Wordt Duncan ooit kampioen?

MARKNESSE - Met Tosca werd Christiaan Kootstra begin september Nederlands kampioen. Hij wist al heel jong, dat hij met honden wilde werken. ‘Ik ging altijd met mijn vader mee. Het is me met de paplepel ingegoten.’

De 31-jarige hondenliefhebber, in het dagelijks leven surveillant bij de politie Lelystad, werd kampioen in de categorie ‘politiehond II’ met een leenhond. ‘Destijds had ik een pup, die nog te jong was om te trainen en aan wedstrijden mee te doen’, zegt Kootstra. Hij mocht de Mechelse herder lenen en had haar anderhalf onder zijn hoede. In Eindhoven was hij de beste over twee dagen. ‘Ik wist dat Tosca een goede hond is, maar het moet er wel uit komen. Ze is eigenzinnig, ik heb er veel werk aan gehad om haar in het gareel te krijgen. Het was heel spannend. Nee, ik baalde niet dat Tosca niet mijn eigen hond is. Ik was heel blij, dat ik het vertrouwen van haar eigenaar kreeg.’

Kwaliteiten

De inwoner van Marknesse heeft op het ogenblik twee jonge honden op hok. Henke is nog maar acht maanden, Duncan is tweeënhalf jaar. De Mechelse herders moeten nog veel leren, voordat ze zover zijn als Tosca. ‘Nee, ze hebben nog geen certificaat. Ik wil april volgend jaar met Duncan in training voor de keuring politiehond I, het koningsnummer van onze sport. Kampioen worden in die categorie, dat is voor mij de grote uitdaging.’ Of dat ooit lukt, is volgens Kootstra ook een kwestie van geluk. ‘Een clubgenoot van mij vindt dat Duncan er de kwaliteiten voor heeft, maar hij moet zich op belangrijke dagen wel goed houden.’

Een certificaat binnenhalen is al lastig genoeg, laat staan kampioen worden. Je moet genoeg punten scoren op selectiewedstrijden om in aanmerking te komen voor een certificaat. En als je aan een NK meedoet, mag je maar heel weinig punten verspelen. Kootstra: ‘De top zit dicht tegen elkaar aan. Als je een oefening mist, kun je meteen stoppen.’ Wat maakt een herder een goede politiehond? ‘Hij moet z’n mannetje staan, niet te aanhankelijk zijn, een eigen wil hebben, lef tonen. Hoe moet ik dat verder zeggen? Hij moet niet bang zijn, op avontuur willen gaan.’ Als een hond deze kenmerken al heeft, is het nog een kwestie van de lange adem. Kootstra: ‘De gemiddelde opleidingstijd is drie jaar.’

De Sluus

Christiaan Kootstra is lid van Politiehonden Dresseerclub De Sluus uit Zwartsluis. In eerste instantie had hij er geen behoefte aan lid te worden van een club toen hij een jaar of tien geleden zijn eerste hond aanschafte. ‘Toch ben ik een keer in Meppel gaan kijken’. Hij besloot alsnog met zijn hond te gaan trainen op zoeken, bijtwerk en springen. In Zwartsluis, waar hij minimaal drie keer per week te vinden is. Goede honden worden verkocht aan de politie of soms, zoals in het geval van Kootstra, aan een nieuwe eigenaar in de Verenigde Staten. ‘Daar doen ze dienst als personal protection dog. Nee, je verdient er niet veel aan. Hoogstens een paar honderd euro heb ik eens uitgerekend.’

Politiehonden trainen, certificaten scoren en aan kampioenschappen: het is volgens Kootstra echt een sport. ‘Het gaat om de punten, hè?’ De Marknessenaar geniet misschien nog wel het meest van de band, die je met een hond opbouwt. ‘Ik ben een echte liefhebber, reed als klein jochie al paardje op de hond van mijn vader. Natuurlijk, als je resultaten haalt, maakt het dat extra mooi.’ Kootstra is ook een echte clubman. ‘Ik vind het mooi om elkaar binnen de vereniging te helpen. Zaterdags ben ik vaak met anderen de hele dag op pad. Ga ik mee, gewoon om te kijken hoe clubgenoten het doen en om aanwijzingen te geven. Op de club ben je met elkaar bezig, dan is het leuk om erbij te zijn als iemand een certificaat kan halen.’