‘Dat ik steeds onderwerpen heb verbaast me’

EMMELOORD - In de woonkamer waar een Kallaxkast van Ikea de warme zithoek scheidt van de schrijversruimte, relativeert de schrijfster haar productie. ‘Ik schrijf al sinds 1985, hoor.’ Maar dan nog. Dat is 33 jaar terug en zelfs dan is het een aantal om u tegen te zeggen. Bij de presentatie van haar vijftigste boek getiteld Ogenblik werd ze in 2016 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

De meer dan 4 miljoen uitleningen en meer dan 550.000 verkochte boeken tonen aan dat haar werk aanspreekt. Menig schrijver zou er jaloers op zijn. De in Zwolle geboren Greetje begon te schrijven toen ze in 1983 in Emmeloord kwam wonen. ‘Mijn docent had op school al gezegd, als ik weer eens een opstel had geschreven, dat ik boeken moest gaan schrijven, maar een opstel is geen boek. Ik zag dat toen zelf niet zo. Het is wel verbazingwekkend dat ik nu al 56 boeken heb geschreven.’

Het meest verwonderd is ze overigens nog niet eens zo zeer over het aantal boeken, maar over de onderwerpen die er steeds weer zijn. ‘Dat ik steeds weer iets heb om over te schrijven, verbaast me. Ik heb een reservelijst met onderwerpen waar ik op kan terugvallen, maar die hoef ik niet eens aan te spreken. Ik haal de ideeën uit de krant of gewoon als ik ergens ben, bijvoorbeeld laatst nog toen ik een concert bezocht.

Buffelen

Maar hoe indrukwekkend de boekenkast is met haar eigen werk elk nieuw boek is ook steeds weer een berg werk waar ze plezierig tegenaan kijkt. ‘Ik spreek wel eens collega’s binnen het Schrijverscontact dat is prettig dan leef je ook niet zo op een eiland. Laatst zei een collega dat ie rustig aan ging doen met twee boeken per jaar. Ik dacht: ‘wat’. Hij schreef wel vijf per jaar, alsof je een boek uit je mouw schudt. Ik vind twee boeken per jaar, die ik schrijf voor uitgeverij Z&K, best buffelen. De eerste helft van het boek schiet meestal ook niet op. Gaandeweg gaat het gemakkelijker.’

Voorafgaand aan het schrijfproces is er de voorbereiding. De studie over het thema het bedenken van een verhaal en de aanpak. ‘Maar dat is door het Internet wel weer veel eenvoudiger geworden. Met YouTube kan ik me ook beter inleven in sommige werelden en de taal die daar gesproken wordt. Een goede voorbereiding en kennis van zaken is essentieel voor het schrijven. Zo heb ik een boek over anorexia geschreven. Daar is veel over te vinden, maar pas toen ik iemand sprak met anorexia en de dagboeken las, kwam het heel dichtbij.’

In Rotsvast, dat in 2017 verscheen, en gaat over een jongen die onterecht in de gevangenis zat, sprak ze deze jongen waardoor ze ook zijn taalgebruik eigen werd. En dan na alle voorbereidingen en gedachten in een vol hoofd, is daar het moment om gewoon te gaan zitten achter de tekstverwerker. ‘Iedere ochtend schrijf ik en als ik echt lekker in het verhaal zit ga ik ’s middags door en soms pak ik de avond er dan ook nog bij.’

Hoofd leeg op Schokland

En als er geen woord meer op papier komt, pakt ze de auto en rijdt naar Schokland om het liefst over zompige paden het hoofd leeg te maken. ‘Dat is zo heerlijk. Ik heb nog het liefst dat het regent dan kom je ook niemand tegen. Dan loop je gebogen met het hoofd naar beneden lettend op de plassen. Daar word ik leeg van in mijn hoofd en dan komt er van alles boven en is er ruimte voor de verhalen.’

Greetje benadert de thematiek van haar boeken vooral vanuit een onverwachte hoek, zoals het verhaal van de dronken jongen die een meisje doodrijdt. ‘Hij heeft ook een vader en een moeder. Dat intrigeert me dan.’ Haar nieuwste en 56ste boek dat begin volgend jaar verschijnt heet Stil Vuur en gaat over een oma die in de Tweede Wereldoorlog aan de verkeerde kant stond.

Wanneer is boek christelijk

De boeken die Greetje schrijft hebben allemaal een christelijk tintje, al komt God niet in alle boeken voor. ‘Ik ben christen en dus zijn ook mijn boeken christelijk. Vanuit die visie schrijf ik ze, maar wanneer is een boek christelijk? Daar heb ik zelf ook wel mee geworsteld. Een boek is niet alleen christelijk als God erin voorkomt. Het gaat ook om het tonen van het goede.’

‘Mijn boeken zijn niet doordrenkt met het geloof. Het ligt er niet bovenop. Ik wil ook beslist niet evangeliseren.’ De recensent van het Nederlands Dagblad schreef over haar roman Villa Esperanza ‘Het is niet alleen flierefluitend lezen, maar ook nadenken.’ ‘Dat zie ik als een mooi compliment en laat we zien dat ik op de goede weg ben.’

Moraliserend

Dat iemand haar vertelde dat haar boeken moraliserend zijn, zat haar aanvankelijk dwars. ‘Dat zie ik niet zo, maar iedere schrijver wil natuurlijk wel wat zeggen. En dat wil je doorgeven aan anderen. In die zin is een boek een boodschap geschreven in een verhaal dat prettig leest.’

En dat prettig lezen ervaren de lezers, waarvan er ook heel veel fan zijn en veel van haar boeken gelezen hebben. ‘Ik heb trouwe fans, zelfs die alle boeken in huis hebben. Ik zou het trouwens ook mooi vinden als ze kritiek hebben en me dat laten weten. Daar kan ik dan iets mee doen.’ Een echt klankbord ontbreekt namelijk in de voorbereidingen. ‘Mijn schoonzus leest na, maar een echte groep van voorlezers heb ik niet. Mensen hebben het druk en er is ook altijd de tijdsdruk dat het boek weer naar de uitgeverij moet. Daar kijken ze er natuurlijk ook naar.’

Stil Vuur is het eerste boek dat begin volgend jaar verschijnt. Het schrijfproces gaat met twee boeken per jaar gestaag verder. Daarnaast interviewt ze voor het kerkblad van PG Emmeloord mensen en schrijft ze nog korte verhalen voor Schrijverscontact. ‘Het blijft boeiend om te schrijven. Ik leer er ontzettend veel van. Ik zou er niet mee kunnen stoppen.’

Cees Walinga