Hoog in de lucht, een onbeschrijflijk gevoel

Emmeloord - Julian Jansen heeft ontzettend veel zin in de Nederlandse kampioenschappen, komend weekeinde in Breda. ‘Ik ben het afgelopen jaar sterker en beter geworden, zeker weten. Een medaille pakken? Acht ik niet onmogelijk.’

De verspringer annex sprinter uit Emmeloord debuteert op de NK atletiek bij de senioren. Hij werd in de C-jeugd al eens nationaal kampioen bij het verspringen. Vorig jaar pakte hij een bronzen plak bij de junioren door voor het eerst over 7 meter te springen: 7.08 meter. ‘Perfect getimed’, grijnst Jansen. Hij straalt zelfvertrouwen uit en denkt, dat hij op het NK hoge ogen kan gooien. ‘Het deelnemersveld is niet veel sterker dan bij de junioren. Een podiumplaats behoort absoluut tot de mogelijkheden. Dat zou geweldig zijn, na de coronaperiode zo terugkomen en zo’n prestatie neerzetten. Lijkt me mooi.’

De 20-jarige atleet staat echt te popelen weer aan een serieuze wedstrijd mee te doen. Julian Jansen is niet, zoals hij dat noemt, een ‘Papendal-atleet’. Daarvan ondervindt hij hinder. ‘Die gasten worden, ook al zijn ze minder snel, eerder toegelaten tot wedstrijden om ze meer kans te geven limieten te lopen.’ Coronamaatregelen zorgden er namelijk voor, dat minder atleten dan normaal aan de start mochten verschijnen. Zonder beschermde status minder kans, aldus Julian Jansen. En dus moet hij de 200 meter op de NK aan zich voorbij laten gaan.

Betere verspringer

‘Jammer’, vindt Jansen. Hij mag dan wel focussen op het verspringen, dat wil niet zeggen dat sprinten er voor hem een beetje bij hangt. ‘Het sprinten is de basis voor het verspringen. Ik vind sprinten leuk en het helpt me een betere verspringer te worden. Ik ben best snel. Mijn persoonlijke record op de 100 meter is 11,04 seconden. Op het NK wil ik echt onder de 11 seconden lopen.’ Dat hij niet aan de 200 meter mag meedoen, komt doordat zijn laatste geldige tijd op die afstand meer dan twee jaar oud is. Corona gooide roet in het eten. Of een teveel aan rugwind was spelbreker.

Er blijft genoeg over voor de veelzijdige atleet om op de NK uit te blinken. De ex-meerkamper (‘Ik kreeg het polsstokhoogspringen niet onder de knie’) krijgt in dit coronajaar één kans om te pieken en die kans wil Jansen met beide handen aangrijpen. Hij gaat voor aanscherping van zijn persoonlijke records op de 100 meter sprint en het verspringen. ‘Ik heb voor het eerst een jaar lang blessurevrij kunnen trainen. Ik heb veel last gehad van mijn hamstrings. Door corona lag de focus minder op pieken in wedstrijden, misschien heeft dat geholpen. Zeker weten doe je dat niet.’

Echt hongerig

Feit is, dat de student commerciële economie zich ijzersterk voelt. Hij zegt honderd procent zeker te weten, dat hij sterker en beter is dan ooit tevoren. ‘Op de training sprong ik enkele weken geleden met een aanloop van negen passen verder dan 7 meter. Met een normale aanloop ontwikkel je zoveel meer snelheid, dus op het NK verwacht ik heel wat. Dichtbij de 7.20 meter moet kunnen, als het niet verder is. Absoluut.’ Gebrek aan wedstrijden en dus uitdagingen heeft Jansen op scherp gezet. ‘Ik ben echt hongerig om goed te presteren.’

De atleet van RTC Noord houdt toch het meest van verspringen, dat reeds in de klassieke oudheid onderdeel van de Olympische Spelen was. Ver voor het begin van onze jaartelling was verspringen een van de sporten waaruit de olympische vijfkamp bestond. ‘Klopt, uit verspringen haal ik de meeste voldoening’, zegt Jansen. ‘Het gaat om kracht, techniek en snelheid. ‘Hoog in de lucht’, dat gevoel is onbeschrijflijk. Afzet, hoek, landing, opstaan: alles moet samenkomen in dat ene moment. Als dat lukt, is dat geweldig.’

Sterker en sneller

Daar zeg hij wat: als het lukt. Vaak lukt het nog niet. ‘Mijn afzetpas is nog wat te laag, waardoor ik niet optimaal omhoog kan springen. Dat moet beter. En ik moet nog sterker en sneller worden en dat weer vertalen in een goede sprong’, weet Jansen. ‘Mijn aanloopconsistentie moet ook beter. Je moet min of meer altijd hetzelfde bij de afzetbalk uitkomen. Bij mij scheelt het te vaak te veel, ervoor of erachter. Ach, er is altijd genoeg te verbeteren. Is ook goed, want dat houdt je leergierig. Dan weet je waarvoor je zo vaak traint.’

Wie weet komt alles tezamen in Breda. Julian Jansen ziet het wel voor zich. ‘Het kan een heel zonnig weekeinde worden voor mij.’

Harry de Ridder