‘We doen het samen en er kan veel’

BANT - Erna Lensink kwam 16 jaar geleden als geroepen naar de protestantse gemeente in Bant. Zij had toen net de predikantsopleiding afgerond aan de Protestantse Theologische Universiteit, met als specialisatie gemeenteopbouw, en Bant zocht iemand die de veranderende kerk nieuw elan kon geven.

Bant en de Noordoostpolder waren helemaal nieuw voor de theologe die in de Achterhoek geboren werd en theologie studeerde aan de universiteit van Brussel. Daar leerde ze haar latere echtgenoot Huib Stolk kennen. Door de komst van kinderen maakte ze de studie niet af, maar toen haar man predikant werd in Roosendaal deed ze dat alsnog.

 

Na het beroep van haar man in Lelystad kwam voor Lensink de roep uit Bant in 2002 op haar pad. In de voormalige gereformeerde kerk aan de Noordwend was de intrededienst. ‘Bant wilde een open kerk zijn en daarin pionieren. Dat past bij me. Ik ben niet van de blauwdrukken. Ik hou wel van experimenteren en creatief zijn. Mijn visie voor de kerk is: bij de basis blijven, eenvoudig leven en gewoon doen. Daarbij is de ontmoeting heel belangrijk. Waar mensen met aandacht luisteren, en de ander willen zien, zoals hij of zij is, daar ontstaat ruimte, en echte vrijheid. Dat is volgens mij de vrijheid van de Geest. Die vrijheid maakt me ontspannen en hoopvol, ondanks alles.’

Niet vast in hokjes

Bant en Lensink pasten bij elkaar. ‘Ik kende de polder niet, maar Bant sprong er als moderne gemeente wel uit. Ik vond de polder fascinerend met de inwoners die uit alle windstreken van Nederland komen. Ze zitten niet vast in hokjes, maar met wat ze meenemen zoeken ze samen naar oplossingen.’ ‘Ik heb de verhalen gehoord van de pioniers. Heel boeiend. Ik ben met heel veel mensen een stukje meegelopen op hun levensweg, maar ook in de kerkelijke ontwikkelingen in het dorp. Toen ik kwam waren er nog drie kerken. Het proces van de verkoop van twee kerken en de aankoop van de Bantsiliek was mooi en toonde aan dat er in Bant mensen met visie en daadkracht zijn. Ook mensen met een droom.’

 

‘Die mensen waren ook verenigd in MOK, Model Open Kerk, opgericht in 1999. Die wilden voor de toekomst breder kijken dan de grenzen van de kerk. Het is een plek geworden van geloof en zingeving. En dat is ook de Bantsiliek, een plek voor iedereen, voor verdieping, zingeving, cultuur en samenlevingszaken. En dat is gelukt. Prachtig toch!’

Blauwdruk

Lensink is niet van de blauwdrukken, maar de aanpak in Bant zou een model kunnen zijn voor modern kerk-zijn. Het succes is volgens haar te danken aan de ‘we doen het samen gedachte’ in het dorp en het progressieve karakter van de gemeenschap: ‘er kan veel in Bant’.

 

Een zondags voorbeeld daarvan is het Uurtje Feest, een viering op zondagmorgen gericht op kinderen voor kerkelijken en niet-kerkelijken en voorbereid door enkele moeders. Bij de start in 2015 werd de hulp ingeroepen van kinderpastor Liesbeth Winters-Jonas uit Kraggenburg. ‘Iedereen wordt betrokken, ook in het onderdeel crealiek. Wij vinden het belangrijk dat je het leven viert en stilstaat in verwondering. Er is ook altijd een Bijbelverhaal, maar niet in uitgesproken Bijbeltaal, het is laagdrempelig.’

 

Lensink hoeft alleen maar te coachen. ‘Het is een actieve groep.’ Een ander experiment is het maandelijks Morgengebed, waar twee gemeenteleden voorgaan. Het zelf invullen van de diensten zou je ook een bezuiniging kunnen noemen. Dat is niet de insteek, maar Lensink is voor 40 procent verbonden aan de protestantse gemeente Bant en er komt geen opvolger. ‘Toen ik hier begon had ik nog een collega in het dorp, maar nu ben ik de laatste.’

Domineespost

Hoe het dan verder moet? ‘Dorpen zullen samen moeten werken om een domineespost te behouden’, vindt Lensink.

In Nagele, Kraggenburg, Creil en Espel spelen dezelfde problemen. ‘In het dorpskerkenoverleg in Noordoostpolder wordt die problematiek besproken.

De realiteit is dat niet ieder dorp meer een eigen predikant kan betalen, maar er moet in de dorpen wel een kerkplek blijven. En een dominee is wel nodig om verdieping te vinden.’

Bant werkt al veel samen met Luttelgeest en er zijn ook dorpen waar samenwerking nog niet nodig is. ‘Er zijn verschillende tempo’s. Sommige dorpen hebben minder behoefte, maar de protestantse kerken in de polder willen het anders aanpakken dan de Rooms Katholieke Kerk. De schaalvergroting van de parochies is een schrikbeeld. Om als kerken te overleven moeten ze meer zelf doen en is niet per se overal een dominee bij nodig. Het belang van de kerk mag echter niet onderschat worden. De kerk is meer dan een voetbalclub of jeu de boulesvereniging. Het is 'de gemeenschap der heiligen'. Deze uitdrukking duidt op een wereldwijde verbondenheid die de grenzen van tijd en plaats, en zeker ook de grenzen van de lokale kerk overschrijdt. Een 'community' waarvan de grenzen niet door mensen worden bepaald.’

 

Lensink is wat dat betreft optimistisch over de toekomst van de kerk in Noordoostpolder. ‘Je moet er niet met een gevoel van verlies naar kijken, maar kijk naar de goede dingen. Doe dingen waar je energie van krijgt. Laat los wat niet meer kan. Ik geloof daarbij in de kracht van de gemeenschap.’

Cees Walinga