Klassiek uit hoge noorden in polder

EMMELOORD - Als thema was dit gekozen voor “Het hoge noorden”. Aangezien Scandinavië minder rijk is bedeeld met componisten dan midden- en Zuid-Europa stond er een aantal relatief onbekende namen op het programma. Het ensemble speelde een drietal triosonates van Dietrich Buxtehude, die een deel van zijn leven in Denemarken doorbracht; aangename muziek, maar minder indrukwekkend dan de passacaglia op orgel waarmee Marion Boshuizen de dag opende, orgelwerk dat Buxtehude zijn faam bezorgde, onder ander bij de grote Bach.

Voor de mensen, die met de bus meereisden was het volgende onderdeel een optreden van het Kamerensemble uit het orkest van de 18e eeuw in De Ontmoeting in Creil. Zij presenteerden een zeer interessant programma met twee septetten van de onbekende Deen Bernhard Sick en van de Zweed Franz Berwald. Na horen van het eerste deel, moderato, verbaasde mij het niet dat Sick, ondanks het goede spel van het ensemble, onbekend is gebleven; een rommelige compositie met weinig karakter. De overige delen maakten het weer enigszins goed, vooral het tweede, wat fugatische deel. Een aangename verrassing was het septet van Berwald; sprankelend, afwisselend met mooie muzikale vondsten.

Basgamba

In de Bantsiliek verzorgde het Hathor Consort een programma met een opmerkelijke bezetting: een luit en vijf gamba’s, variërend van diskant- tot basgamba. De pavanes, galliardes en canzones van de door het Deense hof ingehuurde onbekende componisten als Borchgrevinck, Brade en Simpson en - de wel bekende - Dowland klonken prachtig en waren zeer stemmig, maar misten de nodige variatie. Ik had graag tussen de 15 serieuze werken ter afwisseling een luitsolo of een wat vrolijker dans gehoord.

De uitsmijter, althans voor de busreizigers, was een optreden van het Doelenkwartet. Een strijkkwartet van een jonge Sibelius, waarin de componist van de eeuwig zingende bossen, de grote symfonieën en de mythen en sagen nauwelijks herkenbaar was, werd met veel vaart en enthousiasme gebracht, evenals twee delen uit het laatste strijkkwartet van de Deen Niels Gade.

Twee extra’s die dit jaar het programma nog wat aantrekkelijker maakten waren een optreden van beiaardier Anne Kroeze, die op het carillon van de poldertoren wat bewerkingen van Scandinavische melodieën speelde. Helaas ging voor de mensen, die uit De Hoeksteen kwamen, de essentie grotendeels verloren door het lawaai van het verkeer. Een niet-muzikaal, maar buitengewoon interessant intermezzo, was de presentatie van Hans Crebas, die in de Bantsiliek een stukje poldergeschiedenis, geënt op eigen ervaringen, vertelde.

Gezien de continue hoge kwaliteit van het festival is het de liefhebbers van klassieke muziek aan te raden al vast de tweede zaterdag in augustus voor volgend jaar vrij te houden!