandse kampioenschappen. Zijn doelen: een podiumplek en een persoonlijk record. Boersma heeft er een goed gevoel over. Op de laatste nationale kampioenschappen liep hij telkens een PR. ‘In de trainingen gaat het prima, maar in wedstrijden is het er nog niet uitgekomen. In Tilburg liep ik 53,50 seconden, mijn beste seizoentijd. Mijn PR is 53,31. Ik hoop dit seizoen onder de 53 te duiken. Op het NK moet het gebeuren.’

Vorig jaar koos Robin Boersma definitief voor de 400 meter horden. Van jongs af aan had hij iets met de hinderlijke obstakels. In overleg met zijn trainer Sybout Wijma liet hij de 110 meter horden vallen. ‘Ik ben geen pure sprinter. Ik moet het hebben van 200 meter of meer. Daarom heb ik gekozen voor de 400 meter. Vind ik toch leuker. Doodgaan tijdens de race, het klinkt gek, dat vind ik leuk. Ik houd wel van een uitdaging.’ Het misschien wel grootste obstakel van de 400 meter horden: ‘Verzuring. En goed ook. Daar krijg je altijd mee te maken.’

Wonderlijk gemakkelijk

Gemiddeld gesproken dan, want het verschilt per race. ‘De ene keer gaat het wonderlijk gemakkelijk en de andere keer denk ik op de helft van de race al: oei.’ Belangrijk is, dat een hordenloper lekker in zijn ritme komt, goed met de passen tussen de horden uitkomt. Voor Robin Boersma zit daar ook een uitdaging, want sinds dit seizoen heeft hij dat ritme aangepast. Voorheen deed hij vijftien passen tussen de tien hordes, nu doet hij veertien passen tot de vijfde horde en daarna vijftien. ‘Dat is lastig, maar het was nodig.’

Dat zit zo: hoe sneller je loopt, hoe minder passen je moet zetten. Heel hard lopen met te korte pasjes is inefficiënt, kost teveel energie. Dat schiet niet op. Rob Boersma werkt sinds afgelopen januari aan perfectionering van zijn nieuwe ritme. Dat is niet het enige waaraan de Emmeloorder moet werken om progressie op het technisch lastige onderdeel te maken. De passage van de horden en, hoe kan het anders, de snelheid behoeven nog verbetering. Boersma traint zeven keer per week keihard om nog beter te worden.

Mijn rechterbeen

‘Met mijn rechterbeen ben ik veel beter dan met mijn linker. Van nature ben ik geneigd als eerste met rechts over de horden te gaan. Dat zit in mijn systeem. Met links als eerste een horde passeren gaat minder soepel, dat voelt onwennig. Links en rechts moeten op hetzelfde niveau komen. Dat is ook een kwestie van ervaring. Na een jaar of twee moet ik geen verschil meer merken. Het begint nu, na een half jaar, al wat te wennen’, doceert Boersma, die aangeeft dat hij nog veel jaren voor de boeg heeft, voordat hij normaal gesproken op zijn topniveau zit.

En wat voor elke hardloper geldt, gaat ook op voor Robin Boersma: constant werken aan een hogere snelheid. ‘Met mijn passenritme gaat het de goede kant op, maar de snelheid kan altijd hoger. Ik moet niet te voorzichtig van start gaan, maar meteen de race hard starten. De verloren tijd als gevolg van een te trage start haal je nooit meer in.’ In de wedstrijden, die Boersma tot nu toe liep (onder meer in Lisse, Vught, Tilburg en België), ging het niet echt top, al is hij niet ontevreden. ‘Of het eerste of het laatste deel klopte niet. De hele race moet kloppen om onder de 53 seconden uit te komen.’

Juiste instelling

Dat moet dan maar in Breda op het NK gebeuren. Pieken op het goede moment, daar gaat het om. Aan de juiste instelling zal het niet liggen. Buiten de atletiek maakt Robin Boersma progressie. Via de mavo en havo is hij op de Johan Cruyff Academy in Groningen beland, waar hij commerciële economie studeert. ‘Het gaat goed. Ik heb al mijn opdrachten af en ik kan de studie goed met trainen combineren. Het is veel zelfstudie. Ik denk erover om na afronding van mijn hbo-studie verder te studeren.’ Robin Boersma gaat voor het hoogste, ook in de atletiek. Vorig jaar werd hij vierde op het NK. ‘Dit jaar moet een podiumplaats erin zitten.’

Harry de Ridder