Oh oh Emmeloord

Uitzicht

Zomer, zes weken schoolvakantie. Twee weken kamperen in Zeeland, naar het Avonturenpark in Hellendoorn en verder was het in de Middelplaat buitenspelen en nog meer buitenspelen. Toen we op een dag iets nieuws bedachten en ook dit klusje geklaard was – alle klinkers in de straat tellen en van een nummer voorzien - bleek het tevens de dag dat het spelen op was. De verveling sloeg toe. Wat te doen? Alle hutten waren gebouwd, de vuurtjes gestookt en honderden van Wehkamp papier gerolde pijltjes werden met de blaaspijp weggeschoten richting openstaande ramen; ook geen zin meer in. De rolschaatsen stonden op de velgen in de schuur, alle broeken groen en versleten van het boompje klimmen. Het ooit groene voetbalveldje was zo uitgesleten, dat het leek op een dorre Afrikaanse akker vol loopgraven. Op de plek van de keeper een uitgesleten plek die langzaam een kuil was geworden. In die kuil zaten wij. Verveeld, uitgespeeld. Wat zullen we eens gaan doen. Een ijsje vragen? Nee, al gedaan. Naar Wiebe fietsen voor een Magnum? Nee, het zakgeld werd al besteed aan een sleutelhanger en een plakhandje in Hellendoorn. Maar wat was dat? Wie kwam daar aanstuiven in de verte? Is dat Japie soms en wat zit hij te schreeuwen? En of het Japie was die we vanuit de kuil aan zagen komen. Als een bezeten Titaantje kwam hij aanrazen op z’n crossfiets. “Ik mag helpen bij de poldertoren! Wat? Ik mag helpen bij.. Ja! Helpen met wat?! Met het verkopen van kaartjes en de straat netjes houden, vegen! Ik mag dan ook gratis op de poldertoren en dan kan je ver kijken! Verder dan Emmeloord zelf!” Japie helpen, dan wij ook helpen. Op onze crossfietsen over de stoep langs de Pilotenweg en Drostlaan richting het centrum. Naar de poldertoren, een week lang. De helper Japie en zijn helpers. “Zeg Japie wie zijn die andere jongens? Die komen ook uit de Middelplaat en helpen mij. Oh, die ‘helpen’ jou… maar kunnen ze niet beter in de Middelplaat gaan ‘helpen’ dan?” Wie het snelst de trap op kon en weer naar beneden. Stuiterballen die suizend naar beneden vielen en met dezelfde vaart weer omhoog kwamen. ‘Jongens waren we, maar aardige jongens.’ Zo af en toe kwamen er bezoekers die een kaartje kochten. Dan moesten we normaal doen van Japie, want het was wel zijn werk. Net als de bezoekers keken we dan boven op de toren verwonderd voor ons uit over Emmeloord. Over de stad uit het water, over groene akkers tot in de verre einder. Schitterend, maar het kan niet meer. Tegenwoordig is de poldertoren gesloten. De Duitse toerist die in de zomer vanuit Lemmer Emmeloord bezoekt, staat voor een gesloten deur. Japanse studenten die voor een uitwisselingsproject in de Noordoostpolder verblijven en gastarbeiders die op grote hoogte een selfie voor thuis willen maken: het zal geen storm lopen, maar zullen we volgende zomer de poldertoren voor ze openstellen? Een week of zes, moet kunnen lijkt me. Toch?

hermangrendelman@gmail.com