Laatste kunstje Remco Grasman

Emmeloord - Remco Grasman eindigde vorige week op het NK tijdrijden nog net binnen de top 10. In de categorie elite zonder contract werd hij in Emmen negende. ‘Het niveau is ongelooflijk hoog’.

De tijdrijder, die volgend jaar Abraham ziet, heeft de conclusie getrokken dat het mooi is geweest. De gebrekkige voorbereiding op het nationale kampioenschap hielp niet mee aan een topklassering, maar de Emmeloorder beseft dat aan alles een eind komt. Ook aan zijn prachtige loopbaan als tijdrijder. Hij werd in 2014 en 2016 Nederlands kampioen. Na de tijdrit in Emmen besefte Grasman, dat zijn leeftijd en de kunstheup een nieuwe podiumplaats onbereikbaar maken. ‘Al die tijd en energie erin stoppen, het is het me niet meer waard.’

De voorbereiding op het NK, dit keer een tijdrit over bijna 30 kilometer met een venijnig klimmetje erin, was al waardeloos. Grasman werd in april tijdens een trainingsrit beroofd van zijn tijdritfiets en moest voor het NK, dat in eerste instantie niet zou doorgaan, een nieuwe fiets bij elkaar sprokkelen, zoals hij het noemt. Een foute tijdwaarneming bij de selectiewedstrijd op de dijk Lelystad – Enkhuizen dreigde nog even roet in het eten te gooien, maar dat kwam uiteindelijk goed. ‘Het leverde me allemaal veel stress op. Anders leefde ik naar het NK toe, maar dit was een tussendoortje’.

Kunstheup

De coronamaatregelen verhinderden, dat Remco Grasman weinig aan zijn vorm kon schaven. En hij nam normaal altijd vrij om zich goed voor te bereiden, maar dat zat er door drukte op zijn werk dit keer ook niet in. Kortom, de voortekenen waren niet gunstig. ‘En ik fietste voor het eerst een NK met mijn kunstheup. Ik merkte, dat die heup toch een beperkende factor is. In een wedstrijd, die langer is dan 20 kilometer, gaat ie opspelen. Het was in Emmen een heel technisch parcours, waarin je veel moest aanzetten. Funest voor mijn kunstheup.’

Conclusie: dit was het laatste NK tijdrijden bij de elite zonder contract. Remco Grasman heeft besloten volgend jaar bij de vijftigplussers (of eerbiediger: de masters) te gaan rijden. Begin juli is hij van de partij bij de districtskampioenschappen Oost, die hij maar liefst vijf keer op rij won. Ook daar verwacht hij geen hoge ogen te gooien. ‘In Oost is het niveau van de renners ook hoog.’ Hij zit er niet mee. Nog één keer vol op de pedalen in Heerde en dan is het gebeurd. ‘Dat wordt mijn laatste kunstje. Het is goed. Ik heb een mooie tijd gehad.’
Harry de Ridder