‘Ik was meestal de eerste’

RUTTEN

‘Vroeger moest je er als je 55 jaar was uit, maar dat is niet meer zo. Je mag door zolang je door de keuring komt. Alleen de keuringen worden steeds zwaarder; of je nu 20 of 60 bent, daar houden ze geen rekening mee.’ En een prettige bijkomstigheid is dat hij nu wat meer vrije tijd krijgt. ‘Het kost je al snel een avond per week en nog wat meer. Naast de oefenavond heb je namelijk de opleidingen en cursussen om bij te blijven.’

Een maand voordat hij met Janna in het huwelijk trad had hij ‘ja’ gezegd tegen het brandweerkorps. ‘Als ze je vragen, weten ze ook dat je geschikt bent. Dan kun je ook geen nee meer zeggen.’ De scouts hadden het goed gezien. Jan werd bevelvoerder, een functie die hij dertig jaar bekleedde, en was meestal de eerste op de kazerne na het afgaan van de pieper.

En daarin was ook het thuisfront een belangrijke steun. ‘Als de pieper ‘s nachts ging kleedde ik me aan en zette Janna de auto voor. Ik kon zo weg rijden.’ Niet alleen het brandweerwerk beviel hem, ook de sfeer binnen de groep. ‘Ik heb twee generaties meegemaakt. We hadden altijd een goede sfeer en ook altijd genoeg mensen, want je hebt wel vijftien mensen nodig. Vorig jaar kwamen er na de open dag weer drie bij.’

De blusgroep Rutten werd tot enkele jaren geleden ook ingezet bij rampenbestrijding. ‘We waren bijvoorbeeld ook bij de Bijlmerramp. Een dag na de ramp waren we in het gebied om puin te ruimen en te zoeken naar menselijke resten. Ook bij de brand in de Bonte Wever in Zuidlaren waren we en bij grote branden in Lelystad en Zeewolde.’

De Bijlmerramp is wel het meest indrukwekkende wat Versteijnen meemaakte. ‘Dat was zo groot. Ik kan er overigens altijd wel tegen. Als je er thuis maar over kunt praten. Ongelukken met dodelijke afloop, blijft altijd moeilijk. Je gaat er altijd naar toe om te redden en je doet je best.’ Het leven zonder pieper is nog wel even wennen. ‘Gelukkig had ik het de laatste tijd druk met maïshakselen, maar als ik straks de sirene hoor dan is het wel jammer dat ik niet meekan.’

Versteijnen blijft overigens nog wel wat hand- en spandiensten verrichten voor het Ruttense brandweerkorps. En het vuur van de brandweer is in de familie ook niet gedoofd. Schoonzoon Christiaan treedt in de voetsporen van zijn schoonvader als bevelvoerder van de groep. Als dank voor zijn trouwe inzet voor de brandweer kreeg hij een afscheidsreceptie aangeboden en een rijtoer op een historische bluswagen door het dorp.


Auteur

Redacteur