Open Planproces Stadshart (2)

EMMELOORD -  Hoe kunnen ontwikkelingen rondom het Stadshart begrepen worden vanuit het inwonersperspectief? Raadwatcher Helga Wiedijk volgde de openbare raadsvergaderingen, las de stukken en praat lezers van De Noordoostpolder deze zomer bij in een zesdelige artikelenreeks.

Altijd opletten wanneer de gemeentesecretaris spontaan een presentatie inlast en optreedt als tolk van de wethouder. Dan heeft het management een deadline te halen en is er even geen tijd om college en raad binnen de gewone vergaderorde aan elkaar over te laten. Het ging er begin maart om binnen één maand een nieuwe ‘grex’ tussen de oren van de raad te krijgen. De veranderde grondexploitatie van De Deel moest in april in het kader van de Jaarrekening behandeld en in mei vastgesteld worden. Dit om groot financieel verlies als gevolg van het afscheid van Provast te voorkomen, vooralsnog op papier. Het kwartje van die boekhoudkundige move viel niet direct bij de raad. Bij mij trouwens ook niet.   Grex? Wen maar aan die afkorting voor grondexploitatie wanneer u beleidsvorming en raadsbesluiten die verband houden met De Deel wilt begrijpen. De grex voor De Deel zoals die door de raad in 2008 is vastgesteld laat zien hoe gemeente verwachtte de investering in vernieuwing van het centrum terug te verdienen: door verkoop van de De Deel aan de projectontwikkelaar die deze grond zou gaan exploiteren. Vanuit het inwonersperspectief is het echter lastig te begrijpen wat een oude óf nieuwe gemeentelijke grondexploitatie te maken heeft met het ‘open planproces’. De financiële expert noemde in zijn presentatie met grote vanzelfsprekendheid het ‘open planproces’ zo’n tien keer. Tegelijkertijd stelde de gemeentesecretaris: “moet je wel een open planproces? Waar gaat het dan over? Gaat het alleen over De Deel of over het hele stadshart? Dat zijn de vragen die u met elkaar moet beantwoorden.”   De raad moest iets gaan vinden van een open planproces, van een ingewikkeld boekhoudkundig verhaal en van issues die nú spelen. Heel concreet en dus wel duidelijk was waar op korte termijn een oplossing voor moet komen. Zoals de fietsenstalling op De Deel. Die ziet er netjes uit als Theo van Concern voor werk de zaak beheert, maar zodra hij er niet is wordt het een rommeltje. Vraag er dan alvast een Theo bíj zou ik zeggen. Ander punt is dat de raad moet beslissen of het wil investeren in een gebouw dat gekocht is om te slopen: het pand waar Sinke inzit voldoet binnenkort niet meer aan brandveiligheidseisen. Waarom gaat Sinke er dan niet uit en bouwen op de plaats van het voormalig CWI gebouw? Omdat, nu het Provastplan niet doorgaat, Sinke daar misschien helemaal niet meer wil zitten. De huurovereenkomst houdt geen rekening met de mogelijkheid dat Provast niet zou bouwen en gemeente kan dus Sinke de huur niet opzeggen.   Ook heeft de raad ineens de locatie van de sloopflats op te vatten als een korte termijn issue. De projectleider vertelde dat er tot dan toe namelijk vanuit gegaan was dat die flats ‘doorgeëxploiteerd’ zouden worden. Maar dat ligt anders nu het Provastplan van de baan is. Niet duidelijk is het verband tussen het een en het ander. Kan de houdbaarheidsdatum van flats veranderden? En waarom exploiteert Mercatus dan niet door als verwacht? Een toelichting ontbrak en daar werd ook niet naar gevraagd. Kortom: een stroom aan informatie waarbij vooral heel erg ‘open’ was wat de gevolgen van beleidskeuzes zouden kunnen zijn! Gaandeweg de vergadering kreeg ik steeds meer het idee dat vertellers hun best deden om de plot van het verhaal niet te verraden: je voelt dat het ergens naar toe gaat maar je hebt geen idee waarheen.   De raad werd voor min of meer duidelijke dilemma’s gesteld. In de ‘hangmodus’ gaan óf in een langer lopend open planproces waarbij een paar zaken alvast opgelost worden? Kiezen voor ad hoc beleid? Dan wordt het een zooitje. Of kiezen voor een integrale visie? Dan kunnen we aan het AMA-syndroom gaan lijden, de ambtelijke term voor ‘Alles hangt Met Alles samen’. Dan gebeurt er niks. Deelprojecten alvast tackelen of alles ‘on hold’ zetten? Mijn conclusie was dat veel afhangt van de soort grex waartoe besloten wordt. Ook is er een verschil tussen de boekhoudkundige werkelijkheid en de echte werkelijkheid. Het vroeg de nodige studie (medeleven gaat uit naar de raadscommissieleden) om te kunnen duiden dat ‘wat je ook doet met de boekwaarde er niets gebeurt in je portemonnee’. Dus voor een impressie van de wereld van rekenparameters, flexibele bestemmingsplannen en dood geld moet u echt even gaan zitten.   Volgende keer: het rentespook en andere financiële gevaren.