‘Ron en Janny zijn een gouden duo’

EMMELOORD - (vervolg verhaal van dinsdag) In Emmeloord, aan de Lange Nering, begint het nieuwe avontuur van de familie Harzevoort. Het gezin neemt intrek in een woning boven de slagerij.

Voor Ben is het schakelen. Hij gaat werken in een totaal andere omgeving waar bovendien een heel andere mentaliteit heerst. Het zijn ook tijden dat de slager tot op het bot is gemotiveerd om er het beste van te maken. Ook in die jaren dingt Harzevoort graag mee naar de titel van beste keurslager van het land. Het zijn mooie jaren met voorspoed, maar Ben is ook kritisch. ‘In die beginperiode was ik niet altijd zo’n leuke baas. Ik zat er bovenop. Alles ging langs een liniaal, in de etalage bleef alles supergoed en mooi.’

En dat ging nog een stapje verder, vertelt hij. ‘Want in de koelcel stond een emmer water. Wanneer erdoorheen was gelopen, werd die vloer direct weer gedweild. Te gek, natuurlijk. Ik liep op twee tenen, maar mijn personeel ook. Ik wilde zo graag winnen. Maar ik had mijn personeel er ook mee. We wonnen. Een week later was die ziek, toen die. Toen die. Ze waren allemaal helemaal gestrest. Dat wilde ik nooit weer. We hebben het harstikke leuk gehad, met een feestje en een versierde zaak. Maar dit, nee nooit weer. Het kan ook te gek gaan.’

Ben Harzevoort blijft werken aan een goede naam en een mooie slagerij, die steeds groter wordt. Wanneer zoon Ron Harzevoort in de zaak komt, breken mooie tijden aan. Vader en zoon vullen elkaar namelijk perfect aan. ‘Dat was voor de zaak een gouden greep. Ik kon heel goed met hem samenwerken’, vertelt Ben, die bijzonder lovend is over Ron. ‘Een man een man, een woord een woord.’

Minderen

Wanneer alles als een trein loopt, kan Ben vaart minderen, zo vindt Ron. ‘Pa, zou je er niet eens mee stoppen? vroeg Ron op een bepaald moment. Daar had ik eigenlijk totaal geen zin in. Want wat moest ik dan gaan doen?’ Hij begint maar eens met een vrije zaterdag. Een rare gewaarwording, vindt hij. Op de eerste vrije zaterdag gaat hij samen met zijn vrouw rustig ontbijten en ’s middags de Lange Nering op. ‘We kwamen slechts tot waar vroeger Hafkamp zat. Iedereen vroeg me wat ik daar deed. We waren anderhalf uur onderweg, en toen gingen we weer naar huis. Had ik alleen maar gepraat.’ Daarna op naar Creil, naar de tennisbaan. ‘Wat is daar toch te doen? Al die auto’s. Voetbal, tennis. Daar had ik totáál geen weet van, omdat ik altijd op zaterdag in de zaak was. Dit is me echt bijgebleven van die periode. Er ging een wereld voor mij open.’

Over zijn opvolging heeft Ben zich geen zorgen gemaakt. ‘Ron is vele malen beter dan ik. Ik was meer de showman, met mooie etalages. Dat is nu uit de tijd. Ron leidt zijn zaak met haast militaire precisie. Hij is een goudeerlijke vent, maar kan ook keihard zijn. Het personeel weet precies wat er moet gebeuren. Ron heeft bijvoorbeeld met de kerstdagen alles onder controle. Volgens mij heeft-ie een fotografisch geheugen. Ik ben er zo trots op. Maar ook op Janny. Zij ontvangt de klanten, er ontgaat haar niets. Ze vormen samen een gouden duo.’

Genieten

De slagerij heeft Ben al die jaren veel gebracht. ‘Ik kom uit een heel arm gezin. Het was bittere armoe. Als je ziet wat ik toen verdiende, drie gulden per week, dat is nu niet voor te stellen. Dat snapt niemand. Als ik kijkt uit welk gezin ik kom, dan heb ik het niet zo slecht gedaan. Ik heb er keihard voor gewerkt en ik denk dat ik ook wel wat geluk heb gehad. Ik heb een heel mooi leven gehad, en heb dat nog steeds. Ik geniet elke dag. En als ik zie wat Ron en Janny hier voor elkaar hebben gekregen dan is dat geweldig.’

Alexander Drost