Flevolanders houden kinderen langste in huis

Emmeloord -  In Flevoland willen ouders hun kinderen het liefst het langste onder hun vleugels houden in vergelijking met de rest van Nederland. 

Uit onderzoek* van coöperatie DELA blijkt dat ouders uit Flevoland vinden dat hun kinderen pas vanaf hun 23ste op hun eigen benen hoeven te staan en het huis verlaten. Dat is ruim nadat ze al mogen stemmen, alcohol mogen drinken en zelfs volgens de wet als volwassene worden gezien. Dit is een aanzienlijk verschil met de noordelijke provincies zoals Groningen en Friesland, waar ouders vinden dat hun kinderen al vanaf hun 20ste op eigen benen moeten kunnen staan.   Ondanks dat de gemiddelde leeftijd waarop ouders vinden dat kinderen op eigen benen moeten kunnen staan rond de 21 jaar is, ligt de daadwerkelijke leeftijd dat kinderen het huis uit gaan hoger. In 2012 waren meisjes gemiddeld 22 jaar en jongens 23,5 jaar oud wanneer ze uit huis gaan. Dit ligt een stukje hoger dan in 1998 toen meisjes 21,5 jaar en de jongens 23,2 jaar oud waren bij het verlaten van het ouderlijk huis. Deze stijging van de leeftijd van uit huis gaan valt samen met de recessie en de hoge jeugdwerkloosheid.   De wijde wereld in De voorbereiding van ouders op het moment dat hun kinderen het huis uit gaan en hun eigen verantwoordelijkheid gaan dragen, begint al tijdens de opvoeding. Ruim 42 procent van de ouders vindt het belangrijk dat hun kinderen al vanaf een vroege leeftijd om leren gaan met geld. Daarnaast vinden ouders het van belang dat kinderen weten wat er speelt in de wereld. Ouders delen daarom hun ervaringen (42,1%), sporen kinderen aan veel te lezen (32,4%) en bezoeken ze musea en culturele bezienswaardigheden (11,8%). Slechts 7,9% vindt reizen en andere culturen laten zien een goed middel om kinderen algemene kennis over de wereld bij te brengen. Desondanks vindt meer dan de helft van de ouders (54,5%) dat kinderen zelf de grens over moeten om ervaring op te doen, zonder dat vader of moeder hun handje vasthoudt. Eerste huis voor kinderen Ook op financieel gebied treffen ouders de nodige voorbereidingen om kinderen de stap te laten maken naar een leven buiten het ouderlijk huis. Zo zet één op de vijf ouders geld opzij voor het eerste (koop)huis van de kinderen. Dit is een tendens die aansluit op de recente debatten rondom financiering van eigen woningen bij starters. Ook wat betreft studeren springen ouders nog graag bij. Bijna 50% van de respondenten geeft aan geld opzij te zetten voor de studie van hun (klein)kind. Bovenstaande blijkt uit onderzoek dat is gedaan voor coöperatie DELA naar aanleiding van hun nieuwe gedachtegoed ‘Wat je meegeeft, is wat je straks achterlaat’. Het gedachtegoed gaat niet alleen over het meegeven van mooie woorden, het prikkelt ook om na te denken over later. DELA komt in de dagelijkse praktijk allerlei situaties tegen waarbij zaken goed of juist niet goed zijn geregeld. Uit ervaring blijkt hoe belangrijk het is om nu al na te denken over later. En daar helpt DELA bij. Want ook nu kun je alvast zaken regelen zodat je kinderen later op eigen benen kunnen staan.