Stoppels | Leegloop

Noordoostpolder - Recent maakte ik met een paar vrienden een 'nostalgische trip' door Noord- en Oost-Groningen. Aanleiding was het boek 'De Graanrepubliek' waarin Frank Westerman zo treffend de opkomst en neergang van het Groninger Hoge Land beschrijft en de oorzaken ervan zo helder blootlegt.

We reden naar het dorp Moddergat aan de westkant van het Louwersmeer en daarna door het Westerkwartier via Kloosterburen en Huizinge en Pieterburen naar Delfzijl, Termuntenerzijl en de punt van Reide, vanwaar je Emden aan de overkant van de Dollard helder ziet liggen, via de kwelderpolders en het Oldambt naar Nieuwe Schans en de vesting van Bourtange aan de Duitse grens. We zagen de oude glorie van kastelen van boerderijen, waarvan een deel nu leegstaat en de minuscule arbeidershuisjes er naast en de leegloop in de dorpen. Armoede en rijkdom pal naast elkaar. Geen wonder dat juist daar het communisme (Finsterwolde!) de kop op stak. De graanboerderijen floreerden dankzij de zware grond en de goedkope arbeidskrachten. Het was ook het land waar Sicco Mansholt opgroeide en later als overtuigd socialist, Minister van Landbouw en voorzitter van de Europese Commissie, het model van de Russische kolchoze als ideaalbeeld van de Nederlandse landbouw propageerde. Hij introduceerde na WO II de invoerrechten op graan, omdat door de opkomst van de stoomschepen enorme hoeveelheden goedkoop Amerikaans graan Europa binnenkwamen. De markt was 'maakbaar' en moest worden beschermd. Dat leidde tot een zekere zelfgenoegzaamheid bij de graantelers. De prijs werd immers gegarandeerd? Uiteindelijk leidde deze bescherming tot de neergang van de op deze monocultuur gebaseerde (agro)economie. De drang naar vernieuwing en innovatie ontbrak en werd Groningen fataal. In de jaren ‘70 en ’80 van de vorige eeuw brachten innovatieve veehouders uit Brabant en elders weer kleur op het platteland door, overigens met veel WIR subsidie, bloeiende veebedrijven te stichten. Zij zagen hun kans schoon en kochten land voor een prikkie. Maar het werk kwam niet meer terug. En als Groninger akkerbouwer ging je niet in koeien. Dat deed je gewoon niet. Uiteindelijk kwamen we bij de 'Blauwe Stad'. Het megalomane villaproject tussen Finsterwolde en Beerta dat Groningen weer op 'de kaart' (daar heb je het weer) moest zetten. Een beeld van troosteloze rijkdom. Hier en daar een grote villa, veel doodlopende straten en wegen en verder verwaarloosde kavels, moeras en grijs water waar grote villa's zouden moeten staan, die er nooit zullen komen. Voor diepte investeringen in werkgelegenheid was 'geen geld'. Terug in Emmeloord na een mooie rit van 450 km kwam het gesprek onwillekeurig op een zekere gelijkenis met onze Noordoostpolder. Ook een overwegend, gelukkig gezond, akkerbouwgebied, ook een stagnerende werkgelegenheid, ook dorpen die met leegloop worden bedreigd en ook hier werd veel geïnvesteerd in enorme projecten die de Noordoostpolder op 'de kaart' moesten zetten. Emmelhage moest ruim 2.200 woningen krijgen, De Deel moest bijna een nieuwe stad worden en De Wellerwaard moest voor al die inwoners hét recreatiegebied worden. Ook hier werd meer geïnvesteerd in grote projecten dan in structurele ontwikkeling van werkgelegenheid. Daar was geen geld voor. De Polder zou wel 60.000 inwoners krijgen stond in de structuurvisie. En dat terwijl de groei in 2004 al praktisch was gestopt. Gelukkig keert, hoewel langzaam, het tij. Misschien goed dat wethouders en raadsleden straks, in het reces, eens even de tijd nemen om het boek van Frank Westerman te lezen. En een tripje maken naar Noord en Oost Groningen. Nooit te oud om te leren, toch? Peter N. Blauw