Femke Beuling: exit schaatsen, enter wielrennen

Femke Beuling is overgestapt van de schaats op de fiets. Ze heeft haar studie op een laag pitje gezet en wil gaan ontdekken of er voor haar een mooie loopbaan in het wielrennen in het verschiet ligt Foto Reina Halman Fotografie

Emmeloord - Voormalig groot schaatstalent Femke Beuling heeft noodgedwongen een punt achter haar loopbaan gezet. De arts in opleiding (22) heeft een andere sportpassie gevonden, waarop ze zich vol overgave stort: wielrennen.

De studie staat voorlopig op een laag pitje, hard fietsen krijgt voorrang. ‘Ik ben heel benieuwd hoe ik ervoor sta na een hele winter op de fiets.’ Op het terras van haar ouderlijk huis aan de Kuinderweg blikt ze terug en vooruit.

‘Het was een lastige beslissing om te stoppen, maar voor mezelf was het geen verrassing. Ik had al langer last van mijn voet, eigenlijk het hele vorige seizoen al. Het schaatsen was niet meer wat het ooit was, het ging niet goed. Ik vond het niet meer leuk. Ik presteerde heel wisselvallig en ik wist niet wat er aan de hand was. Daar werd ik onzeker van. Waarschijnlijk speelde het probleem al langer, al zal ik dat nooit zeker weten. Op trainingskamp in Inzell, september vorig jaar, werd het erger.’

‘Ik voelde steeds meer weerstand. Bijna elke slag op dat trainingskamp ging mis. Ik verloor snelheid, was een deel van de afzet kwijt. Heel irritant en frustrerend. Ik kon niet datgene presteren wat ik voor ogen had. Ik liet een paar procent liggen en in de top gaat het om honderdsten. Dat verlies van een paar procent ga je ergens anders niet terugwinnen. Mijn doelen waren onrealistisch geworden. Na de tweede training, afgelopen zomer heb ik besloten te stoppen. Mijn perspectief was heel slecht. Henk Hospes, mijn trainer, was het ermee eens. Hij had er ook geen vertrouwen meer in.’

Zwabbervoet

‘Henk Hospes had eind januari, rond het NK sprint, contact gelegd met Beorn Nijenhuis. Hij is een ex-topschaatser, is nu neurowetenschapper en doet veel onderzoek naar het verschijnsel zwabbervoet. Tijdens het NK ben ik wetenschappelijk gevolgd. De via sensoren verkregen data kwamen overeen met de data van mensen met een zwabbervoet. Beorn Nijenhuis heeft in zijn promotieonderzoek aangetoond, dat de zwabbervoet het gevolg is van een neurologische aandoening: taak-specifieke dystonie. Nog nooit is iemand van die aandoening hersteld.’

‘Het was lastig om te stoppen met schaatsen, maar ik was op het laatst blijer op de fiets dan tijdens een schaatstraining. Als schaatser fiets je al veel, vooral in de zomer. Toen ik met schaatsen begon, ben ik meteen lid geworden van FTC Marknesse en deed ik al mee met clubwedstrijdjes. En als lid van De Kannibaal, een wielerclub uit Peize, heb ik een paar jaar geleden ook aan wat wedstrijden meegedaan. Deze zomer heb ik dat weer opgepakt. Ik rij nu wedstrijden voor de club en doe mee aan de topcompetitie.’

Zesde op NK

‘Ik rij vooral criteriums, wedstrijden op regionaal niveau van tussen de 50 tot 70 kilometer. Ik heb een paar keer podium gereden. Wedstrijden van meer dan 100 kilometer, dat is echt afzien. Eind juni heb ik aan het NK voor eliterenners zonder contract meegedaan. Dat ging verrassend goed. Ik werd zesde op de VAM-berg. De vraag was: wil ik verder in het wielrennen of ga ik verder met mijn studie? Ik heb mijn bachelor afgerond. Coschappen zijn heel druk, je maakt heel lange dagen. Ze zijn eigenlijk niet met topsport te combineren. Over een paar jaar kan ik ook nog coschappen lopen.’

‘De vraag is dus beantwoord: ik wil heel graag verder in het wielrennen. Ik ben benieuwd hoe het gaat volgend jaar na een hele winter op de fiets. In mijn schaatsperiode begon ik elk jaar weer op nul. Dat is straks anders. Ik werk nu nog met trainingsschema’s, die ik van schaatstrainers en fietsende vrienden krijg. Het is allemaal nog niet heel professioneel. Ik ben nog niet erg thuis in die wereld, ik moet proberen zelf alles uit te vinden. Ik denk, dat ik voorlopig bij de club blijf. Nog uitdaging genoeg.’

‘Ik ga ervoor’

‘Ik ben een sprinter natuurlijk. Al is een sprint na 100 kilometer hard fietsen iets heel anders dan de sprint bij schaatsen. Het volgende niveau is continentaal. Dan heb je het over ploegen als Parkhotel Valkenburg. Het zou supervet zijn als ik de kans krijg een stap hogerop te maken, maar ik weet niet of dat realistisch is. Is ook niet erg. Over een jaar weet ik meer. Ik ga er in ieder geval vol voor.’

Harry de Ridder


Nieuws

menu