Scherpchutters in het donker

Emmeloord - Het riekt naar zelfkastijding, schieten met een visuele handicap. John Kuster, slechts gezegend met tien procent zicht, ziet dat anders. ‘Ik zoek graag de grenzen op.' De grens wordt voorlopig gevormd door Martien Hendriks, die vrijwel niks ziet, maar de onbetwiste nummer één van het land is.

Min of meer blinde schutters vormen in het wereldje een kleine minderheid. Van de 180 schutters, die de afgelopen week naar de schietbaan van De Korrel togen, waren er maar vier visueel gehandicapt. Met een beetje fantasie kun je stellen dat er nationaal een stuk of tien schutters met een dergelijke handicap zijn, die goed kunnen schieten. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat het duo Hendriks en Kuster – in die volgorde – de dienst uitmaakt. Een apart fenomeen: heel slecht of vrijwel niets kunnen zien en toch kiezen voor een sport, waarin een scherpe blik op z'n minst wel handig is. Martien Hendriks toont aan dat je zelfs meer dan een goede schutter kan zijn. ‘Ik schiet maar een wedstrijd of vier, vijf per jaar. Veel tijd gaat op aan het trainen van beginners', aldus de 48-jarige Groninger. Hij leert starters de basisvaardigheden. ‘Ik kan hen niet de details bijbrengen.' Voor de Emmeloordse editie van de Grand Prix National, een serie op zichzelf staande wedstrijden door heel Nederland, maakt Hendriks een uitzondering. Elk jaar is hij erbij. Rivaal John Kuster, uit Gendt bij Nijmegen, zou hem graag verslaan. ‘Het is een uitdaging om Martien eens een keer de oren te wassen, maar dat is tot nu toe nog niet gelukt.' Toch is het knap dat Kuster op hoog niveau schiet, want hij is nog maar drie jaar serieus bezig. Het vergt heel wat tijd voordat beide mannen aan de slag kunnen. Personeel van De Korrel biedt de helpende hand en dat is nodig ook. De wedstrijd wordt een tijdje stilgelegd om de nodige apparatuur te installeren. Met behulp van ingenieuze elektronica kunnen Hendriks en Kuster het vizier toch goed richten. Een felle op de kaart gerichte lamp, die in verbinding staat met de telescoopvizier en een versterker, die een pieptoon laat horen als het vizier op scherp staat, helpen de schutters precies te mikken. Mooi om te zien, dat kleine, maar indrukwekkende circus. Supergeconcentreerd zetten de mannen het geweer aan de schouder. Doffe schoten klinken, gevolgd door het zoemende geluid van de kaart die op transport naar de schutter gaat. Martien Hendriks – die hoogstens drie, vier procent zicht heeft – buigt zich voorover en houdt de kaart pal voor zijn bar slechte ogen. Niet in de roos, toch een 9. Kuster moet aan het eind van de rit opnieuw het hoofd buigen: 549 om 535. Harry de Ridder