Krispijn van den Dries in Boerentroonrede: 'In de toekomst zijn we allemaal stadsboeren en produceren we vitale smaakvolle voeding voor de burgers om ons heen'

Krispijn van den Dries spreekt Boerentroonrede uit. Foto: Cees Walinga/Mediahuisnoord

Ens - Bioboer Krispijn van den Dries uit Ens sprak donderdagavond bij de afsluiting van de BioKennisWeek van de BioAcademy de boerentroonrede uit, daarin wijst hij de weg naar een toekomst voor ons voedselsysteem.

“If you are doing the right thing for the earth, she’s giving you great company”, zei hoogleraar en activiste Vandana Shiva. Daarmee sprak ze ons allen aan om bewust en beter om te gaan met de aarde zodat wij kunnen leven en genieten van al haar schoonheden.

Toch gaan wij al lange tijd niet goed om met de aarde. Er wordt dusdanig roofbouw op haar gepleegd dat wij afstevenen op de grootste crisis ooit door mensen gekend. In de huidige wereld bestaat er veel kansenongelijkheid en worden tegenstellingen uitvergroot. Wij moeten toe naar een radicaal andere manier van leven om uiteindelijk de aarde en haar bewoners weer te laten floreren in al haar schoonheden. Een oplossing ligt dichterbij dan je denkt. Er ontstaan langzamerhand scheuren in de huidige systemen en die zijn al lang geleden begonnen te ontstaan. Voor mij is het een bijzondere eer hier te staan. Aan de hand van mijn eigen geschiedenis neem ik je mee naar de toekomst van ons voedselsysteem.

Bevelandia

Ooit lang geleden in een land hier ver vandaan genaamd Bevelandia vestigden zich de voorouders van de familie Van den Dries. Vanaf de 11de eeuw nauw betrokken bij de inpoldering van het tegenwoordige Zeeland, wisten zij zich een boerenbestaan op te bouwen. Zij toverden Driesen, wat ook wel braakliggend weiland betekent, om tot levende centrale veldjes waar men het gezamenlijke vee liet grazen en de groenten verbouwde voor de omliggende gemeenschap. De Gouden Eeuw bracht veel voorspoed, levendige handel in wol en andere landbouwproducten. Later stopten de Fransen de handel maar de landbouwontwikkeling ging onverminderd door. Boerderijen werden groter. Het gezin waarin mijn opa Piet van den Dries werd geboren was begin 1900 te groot geworden om alle zoons een plek op de Zeeuwse kleiakker te geven.

Mijn opa Piet, het pionieren in het bloed, toog eind 1941 naar het pas droog gevallen nieuwe land. In de Noordoostpolder moest nog veel gebeuren. Het graven van sloten, het land in cultuur brengen. De nazi’s vonden de ontwikkeling van deze ‘graanschuur’ dermate belangrijk dat mannen die in de Noordoostpolder aan het werk waren daar blijven mochten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meehelpen bij de ontginning was voor Opa Piet de manier om later kans te maken op een boerderij.

Geselecteerd

Na de oorlog werd het land uitgegeven en opa en oma zaten bij de geselecteerden. Thuis in Zeeland waren de financiële boeken en de linnenkasten goedgekeurd door de Rijksdienst. Want zo ging dat in die tijd, alles werd gecontroleerd en als alles voldeed kreeg je grotere kans op groen licht. Een stabiele relatie daarin was uitermate belangrijk, pionieren in het nieuwe land kon je niet alleen. Uitgifte volgde en de pacht van een boerderij van 48 ha was een feit.

Mijn opa was de laatste generatie die het land bewerkte met paarden. En om de bodem goed te houden was vanuit overheidswege de teelt van luzerne toen nog een verplichting. Vlak na de oorlog was er nog voor 1 week voedsel in Nederland. Sicco Mansholt werd aangesteld als minister van landbouw. Hij zette in op mechanisatie, kunstmest, chemie en schaalvergroting. Nooit meer honger was zijn adagium.

Nooit meer honger

De landbouw veranderde in hoog tempo. Woog de eerste trekker van mijn opa 800 kg, tegenwoordig is het 10-voudige gewicht normaal. Tilde mijn opa nog aardappelzakken van 50 kg. Tegenwoordig is 20 kg de max. De voedselproductie per ha steeg aanzienlijk. Maar niet veel later kwam het boek Silent Spring uit. De eerste milieueffecten van deze “nieuwe landbouw” werden waargenomen. 10 jaar later kwam de Club van Rome met een verontrustend rapport over ons klimaat en het uitputten van de aarde. In deze periode groeide mijn vader Digni op.

