Oh oh Emmeloord

Veldwachter II

Het was die avond laat geworden op de afgelegen hoeve. Nadat Boer zoekt Vrouw was afgelopen en Veldwachter Bonkjes zijn vierde spatje jenever naar binnen had laten glijden, haalde Mieke Kee Twister van de vliering. Een oud Hollands spelletje op de koude winteravond, dat leek veldwachter Bonkjes ook wel wat. Nadat de speciale spelregels door Mieke Kee waren uitgelegd, gingen ze van start. Tot in het holst van de nacht speelden ze door. De ramen beslagen, in de hoek van de kamer de kerstboom. De naalden vielen bedroefd van de takken. Veldwachter Bonkjes had uiteindelijk een plekje gevonden in de bedstede en trok de volgende morgen vermoeid zijn glanzende laarzen weer aan. Even later stapte hij op zijn grote zwarte herenfiets en trapte door het donkerte van de grijze maandagmorgen. Toen hij voorbij de redactie van De Noordoostpolder fietste, stond er een lange snaak aan de brievenbus te rommelen. Om de schouders een grijs colbert, de sluike haren vanuit een middenscheiding hangend langs het voorhoofd. Veldwachter Bonkjes stalde de fiets in de stalling en liep de snuiter tegemoet. “Goeiedag, baste de Veldwachter. De snaak kromp ineen van schrik en keek betrapt in het gezicht van Bonkjes. “Wat zijn we hier aan het rommelen aan die brievenbus op de vroege maandagmorgen?! Uuh mijn column, Veldwachter. Mijn column voor de Noordoostpolder van donderdag meneer Bonkjes.” De Veldwachter draaide eens goed met het linkeroog naar de rechterbroekzak en keek de snuiter vervolgens nors aan. “Een column, laat het niet die verrekte Oh Oh Emmeloord column wezen! Deze keer geen muffe hoorspelen van Gerard Reve mag ik hopen?! Mijn mooie rotondes afzeiken en het nieuwe centrum onder uit de zak geven. Maar wat zeggen we over de beste stuurlui?! Uuuh ik.. nou?! Dat ze aan wal staan uuh, Veldwachter?” Juist, aan de wal! Maar goed,” mompelde de veldwachter nu op rustiger toon. “Laat het werk maar over aan de Veldwachter hoor, de stuurmannen die met de poten in de klei staan, die zouden eens een column moeten krijgen. Maar deze Veldwachter maakt zich niet druk hoor, zo tegen de kerstdagen. Rustig en zaligheid, is het niet? Uuh ja, datuuh, zeker meneer Bonkjes! Rust en zaligheid. En de kerstboom natuurlijk, uuh veldwachter!” De veldwachter en de columnist keken elkaar een moment zwijgend aan. “En wat staat er eigenlijk in die column die je daar door die gleuf duwt?! Ja uuh, meneer Bonkjes… dat leest u aanstaande donderdag. Geen voorproefje voor de veldwachter?! Goed, een tipje van de sluier dan. Wat er ook inzit is een kerstgroet. Een fijne feestdagen en een bedankt voor het lezen.” De Veldwachter fronste de wenkbrauwen. “Ik heb meer te doen maar is dat niet wat afgezaagd? Nou ja veldwachter ik denk het niet ik… Een kerstwens, dat kan toch prima? Weet je wat jij eens zou moeten doen snuiter? Een mooi stukje over de Veldwachter schrijven! Dat zou nou eens mooi zijn! Spreken we dat af? Uuuh… afgesproken!”

Fijne feestdagen.