Sneker Carl Maurits thuis in De Weerribben

Ossenzijl -  Sneker Carl Maurits (48) is nog maar anderhalf jaar vrijwilliger bij Natuurmonumenten in de Wieden, maar hij kan zich nu al niets anders meer voorstellen.

Drie, soms zelfs vier dagen in de week is hij aan het werk in het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Vrijwillig ja, iets wat niet iedereen zich kan permitteren beseft Maurits. Toch raadt hij iedereen aan zich op een of andere manier in te zetten voor De Wieden. “Ik leer ieder dag meer over de natuur en prachtige omgeving in de Kop van Overijssel. Zolang ik kan leren, zit ik op mijn plek. En bij Natuurmonumenten zit je dan helemaal goed.” De organisatie omarmt vrijwilligers, vindt Maurits. “Iedereen heeft aandacht voor je, dat is heel prettig, een warm bad. Daarnaast kom ik op plekken waar niet iedereen mag komen. En ook al is het werk niet altijd leuk, je bent vaak wel lekker bezig in de buitenlucht.”   Favoriete vrijwilligersklus bij Maurits is de vlindertelling. “Samen met twee andere vrijwilligers al lopend over trilveen op zoek naar vlinders.” Dat Maurits als vrijwilliger in De Wieden terecht kwam, is eigenlijk toeval. Hij komt uit Sneek en heeft jarenlang een supermarkt gehad in Hengelo. Na een rietworkshop van Beltiger Roelof de Jonge was hij echter meteen verknocht aan het meren- en moerasgebied. Uiteindelijk is hij vanwege Natuurmonumenten zelfs van Sneek naar Giethoorn verhuisd. “Telkens heen en weer reizen werd wat teveel.”   Natuur zoals in Nationaal Park Weerribben-Wieden vind je nergens anders is Maurits’ zijn mening. “Dit gebied gaat mij niet vervelen, het is zo mooi. Daarnaast klikt het ook heel goed met de mensen van Natuurmonumenten.” Omdat Maurits zoveel beschikbaar is, doet hij allerlei vrijwilligerswerk. De ene keer ruimt hij de nestvlotjes van de zwarte stern op – ‘minder leuk werk’, een andere keer leidt hij mensen door de watertoren van Sint Jansklooster. Ook begeleidt hij kinderen, telt hij vlinders en zit hij af en toe achter een bureau om administratie voor Natuurmonumenten te doen. “Ik voel dat ik gewaardeerd word en dat is heel fijn.”   Maurits hoopt uiteindelijk zoveel geleerd te hebben over de natuur dat hij het meeste dat hij tegenkomt, kent. Dat gaat gelukkig sneller dan hij van tevoren had verwacht. Anderhalf jaar geleden kon hij nog geen vlinder benoemen, laat staan de roep van het baardmannetje herkennen of de blauwe knoop ontdekken tussen het hoge gras. “In het eerste jaar leerde ik het gebied kennen, nu stort ik mij op alles wat hier leeft. Alle planten, dieren of vogels die ik niet ken zet ik op de foto. Die laat ik vervolgens aan de boswachter of ecoloog zien. Zij weten het meestal wel.”   Twee fotoboeken vol heeft Maurits het laatste half jaar gefotografeerd. Bij meer dan de helft van de foto’s staat geen naamkaartje. “Die ken ik al, zo snel gaat dat. Terwijl ik eerder niks wist. Zo groeide ik op in de Gagelsstraat. Nu ik vrijwilliger ben bij Natuurmonumenten weet ik pas dat gagel een prachtige struik is die heerlijk ruikt wanneer-ie in bloei staat.”