Kleine muizenhapjes veroorzaken grote schade onder de wortelteelt

Kraggenburg - Muizen nemen kleine hapjes, maar de schade die dit veroorzaakt is groot. Bert Benedictus, een van de eigenaren van M&B peen, Muysers en Benedictus in Kraggenburg is een wortelkenner. Hij teelt, oogst en verwerkt al jaren wortelen. Hij toont enkele aangevreten exemplaren. ‘Het is zo zonde. Soms eten ze er een klein hapje uit. En dan is hij voor de consument niet geschikt meer, de supermarkt wil het niet. Dat is frustrerend. En in een moeilijke markt hebben ze een stok om mee te slaan als er een wortel gevonden wordt met een hapje eruit'.

In de polder worden veel wortelen verbouwd. ‘De teelt vraagt een ruime vruchtwisseling en grond met een goede structuur. Hij heeft geen rijke voeding nodig. Het is een stofzuiger, die eigenlijk al snel te veel voeding heeft. Wat voorradig is nemen ze op', vertelt Bert. Als het om ongedierte gaat is het de wortelvlieg die heel veel schade kan aanrichten. En nu breidt de muizenschade zich uit. ‘De muizen pakken de grote wortels die met de kop net boven de grond uitsteken'. Bert vertelt dat de schade tot nu toe meestal van het seizoen afhing. Hoe is de winter geweest? ‘En nu na een natte zomer zou je verwachten dat er minder muizen zijn', merkt hij op. ‘De schade bedroeg meestal 5 tot 10 procent. Maar nu worden landelijk wel percelen met de helft muizenschade gemeld'. Om een probleem aan te pakken is het goed te weten waar je over praat. Een muizenpopulatie kan razendsnel groeien, maar ook zo weer in elkaar klappen. Het is bekend dat een muis ongeveer een jaar leeft. Hij is binnen twee maanden geslachtsrijp en brengt zes tot tien keer in zijn leven gemiddeld zes jongen ter wereld. Dat betekent dus dat een koppel muizen voor meer dan 20000 nakomelingen kan zorgen. De muis wordt beschermd door de flora en fauna wet. In de winterperiode zoeken ze droge, veilige plekken. De tijd lijkt rijp voor een niet te sloom type poes op de boerenerven in de polder. En ter bestrijding van muizen in de wortelteelt wordt aangeraden palen in het land te zetten, opdat de roofvogels daar een uitkijkpost vinden. Thiem van Veen van Landschapsbeheer Flevoland noemt dit zitstokken. En hij raadt ook het plaatsen van nestkasten voor de torenvalk aan. Tekst en foto: Jozien Vos