Column | Ontpolderen

Cees Walinga

Zeven jaar geleden was de Noordoostpolder voor mij een gebied dat ik alleen vanaf de A6 kende en van mijn fietstochten van de Zuidwesthoek van Friesland naar een zus in Apeldoorn. De route Lemmer Bant, Emmeloord, Ens en dan over de Ramspolbrug, die ouwe nog, was een oversteek naar het IJsselgebied en de Veluwe.

Inmiddels ken ik alle hoeken van de polder en als je een streek beter kent leer je het ook beter waarderen. De vergezichten bij de Ketelbrug, de prehistorie die je voelt op Schokland, het idyllische oud-Kraggenburg, het Waterloopbos, Kuinderbos en niet te vergeten de tulpen.

Maar afgezien van het landschap heb ik de mensen in de polder leren kennen als vriendelijke betrokken inwoners die hart en ziel hebben voor hun dorp en omgeving. En die daarbij ook betrokken zijn bij hun krant, weekblad De Noordoostpolder als bindmiddel van alles wat er in het gebied gebeurt. Ik heb de krant de afgelopen jaren met veel plezier gemaakt. Het bracht me zelfs in de grootste windtunnel van Europa. Ja die staat hier.

Jullie begrijpen het al. Dit stukje stuurt aan op een afscheid. Vanaf 1 oktober ga ik bij de Meppeler Courant aan de slag. Het oude land weer op. En dus ontpolderen en daar weer inpolderen. Want ik moet bekennen ook die stad ken ik alleen van Station Meppel en de afslagen van de A32. Ik ben er maar eens gaan kijken en de eerste indruk is niet slecht.

De krant van vandaag is de laatste polderkrant van mijn hand. Ik bedank iedereen voor de gesprekken en interviews. Ik heb dankzij jullie mooie kranten kunnen maken. De polder is me lief. Ik spreek er als ambassadeur over als ik mensen tref die het gebied en de rijkdom ervan nog niet kennen.

Cees Walinga

Nieuws

menu