Club van Rome

Hij was een van de eersten in de Noordoostpolder die begin jaren ’90 zijn bedrijf omschakelende naar een biologische boerderij. Mede onder invloed van mijn moeder waren 32 jaar geleden wat hem betreft de grenzen aan de groei in kunstmest, bestrijdingsmiddelen en zware mechanisatie bereikt.

De inzet werd een meer natuurlijke manier van boeren. Opnieuw pionieren. En niet alleen. Peter Keij voegde zich bij het bedrijf. Biologische akkerbouwbedrijven waren er nog nauwelijks, zeker niet in de Noordoostpolder. Nieuwe manier van werken, nieuwe mechanisatie en nieuwe afzet; alles moest nog worden ontwikkeld. Ik kan mij bijvoorbeeld nog herinneren dat ik als klein jongetje meeging om gladiolen uit te delen op het Damrak in Amsterdam. Op ons land groeiden de gladiolen prima, met prachtig rode bloemen. Echter was er nog geen afzetmarkt voor biologische bloemen. Dan maar uitdelen. Voor mij een hele belevenis.

Het waren jaren met grote klappers als de markt en de productie meezat en soms erg magere periodes o.a. toen overheden de omschakeling naar biologisch eind jaren 90 enorm bevorderde, zonder in te zetten op evenredige marktgroei.

Biologische sector

In al die jaren heeft de biologische sector ook veel betekend voor het landbouwkundige Onderzoek en Ontwikkeling en in het verlengde daarvan de verandering van de algemene landbouwpraktijk. Van talloze biologische voorlopers die vaak met vallen en opstaan op dat gebied doorbraken hebben bereikt met hun methodes van werken, marktontwikkeling en bijv. verkorting van de keten zijn en worden de manieren tot op de dag van vandaag algemeen over genomen.

Pionieren zal altijd nodig zijn in de landbouw. Net zoals opkomen voor jezelf, voor een eerlijkere verdeling in de keten en een duurzaam voedselsysteem. Ik stond niet voor niets op 1 april 2012 met een kipper aardappels op de Dam in Amsterdam. Ik zag import aardappelen in de supermarkt. En onze schuren en die van mijn collega’s lagen nog vol met prachtige aardappels. Hoe krom zit een voedselsysteem dan in elkaar en hoe kunnen we dit in de toekomst veranderen was mijn vraag. Voor mij het startpunt voor onderzoek naar de toekomst van ons bedrijf in een snel veranderende wereld.

Metamorphosis

Hoe ziet de (nabije) toekomst er dan uit? Onze toekomst! De toekomst van onze kinderen! De weg naar de toekomst is aan voortdurende verandering onderhevig. Het is niet voor niets dat mijn vader het bedrijf ooit Metamorphosis noemde. Metamorphosis staat voor gedaanteverwisseling, verandering op basis van natuurlijke wetmatigheden. De naam met als logo de vormontwikkeling van een vlinder. Van eitje naar rups, via pop en imago naar vlinder. Een radicale verandering. Ook in de landbouw kennen we radicale veranderingen.

Denk aan de jagers en verzamelaars die gingen boeren, denk aan de opkomst en ondergang van diverse rijken in de oudheid, denk aan de opkomst van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. We staan momenteel aan de vooravond van zo’n radicale verandering. Één die vertraagd wordt door de “oude”. De oude wereld die probeert nog vast te houden aan oude methodieken, oude machtsverhoudingen, aan business as usual. Dat is echter een achterhoede gevecht. Bij radicale veranderingen horen achterhoedegevechten. Maar er rest ons niet veel tijd om dingen anders te doen. Het wordt tijd voor een nieuw systeem, het wordt tijd dat alle energie gefocust wordt op (positieve) verandering, het wordt tijd dat het geld gaat stromen richting deze verandering.

