Jeu-de-boulesclub wil vooruit

EMMELOORD - The Flying Boules is echt geen ingedutte verenging, maar de leden wil graag meer. Zoals het hele jaar door ’s avonds spelen, jeugdleden aantrekken, gasten fatsoenlijk ontvangen. Maar ja, zonder hulp van de gemeente kan de club niet veel.

De jeu-de- boulesclub, met een kleine vijftig leden een calimero onder de polderclubs, is actief zat. Drie keer per week zijn de grootste fanatiekelingen ’s middags op de baan in het Emmelerbos te vinden. In de zomerperiode komt daar de woensdagavond nog bij. Slechts een handvol leden speelt competitie; toernooien zijn populairder. De huidige accommodatie (al is dat een groot woord voor een speelveld, een grote dug-out en een berghokje) is volstrekt niet geschikt om verder te groeien en de kwaliteit van accommodatie en spelers op een hoger peil te brengen. Een clubhuis ("Beginnen met een grote partytent is ook goed", aldus voorzitter Evert Onink), verlichting en, niet het minst belangrijk, een hekwerk rond het terrein zijn de minimale voorwaarden voor de club om het grotere denken concreet vorm te kunnen geven. Alcohol nuttigende, wiet rokende en seksende jeugdige medemensen zorgen voor overlast en rotzooi op het terrein. Dat moet veranderen, maar om dat te bewerkstelligen komt onvermijdelijk de gemeente in beeld. De onderhandelingen lopen al jaren, maar tot nu toe zonder resultaat. "Dit najaar gaan we weer in gesprek met wethouder Haagsma", klinkt het optimistisch uit de mond van Onink. De jeu-de- boulesvereniging wil vooruit. Jeu de boules is een sport, die volgens Onink voor velen iets kan betekenen. "Je kunt het van jong tot oud spelen en bijvoorbeeld rolstoelers kunnen de sport ook beoefenen." Nu zijn de paar leden, die competitie willen spelen, noodgedwongen lid van een club in Lemmer. The Flying Boules is niet aangesloten bij de landelijke bond. Vandaar. Eén van die spelers is Jeroen Knol, met zijn 28 jaar het jongste lid van de club. Hij kwam via vader John in aanraking met de sport en de club. "Ik ben pas een jaar lid, maar wilde meteen aan wedstrijden meedoen om meteen zo veel mogelijk ervaring op te doen." John Knol raakte negen jaar geleden aan zijn linkerarm verlamd door een motorongeluk. Het spel met de boules en het but betekent alles voor de Emmeloorder. "Het is een mooie sport en het enige, dat ik kan. Ik heb nagedacht over andere sporten, maar jeu de boules is het voor mij." Het verschil in kijk op diverse onderdelen van de sport tussen vader John en zoon Jeroen is grappig. "Jeu de boules is een moeilijke sport", vindt Jeroen. "Je moet vaak oefenen en vooral het inzicht is lastig: moet je plaatsen of schieten?" "Welnee", zegt John, "het is voor een groot deel een geluksspelletje." De discussie over wie de beste clubspelers zijn is helemaal hilarisch. Jeroen rekent zichzelf tot de top. Jos van Nus en Teake Dijkstra zijn de toppers, daar zijn beiden het over eens. Maar is Jeroen ook een topper? "Ik behoor tot de besten, absoluut", weet Jeroen zeker. "Echt niet", weet John ook zeker. Hoe dan ook, vader en zoon beleven ieder op hun eigen manier veel plezier aan de sport. Een beetje over en weer plagen hoort erbij. Voor de goede orde: bij The Flying Boules wordt de jeu-de- boulesvariant petanque gespeeld. "Maar wij zeggen altijd jeu de boules", aldus John Knol. "Ik ken dat andere woord amper, ha, ha." Harry de Ridder