Berend Schotanus en Jeroen Woltinge van AV NOP in voorbereiding voor NK: 100 km hardlopen ver? ‘Je kunt meer dan je denkt’

Berend Schotanus (links) en Jeroen Woltinge van AV NOP zijn volop in training voor het NK 100 kilometer hardlopen in en rond Winschoten. Foto Harry de Ridder

Emmeloord - De een is een ‘gummibal’, de ander wat blessuregevoelig, maar wat ze gemeen hebben is hun liefde voor zware sportieve uitdagingen: twaalf marathons in een jaar, trailruns van 100 kilometer of een hele triatlon. Eerstvolgende beproeving: het NK 100 kilometer in Winschoten. Berend Schotanus wil de run per se uitlopen, Jeroen Woltinge gaat voor het clubrecord van AV NOP.

Beide mannen zijn ongedurig, kunnen slecht stil zitten. De ene uitdaging is nog niet achter de rug of de volgende staat al weer voor de deur. Schotanus (51) en Woltinge (27) zijn diehard hardlopers, die wekelijks meerdere keren trainen, goed op hun voeding letten en er ziek van zijn als ze niet kunnen hardlopen. ‘Wat zal ik nu weer eens gaan doen?’, vroeg Schotanus zich na zijn twaalf marathons af. Korte lopen blijken niet aan hem besteed. ‘Ik haal er minder voldoening uit en ik merk, als ik meer op tempo train, dat ik meer last van pijntjes krijg.’

Oudste ultraloop

Daarom richtte de Emmeloorder zich op de nationale titelstrijd 100 kilometer, traditiegetrouw op de tweede zaterdag in september. Dit jaar is dat 10 september. De RUN is Nederlands oudste ultraloop. Toevallig had Jeroen Woltinge zijn vizier ook op de ultraloop door de Ommelanden van Groningen gericht. Het wordt zijn debuut bij een grote wedstrijd op de weg. De Emmeloorder, werkzaam in de jachtbouw, is eigenlijk meer een man van langdurig in z’n eentje in de natuur zwoegen. ‘Wedstrijden van 50 kilometer, daar doe ik het niet voor.’

De insteek is voor de twee atleten van AV NOP verschillend. Schotanus loopt sowieso een clubrecord voor masters, want dat bestaat nog niet. ‘Ik wil de wedstrijd binnen de tien uur finishen. En ik kan voor Jeroen een beetje hazen als hij weer eens voorbij komt.’ De ultraloop bestaat uit tien ronden van tien kilometer, vandaar. Woltinge heeft een concreet doel voor ogen: ‘Ik wil het clubrecord verbreken.’ Dat staat nu op naam van Stefan Woudwijk, die in 2016 derde werd in een tijd van 8 uur, 19 minuten en 27 seconden.

Echt natuurtalent

Trainer Tjeerd Popkema acht Jeroen Woltinge er zeker toe in staat. ‘Jeroen heeft een heel effectief pasje’, zegt Popkema, ‘echt een natuurtalent op de ultralange afstanden. Zijn vetverbranding is heel goed getraind door de ultraruns.’ Toch had het natuurtalent lang voedselproblemen. ‘Ik kwam altijd doodziek en helemaal leeg over de finish. Nu heb ik het onder controle. Is een kwestie van ervaring. Veel koolhydraten, dat is belangrijk. Elke drie kwartier een gelletje. En ik werk van alles naar binnen, dat op bevoorradingsposten voorhanden is: chips, nootjes, winegums.’

Het lijkt gekkenwerk, 100 kilometer hardlopen, maar een mens is tot veel meer in staat dan ie vaak denkt zeggen Schotanus, Woltinge en Popkema in koor. De trainer: ‘Mensen hebben een uitstekend verbrandingssysteem, zijn gebouwd voor langere afstanden. Van oudsher joegen mensen al achter herten aan.’ Schotanus zag topper Piet Wiersma eens aan het werk op Texel, tijdens een run van 60 kilometer. ‘Hij won in een parcoursrecord, terwijl hij ook nog teveel had gelopen. Je kon er ook twee rondjes lopen. De winnaar daarvan zag er bepaald niet gammel uit na de finish.’

Mentaal sterk

Jeroen Woltinge weet uit eigen ervaring, dat je veel langere afstanden kan lopen dan je zelf denkt. ‘Als je een marathon kunt lopen, kun je ook een wedstrijd over 100 kilometer aan. Het zit vooral tussen de oren. Na een marathon doen je benen zeer, na 80 kilometer doen ze net zo zeer.’ De voorbereiding is natuurlijk heel belangrijk. Tjeerd Popkema: ‘Je moet goed luisteren naar je lichaam, de aanpak continu aanpassen.’ Berend pakt wat meer de fiets, omdat hij blessuregevoeliger is.’ En over de wedstrijd zelf: ‘Berend en Jeroen zijn mentaal sterk, maar je kunt niet door muren heen lopen.’

Ondertussen dromen de twee polderatleten al over andere geestelijke en lichamelijke beproevingen. Berend Schotanus ziet de Frysman, een hele triatlon in Gaasterland, wel zitten. Hij is er vrijwilliger. ‘Mijn vrouw herinnerde mij er onlangs aan, dat ik heb beloofd niet mee te doen. Misschien wordt 2023 wel een tussenjaar.’ Jeroen Woltinge droomt van de UTMB, de Ultra-Trail Mont-Blanc. De moeilijkste trail ter wereld met een lengte van 170 kilometer en 10.000 meter aan hoogteverschil. ‘Je moet je kwalificeren en geluk hebben dat je wordt ingeloot. Het lijkt me heel mooi om mee te doen. Ik keek altijd al de filmpjes op YouTube. Van die sfeer daar word ik heel blij.’

Harry de Ridder

Nieuws

menu