Urk op de bres voor hoofdpost ambulance

URK - De gemeente Urk wil dat de Inspectie van Volksgezondheid de komende tijd de aanrijtijden van de ambulanceritten op Urk nauwlettend volgt en gaat opnieuw met de minister om de tafel over de zorgsituatie op Urk.

Een spoedeisende hulpafdeling mag alleen sluiten als het aantal mensen dat een langere ritduur heeft van 45 minuten niet toeneemt. Dit staat in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). De gemeente Urk heeft de Inspectie van de Volksgezondheid daarom in een brief gevraagd om de aanrijtijden van de ambulanceritten nauwlettend te volgen. ‘Vanuit een eerder schrijven deelt het RIVM onze mening dat de steeds aangehaalde normen slechts spreidingsnormen zijn en niet zozeer als prestatienormen gelden. Vandaar dat we de inspectie hebben verzocht om de ambulance aanrijtijden en de eventuele calamiteiten de komende tijd voor Urk grondig te monitoren. Maar nog belangrijker, om ook daar waar nodig direct in te grijpen’, zegt wethouder Freek Brouwer.

Ambulancepost Urk

Minister Bruins heeft naar aanleiding van een schrijven van de gemeente Urk toegezegd opnieuw met de gemeente en de Urker zorgverleners te willen praten over de situatie op Urk. Op de agenda staat dan beslist de ambulancepost op Urk. ‘Het is zeker geen oplossing of alternatief, maar een uitgebreide ambulancevoorziening op Urk is op dit moment een noodzakelijk basisvoorziening voor Urk.’ De gemeente dringt er bij de minister op aan om van de post op Urk een zogenaamde hoofdpost zonder voorwaardenscheppend vervoer te maken. ‘Zo is een ambulance nog meer aanwezig op Urk en kan deze dus ook nog sneller ter plaatse zijn.’

Zo wijst het gemeentebestuur er bijvoorbeeld op dat termen als spoedpost en geboortepost ten onrechte worden gebruikt. ‘Dergelijke zaken dekken namelijk allerminst de lading van acute zorg. Maar ook de belofte van acute zorg in de toekomst kan naar onze mening in deze opzet nooit hard gemaakt worden’, aldus de wethouder.