Kuinre en de Friese Oorlog toegevoegd aan canon NOP

Kuinre - De Stichting Canon de Noordoostpolder heeft een nieuwe “verrekijker" uitgebracht over Kuinre en de Friese oorlog van 1396.

Deze boeiende ‘verrekijker’ is als verdieping geschreven voor venster 4 van de Canon De Noordoostpolder: “De burchten van Kuinre: middeleeuwse machtsbasis”. Auteur Gerrit van Hezel heeft op bijzondere heldere wijze een historische terugblik beschreven naar de 14de eeuw. Na de drooglegging van de Noordoostpolder ontdekten archeologen de resten van twee burchten: Kuinre I en II. In de twaalfde eeuw was een nieuwe monding van de riviertjes de Tjonger (of Kuinder) en de Linde gegraven (de Tussenlinde en Nieuwe Vaart). Aan de rivier had de bisschop van Utrecht omstreeks 1165 een versterking laten bouwen. Deze burcht werd beheerd door zijn dienstman (ministeriaal), die onder meer toezicht hield op de ontginning en exploitatie van de gronden in het stroomgebied. Nabij de burcht ontwikkelde zich ook de nederzetting Kuinre. In 1385 kreeg Kuinre stadsrechten, maar tot een echte stedelijke ontwikkeling is het niet gekomen. De heren van Kuinre verkeerden vaak in een moeilijke positie, omdat de bisschoppen in strijd gewikkeld waren met de graaf van Holland, die de zeggenschap over heel Friesland nastreefde. Vooral in 1396 speelde Kuinre daarbij een opmerkelijke rol. De graaf van Kuinre was toen voor Urk al een leenman van de Hollandse graaf. Kuinre en de Friese oorlog De verrekijker geeft een bijzondere en uitgebreide beschrijving over de 14de eeuw in relatie tot Kuinre en de oorlog die daar einde 14de eeuw hebben plaatsgevonden. In die tijd hadden de Hollandse graven voortdurend belangstelling voor de Friese gebieden. Wat was daarvan de reden? Wilden zij oude aanspraken gehonoreerd zien? Er zijn diverse pogingen ondernomen om het Hollandse gezag voorgoed te vestigen in deze Friese gebieden. In dit kader moeten dan ook de gevechten in 1396 gezien worden. Niet alleen een ridderlijke onderneming, maar ook de economische belangen van de Hollandse steden speelden daarbij een rol. Er werden 3 expedities ondernomen: de expeditie van 1396, 1398 en die van 1399. De Friese hoofdelingen (invloedrijke personen en families die veel land bezaten, bestuurlijke en juridische macht uitoefenden) boden ten slotte hun onderwerping aan de Hollanders aan, maar echte macht kregen de Hollandse edelen in de Friese gebieden nooit. In deze verrekijker wordt de slag van 1396 beschreven. De plaats van handeling moet gezocht worden in de kuststreek tussen Kuinre en Oosterzee. www.canonnoordoostpolder.nl