Youp droomt van Olympische Spelen Tokio

Sneek

 De 17-jarige Youp Pebesma uit Sneek, spelend in de Noordoostpolder, debuteert eind augustus in het Nederlands handboogteam met wedstrijden tegen België.

  Evert en Marion Pebesma hadden tien jaar geleden waarschijnlijk een vooruitziende blik. Hun huis aan De Hoofden is namelijk verrijkt met een enorm diepe tuin, waar zoon Youp flink wat trainingsuren doorbrengt. Een pijl vanaf 25 meter het bord inschieten? Youp weet inmiddels niet beter, want naast de thuistrainingen schiet hij ook nog vier keer per week boog bij clubs in Sneek, Ens en Steenwijk. Nico Kamp ‘Toen ik een jaar of tien, elf was schoot ik tijdens een sportdag op de basisschool voor de eerste keer boog’, vertelt hij bescheiden. ‘Ik vond het een uitdaging. De precisie, de concentratie. Daarbij vond ik het fijn dat het een individuele sport is. Ik startte in Sneek bij Fit Door Sport (FDS). Dat was toen nog een echt recreatieve club, en ik wilde naar een hoger niveau. Op uitnodiging van mijn huidige hoofdtrainer Nico Kamp mocht ik in Ens komen. En daarna ben ik ook in Steenwijk gaan trainen. De accommodaties en mogelijkheden zijn daar wat groter dan in Sneek. Ik vind het niet lastig om verder te moeten reizen voor mijn sport, want als je een beter resultaat wilt halen moet je daar wat voor over hebben.’ Lacht: ‘En mijn vader is naast mijn coach ook een goede privéchauffeur.’ Pa knikt en reageert onmiddellijk: ‘We rijden samen het hele land door. Van Amersfoort tot Brabant, door de wedstrijden komen we overal. Vooraf verheugen we ons al op de gehaktballen die we tijdens pauzes eten. Dat is ons vaste ritueel.’ De wedstrijden zijn meestal op zondag, de twee uur durende trainingen doordeweeks, onder leiding van eerder genoemde Nico Kamp. Kamp is een oude rot in het handboogschieten. De 71-jarige Emmeloorder heeft een erelijst waar je u tegen zegt. Zo won hij het NK al eens en is hij onder andere Europees recordhouder op de 18 meter. ‘Hij triggert mij enorm’, zegt Youp. ‘Hij is goudeerlijk en positief. En door hem ga ik tot het uiterste.’ ‘Een echte polderboer’, vult vader Evert aan. ‘Recht voor z’n raap.’ Interland Youp: ‘Hij is trots op ons. Al laat hij dat niet rechtstreeks merken. Dat gaat via grappen of via derden. Momenteel train ik hard omdat ik met het Nederlandse team twee interlandwedstrijden schiet: op 28 augustus in Schijndel en op 12 september in het Belgische Poppel. Tijdens deze wedstrijden komen er uit beide landen acht teams van vier personen uit. Dit gaat van junioren tot senioren en van heren tot dames. Ik heb er veel zin in, hoop op een score van 230 of meer. We schieten over een afstand van 25 meter. Zenuwachtig ben ik niet voor de wedstrijd, maar bij de eerste pijl wel.’ Polderboer Over schieten met een pijl gesproken, hoe is dat ooit eigenlijk als sport ontstaan? Youp heeft er een mooi verhaal over. ‘In een Brabantse kroeg schoten mensen met een pijl door een open raam van binnen naar buiten. Iedere keer moest die pijl van de stoep worden gehaald. Terwijl de jeugd dat deed, dronken de schutters in de tussentijd een biertje. Ze konden dus niet teveel pijlen schieten, want ze waren na verloop van tijd behoorlijk onder invloed. Of om in stijl te blijven: aangeschoten. Ik weet niet of het echt zo is gegaan, maar het is in elk geval een leuke anekdote.’ Zoals gezegd, handboogschieten komt op precisie aan, daarnaast moet je beresterke armen hebben. De eerste boog waar Youp ooit mee schoot – een houten exemplaar – wordt ook wel een ‘recurveboog’ genoemd. ‘Mijn huidige boog is van aluminium en een stuk groter en zwaarder. Om die hoog te kunnen houden doe ik hier thuis aan krachttraining. Verder loop je tijdens trainingen veel, dus beweging en sterke beenspieren krijg ik op die momenten genoeg.’ Met de Olympische Spelen op de buis, is het momenteel smullen voor Youp. Handboogschutter Sjef van den Berg wordt op de voet gevolgd in huize Pebesma. Met zijn 21 jaar is hij een jonge, veelbelovende schutter. Toch is hij niet echt een voorbeeld voor Youp. ‘Iedereen doet het anders. Ik schiet voor mijzelf. Wel hoop ik net als Sjef over vier jaar op de Olympische Spelen te staan. Dan zal ik meer moeten trainen, het niveau moet omhoog. En ik zal constanter moeten worden. Maar ik heb het er graag voor over. Want alles wat leuk is, is nooit een belasting.’ Amanda de Vries

Auteur

redactie