‘Moeder moet de tulp willen kopen’

Creil - Het bloed van de 68-jarige Henk van Drie uit Emmeloord gaat sneller stromen als hij in januari de eerste bloeiende tulpen weer ziet. Die beleving ervaart hij jaarlijks op de Bloembollen Vakdagen Creil.

Voorheen was dat de Creiler Flora, een evenement waar liefhebbers van de voorjaarsbloeier met bussen naar toe kwamen. ‘Och ja dan was het hier druk’, weet Tinie Huizinga, eigenaresse van La Fleur, die bij de in- en uitgang een bloemenstal heeft met prachtige tulpenbossen. Hoewel ze niets met de organisatie van de Vakdagen van doen heeft, wordt ze samen met haar medewerker bij de entree al snel gezien als het ontvangstcomité. ‘Dat doen we graag en we zien de bezoekers ook graag weer met een bosje tulpen naar huis gaan.’

De vroege tulpen zijn gebleven, maar de prachtige voorjaarstuintjes die de telers in het verleden aanlegden voor de Flora, en waarvoor ze van heinde en verre kwamen, waren niet meer houdbaar. Na 13 jaar werd het enkele jaren geleden over een andere boeg gegooid. Het is een vakbeurs geworden; een ontmoetingsplek voor de telers en bedrijven die annex zijn met de bollensector.

Flora

Maar na de vakdag woensdag, waarbij prijzen uitgereikt werden als bijvoorbeeld de gouden tulp en de tulpenkoningin en -prinses werden gekroond, gingen donderdag en vrijdag de deuren wel wagenwijd open voor iedereen die tussen de sneeuwbuien door alvast wat voorjaar wilde opsnuiven. Het aantal bezoekers haalt het niet meer bij vroeger, maar dat is de doelstelling ook. De kinderen uit het dorp scharrelen na schooltijd pennen en snoep bij elkaar langs de standhouders en genieten van het evenement in het dorp.

Van Drie is al sinds december bezig met de tulpenshow, waar de dertig telers uit de polder hun beste tulpen tonen. ‘Als coördinator van de vrijwilligers ben ik al een poosje druk met de opbouw en aankleding van de beurs. Dat doe ik al zo’n 10 jaar.’ In Emmeloord heeft hij aan het Espelerpad een akker met 1850 verschillende soorten tulpenbollen staan. Vol verwachting wacht hij het resultaat af dat zich in april openbaart. ‘Alles met de hand geplant’, merkt hij op over de 20.000 bollen die hij plantte.

Hij is van de oude stempel en verwondert zich over nieuwe ontwikkelingen en veredeling. Het stuurt aan op waterbroei, maar ik ben meer van de potgrond. ‘De ene tulp doet het op water beter en de ander op potgrond. Maar op water is efficiënter, maar of het beter is? Ik weet het niet.’ Nauwkeurig gaat hij langs de tulpen.

Vloeitje moet mooi zijn

‘Kijk uiteindelijk moet moeder de tulp willen kopen. Het gaat om de eerste indruk. Het vloeitje moet mooi zijn en dan moet de teler een tussenweg vinden tussen wat moeder wil en wat efficiënt is’, zegt Van Drie, die met zijn handen een bosje tulpen vormt. ‘Het moet er netjes en verkoopbaar uitzien.’

Van Drie zijn ideale tulp heeft een poot die lang genoeg is, een onderblad dat niet helemaal tot onderen steekt, een volle knop en bloem en mag geen hangend blad hebben. De ideale tulp van een beroepsteler is een harde groeiers met een goede prijs, weet tulpenteler Geert Burger uit Espel.

‘Maar zo’n tulp ontwikkelen gaat niet zo snel. Dat duurt 30 jaar. Ook inspelen op wat de markt wil gaat daarom niet zo gemakkelijk.’ Maar over de internationale tulpenmarkt hebben de tulpenboeren niets te klagen. ‘De laatste jaren is de markt sneller gegroeid dan het aanbod. Al komt het kantelpunt wel dichtbij.’

3000 hectare tulpen

In 2017 telde het CBS 2700 hectare tulpenakkers in Noordoostpolder met een gemiddelde groei van 15 procent per jaar. Voor dit jaar is de verwachting dat in de polder ruim 3000 hectare grond gekleurd gaat worden met tulpen. Een ontwikkeling waar Noordoostpolder als toeristengebied van kan profiteren. ‘De bezoekersaantallen groeien nog ieder jaar’, weet Burger. ‘Er wordt voor dit jaar gewerkt aan een fietsroute.’ De tulpentelers zijn overigens verdeeld over de aantrekkingskracht van de tulp op toeristen. ‘Wij hebben er niks aan, maar willen het wel graag laten zien. Alleen worden de mensen steeds brutaler en zijn er zelfs die ze gaan plukken.’

Cees Walinga