Radicale veranderingen

Voor deze aanstaande gedaanteverwisseling, deze verandering heeft de landbouw de sleutel in handen! Wij, boeren, wij zijn de verzorgers van onze aarde. We hebben er maar één! Door onze samenwerking met de aarde ontstaat er voedsel waar wij op kunnen leven, waardoor wij ons kunnen ontwikkelen. Waardoor wij plezier hebben en genieten. Op het platteland verleg je je focus, in de buitenlucht kom je tot rust, maak je je hoofd leeg, kan je aarden. Toen ik eerder werkte op een zorgboerderij zag ik dat heel duidelijk. Mensen kwamen tot rust. Kregen focus. Konden dingen die ze eerder niet dachten te kunnen.

Vitaliteit

Het nieuwe systeem geeft kracht, geeft gezondheid, geeft vitaliteit. En dit systeem ontwikkelen we samen. Boeren en Burgers. Velen zijn al over aan het stappen naar dit nieuwe robuuste systeem. Kijk naar de biodynamische en biologische boeren, kijken naar de regeneratieve boeren, kijk naar de natuurinclusieve boeren, kijk naar de voedselbosboeren en stadsboeren. Én kijk naar de burgers die hun boodschappen doen op het boerenerf of bij de boerenmarkt of via een voedselcoöperatie of in de bio-winkels.

Allemaal mensen die werken aan een korte transparante voedselketen en betrokkenheid voelen, die vaste grond onder de voeten wensen. Een voedselketen die draait om eerlijkheid, om transparantie. En niet om uitbuiting en natuurvernietiging. Boeren die werken aan en in dit nieuwe systeem en burgers die boodschappen doen in dit nieuwe systeem zorgen voor ontwikkeling en zorgen voor de aarde. Zij zorgen er voor dat een boer een leefbaar inkomen kan hebben, zodat geïnvesteerd kan worden in natuur- en plattelandsontwikkeling. Een vitaal platteland is het resultaat!

Plattelandsontwikkeling

In de metamorfose die wijzelf de afgelopen 32 jaar sinds de omschakeling hebben meegemaakt is er veel veranderd op ons bedrijf. In de jonge jaren van mijn vader waren er volop mussen, leeuweriken, hazen en zelfs patrijzen. Echter raakten de erven en akkers in de loop der jaren steeds leger. De verandering in deze teloorgang kwam na de omschakeling naar biologisch. Terzelfdertijd startte mijn vader een project om slootkanten en de kop van de akkers anders te gaan beheren voor meer bloei en natuur. Tevens plantte mijn moeder wilgen voor de vroege voorjaarsinsecten.

Als je nu hoogzomer over het land loopt, hoor je de leeuwerik fluiten. In het najaar zie je zwermen kieviten en duiven foerageren op het graan wat we speciaal voor hen en andere wintergasten laten staan. In de winter sluipt de vos over de akker om een laatste muis te vangen. En in het vroege voorjaar zie je de hazen “boksen” en komt een groep reeën eten van onze groene akker die als een oase ligt tussen omgeploegde velden grijze klei.

Insecten zoemen volop over de akkers. Dit is met name goed te zien in de erwtenteelt. Als begin juni de erwten in bloei komen stikt het van de insecten. Er is dan ook heel veel te eten in erwten. Allerlei soorten bladluizen voeden zich aan de erwtenplant. Maar het duurt niet lang of de gaasvlieg, het lieveheersbeestje, de zweefvliegen en de galmuggen leggen hun eitjes. De uitkomende hongerige larven doen zich vervolgens tegoed aan de bladluizen.

Harmonie in ecosysteem

En de eerste keer toen ik zag dat er een zwerm spreeuwen neerstreek in de erwten, schrok ik; worden daar onze erwten opgegeten? Toen ik echter beter keek zag ik dat ook zij kwamen om de bladluis op te eten. De manier waarop wij boeren en anderen met ons, zorgt voor meer harmonie in het ecosysteem. Natuur en landbouw staan niet los van elkaar. Dat kan ook helemaal niet. Maar natuur en landbouw zijn geïntegreerd op ons bedrijf. En ook bij ons kan dat nog meer.

Als ik kijk naar het grotere plaatje dan is het ultieme landbouwsysteem in hoge mate een integratie tussen landbouw en natuur. Weinig inputs van buitenaf. Geen fossiele brandstof. Geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Wel gebruik van lokale grondstoffen. Wat ik een ongelooflijk boeiend proces vind, is het composteringsproces.

