‘Ik wil morgen wel terug’

CREIL

Tien jongeren uit Noordoostpolder verbleven in het kader van de jaarlijkse uitwisseling van de stichting Vrienden van Japan van 18 tot en 28 juli in Mizumaki in Japan.

Amber Froom (17) uit Creil, Erben Oosting (16) uit Kuinre, Sophie Edzes (15) uit Emmeloord en Wilmar Oppenhuis (17) uit Lemmer vertellen over de onvergetelijke tijd in het land van de Rijzende Zon. ‘Het was heel leuk en heel bijzonder. Ik ben ook in Afrika en Libanon geweest, maar dit was zo anders’, vertelt Amber die net geslaagd is aan het Groenhorst. ‘Ik was heel verrast over de gebruiken. De mensen zijn heel betrokken en zeer sociaal. Wat mij het meest opviel is hun beleefdheid en het eten is ook heel anders; geen aardappelen, vlees en groente, maar vooral veel rijst en vis en ik ben niet zo’n fan van vis. Dat was echt wennen.’

De warmte van het gezin compenseerde echter alles voor Amber. ‘Ik mis ze echt. Ik was een echt lid van hun familie en hoop ze weer eens te zien. Het was zo ontzettend lief.’ De beleefdheid vond Erben, die na de vakantie Internationale Business Studies gaat doen op het Deltion in Zwolle, soms wel erg ver gaan. ‘De mensen zijn erg onderdanig. Ze zeiden vaak sorry, dat hoefde voor mij niet, maar ze voelden zich er prettig bij. Misschien is het ook wel een automatisme, want ik was de gast. Mijn gastgezin sprak gelukkig Engels, waardoor ik goede contacten had. Ze waren zeer geinteresseerd. Ik zou ook graag weer terug willen en dan zeker ook naar Tokyo willen.’

Sophie, die na de zomer naar het examenjaar op de Bonifatius Mavo gaat, huilde tranen met tuiten bij het afscheid uit Japan. ‘We hadden zo’n mooie groep. We zaten allemaal wat chagrijnig in het vliegtuig op de weg naar huis. Ik mis Japan nu al, ik wil morgen wel terug. Gelukkig kunnen we met onze groep een reunie houden en herinneringen ophalen. Het voelt alsof ik familie, zeker mijn gastzusje Nada, achtergelaten heb in Japan. Zij gaven me ook het gevoel dat ik een dochter was.’ De beleefdheid van de Japanners ervoer ze ook als ‘niet normaal’. ‘Ze doen alles voor je en waren heel erg zorgzaam. Ik heb ontzettend veel geleerd in10 dagen en heel veel vriendinnen gemaakt.’

Wilmar vond de reis in een woord ‘geweldig’. Ook zij ervoer dat de mensen wel erg veel excuses maakten. ‘Sorry voor onze kleine auto en ons kleine huis, alsof je daar sorry voor moet zeggen.’ Ook Wilmar werd verwend op haar gastadres. ‘Ik hoefde mijn koffer niet te tillen en mocht niks doen bij het gastgezin met een kind en waar ook opa en oma inwoonden.’ De avonden met het gezin vond ze het leukst. ‘Lekker met elkaar praten en de communicatie uitvogelen met Google translate. Het was heel bijzonder. Deze reis zal ik nooit vergeten.’


Auteur

Redacteur