Waar komen zonneweides in NOP?

EMMELOORD De gemeente Noordoostpolder wil met nieuw beleid voor zonneweides voorkomen dat er solitaire ‘spiegelveldjes’ ontstaan in het polderlandschap.

In het plan ‘Zon in de polder’ heeft de gemeente enkele gebieden aangewezen voor zonnevelden. ‘We willen voorkomen dat er overal veldjes voor zonne-energie komen’, legt wethouder Wiemer Haagsma uit. Het beleid dat de gemeente voor de ontwikkeling van zonneweides in 2013 vaststelde bood te veel kansen voor verrommeling.

Voorschrijdend inzicht zorgde twee jaar geleden al voor een ommezwaai. In het kader van de doelstelling van de gemeente om in 2030 energieneutraal te zijn, is er tegen die tijd ongeveer 600 hectare zonneland nodig in de polder. De ambitie is, ook aangegeven door de provincie Flevoland, om dit jaar al 150 hectare in te vullen.

De gemeente is voor het opstellen van het rapport ‘Zon in de polder’ vorig jaar in gesprek gegaan met inwoners. Daarnaast zijn veel gesprekken gevoerd met belangstellende initiatiefnemers. Ook is gesproken met partijen als Tennet en Liander, Waterschap, provincie, LTO, Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en de dorpsbelangen.

De gemeente heeft in eerste instantie drie kansgebieden aangewezen; langs de IJsselmeerkust tussend e windmolens van Westermeerwind, in de nabijheid van de glastuinbouw in Luttelgeest en Ens en in het bodemdalingsgebied tussen pakweg Nagele, Tollebeek en Emmeloord. De gemeente blijft niettemin het plaatsen van zonnepanelen op daken stimuleren. ‘Onze prioriteit ligt bij de realisatie van panelen op daken’, benadrukt Haagsma.

‘We willen zuinig omgaan met landbouwgrond, ontwerpen voor weides die passen bij de polder, tijdelijke invullingen van ongebruikte gronden, duurzaam gebruik, bijvoorbeeld het bundelen en combineren van grondgebruik en slim gebruik maken van het elektriciteitsnetwerk’, noemt Haagsma zes principes voor realisatie.

Hoe gaan we nu verder?

Het rapport wordt 18 maart besproken in de RTG en 1 april in de raad en ligt daarna ter inzage. Deze periode duurt 6 weken. Iedereen kan hierop reageren door een zienswijze in te dienen. Deze zienswijzen zullen worden betrokken bij de uiteindelijke vaststelling van het plan door de raad. Naar verwachting zal deze procedure in de tweede helft van 2019 worden doorlopen.