Gloedvol afscheid bekroond met lintje van de Koning

Emmeloord - In een nagenoeg volle Nieuw-Jeruzalemkerk te Emmeloord heeft op zaterdag avond 14 november de dirigent Wander Mulder met het Emmeloords Vocaal Ensemble zijn afscheidsconcert gegeven.

Medewerking werd verleend door Het Harderwijks Strijkorkest, de solisten Judith Sportel, sopraan, José Scholte, alt, Gerrit van der Heide, tenor en Hans de Wolf, bariton. Anne Kroeze bespeelde het orgel. Op het programma stonden werken van achtereenvolgens Haydn, Bach en Vivaldi.   Het EVE olv Wander Mulder heeft zich met de keuze van de Mis in Bes, Hoboken XXII:12 oftewel de Theresiamis, heel wat op de hals gehaald. Maar als je in het verleden van Haydn de Mis in d klein, Hoboken XXII:11, oftewel de Nelsonmis, gezongen hebt, is de verleiding dit werk te kiezen zeer goed te begrijpen.  Want, na elf komt twaalf. De uitdaging van de keuze van Haydn ligt in de complexiteit van dit werk. Het is zeer zingbare muziek, maar toch ligt de nadruk niet alleen daarop. Het is de tekst die de aandacht krijgt en dat moet door de muziek onderstreept worden en eigenlijk is dit het wezen van vocale muziek. Gevoelige gedeeltes worden afgewisseld met krijgshaftige fanfares, maar nooit zomaar.  De betekenis van de tekst krijgt hierdoor meer aandacht. En dat is ook zo als op bepaalde gedeelten de tweedelige maat plotseling verandert in een dansende zes-achtste maat. Zo moet ook een “glorificamus te” anders klinken dan een “adoramus te”. Je dient aan de uitvoering van de muziek te kunnen horen of het glorierijk dan wel liefdevol is. Het is bij Haydn altijd weer een verrassend. En dat ligt niet alleen aan de misleidende bijnamen die in de loop van de tijd  aan diverse stukken gegeven zijn.   De uitvoerenden moeten wel in staat zijn aan deze verrassingen kleur te geven. Technische beheersing dient te blijken evenals muzikale expressiviteit. En het moet maar meteen gezegd worden, hiervan gaf het koor ruim blijk. Vanaf het begin werd de toon gezet met de zekere koorinzet van de bas, gevolgd door een dito tenorpartij.  Altpartijen kunnen weleens niet al te duidelijk naar voren komen, daar was hier geen sprake van en de sopranen klonken heerlijk helder in de hoogte. En ja, soms mochten de mannenpartijen iets meer body hebben door een groter aantal, toch had dit geen negatieve gevolgen voor het evenwicht in het koor. Een koor dat blijk gaf verschillen in tempo, dynamiek en expressie op een juiste wijze neer te kunnen zetten. Met een dirigent  die aan dit geheel doeltreffend leiding gaf.   Nu is deze muziek niet compleet zonder een degelijk continuo, een goed orkest en een kwartet solisten.  Zij maakten deze mis tot een muziekfestijn waar het publiek ten volle van heeft genoten. Anne Kroeze legde met zijn orgelspel een solide basis. Judith Sportel gaf de sopraansoli met een volle, heldere glans allure. Alt José Scholte was haar evenknie met een diepe warme klank. Gerrit van der Heide bewees ten volle een week na het zingen van Franz Léhar zijn tenorale professionele flexibiliteit en evenzo deed bariton Hans de Wolf dit, gewend als hij is aan ook solo zingen in Engelse kathedralen als de St Paul’s in Londen en de York Minster.   En dan het orkest.  Na met Anne Kroeze een zekere en glansrijke basis aan Haydn gegeven te hebben, kon het na de pauze haar kunnen bewijzen bij het concert van JS Bach voor hobo en viool BWV 1060, een concert dat door hem zelf meerdere keren voor verschillende instrumenten bewerkt is. In het kort gezegd: dit was feest, dit was geen noten spelen meer, maar muziek maken en dan is het altijd feest. Heel intiem, maar ook stralend vertelden hobo en viool een verhaal zoals Bach himself bedoeld moet hebben. En het publiek, dat begreep het.   Dit muziek maken werd door alle partijen doorgetrokken in het Gloria van Vivaldi.  Hoogtepunt  was het duet van de solisten Judith Sportel en José Scholte in het derde deel, het “Laudamus te” , met stemmen die in elkaar versmolten, om elkaar heen dansten en zo kleur en betekenis gaven aan wat Vivaldi schreef. Hier scheen de Italiaanse zon, hier danste het licht.   Na het muzikale gedeelte nam voorzitter van het EVE Lida de Vries-Muntingh het woord. Zij bedankte dirigent Wander Mulder en zijn echtgenote Bep Mulder-Karssen voor hun jarenlange leiding en op pakkende en toch ludieke wijze gaf ze aan de hand van een simpele witte zakdoek met het bespreken van verscheidene gebruiksmogelijkheden vorm aan de betekenis van dit afscheid voor het koor.   Toen verscheen burgemeester Aucke van der Werff op het podium. Als afgezant van de koning. Hij memoreerde de muzikale en maatschappelijke loopbaan van Wander Mulder en wegens zijn verdiensten op muzikaal, onderwijskundig, kerkelijk en wetenschappelijk terrein deelde hij hem de benoeming mee tot Lid van de Orde van Oranje-Nassau. Daarna spelde hij hem de bijbehorende versierselen op.   Wander Mulder kon zich geen beter afscheidsconcert wensen.  Leiding geven aan muziek maken op gedegen niveau en na afloop een lintje!   Henk Wassink,