Compostering

Maaisel van bermen, sloten en natuurgebieden wordt bij ons gebracht en, soms met de toevoeging van water, verandert langzamerhand van structuur en kleur. Het is de natuur zelf die dit regelt. Miljoenen bacteriën, schimmels en insecten gaan de plantenresten te lijf en door hun keiharde werk warmt de compost in wording op tot 70 graden, waardoor zelfs onkruidzaden het loodje leggen. Zo wordt het lokale “afval” een waardevolle grondstof voor de ontwikkeling van de vruchtbaarheid op onze akkers.

Door te zorgen voor meer diversiteit in en om de akkers ontstaat er een evenwicht waardoor schadelijke insecten minder kans krijgen. Ook wij hebben soms nog last van insecten of schimmels in onze gewassen. Wat vertelt dat ons? Een mooi voorbeeld is de rups van het koolwitje. Zie je koolwitjes vliegen dan zijn er binnenkort rupsen. Gek genoeg zitten al die rupsen van die vele koolwitjes maar op een paar planten. Als je beter kijkt zie je wat er met die planten aan de hand is.

Koolwitje

Ze zijn verstoord in de groei. Een koolplant met rupsen van het koolwitje staat vaak op slechte structuur grond zo blijkt, vaak aan de rand van de akker waar veel wordt gereden of de machine nog niet goed in de grond zat. Of ze zitten op een kool die eerder is “aangetikt“ door een schoffelmes en daardoor slechter groeit. Dit vertelt ons dus dat als wij zorgen voor een optimale bodemgesteldheid en gunstige omgevingsfactoren zoals foerageergebieden en schuilmogelijkheden voor natuurlijke vijanden wij een stuk minder last hebben van schade in gewassen.

Het ultieme landbouwsysteem is niet één systeem. Het zijn systemen die passen bij de omgeving en de gewassen die worden geteeld en zoveel mogelijk gebruik maken van natuurlijk wetmatigheden. Een systeem dat werkt met lichtere, kleinere maar ook slimmere machines gemaakt van circulaire materialen en aangedreven door duurzame energie of dier of mens. Teruggaan naar de tijd van mijn opa met 50 kg aardappel tillen, willen we niet meer. Er mag echter wel wat meer idylle terugkomen op het platteland. Een balans ontstaan tussen de inzet van slimme techniek en mens- en denkkracht.

Landbouw is cultuur, geen natuur. Wij boeren zetten vroegtijdig het mes in de kool; wij oogsten voedsel voor mensen en maken daarmee ook een einde aan groei. Dat is ook helemaal niet erg. Zolang wij er maar voor zorgen dat wij de aarde beter achter laten dan dat we hem aantroffen is er niet zoveel aan de hand.

Doodlopende weg

In die systematiek hebben we de afgelopen 70 jaar niet gezeten. De inzet van meer technologie voor schaalvergroting is een doodlopende weg. Daarom moeten we nu streven naar een slim systeem dat weinig moeite kost, dat weinig inputs nodig heeft van het grootkapitaal; dat zichzelf instant kan houden, onafhankelijk van welke crisis dan ook en dat gebaseerd is op wat er lokaal beschikbaar is en bij voorkeur ook lokaal gegeten wordt. In dit systeem is er geen scheiding tussen stad en platteland. Er vindt een verregaande mate van integratie plaats tussen stedelijk en landschappelijk gebied. Zo houden we de keten kort, het platteland levendig en de groene ruimte in de stad vrij. In de toekomst zijn we in Nederland allemaal stadsboeren en produceren we vitale smaakvolle voeding voor de burgers om ons heen.

Er komen veel noodzakelijke veranderingen op ons boeren af. Veranderingen die ik ook nastreef! Als we één ding kunnen leren uit het verleden is dat florerende systemen ten ondergaan aan hun eigen succes, dat pionieren loont en dat verandering onlosmakelijk verbonden is met het leven. Ook Mansholt kwam daar achter op latere leeftijd. Maar, het systeem veranderen dat kunnen wij niet alleen. Wij, beheerders van het platteland, hebben jullie nodig.

Vitale voeding

Dus Burgers, Overheden, Banken, Erfbetreders, Buitenlui, laat je energie, je geld, je capaciteiten stromen richting het nieuwe systeem. Zodat wij met z’n allen zorgen voor een leefbare aarde, een mooi en levendig platteland. Zodat wij, boeren, kunnen zorgen voor jullie dagelijkse portie vitale voeding en gezonde verkwikkende buitenlucht


Nieuws

Meest gelezen