Leerlingen Bonifatius lezen twee uur per week: volhouden is het sleutelwoord

Leerlingen lezen tegelijkertijd, ook docenten doen mee. Foto: Evelien Sikkema

Leerlingen van de katholieke Bonifatius mavo hebben er een bijzonder jaar opzitten. De school heeft namelijk geëxperimenteerd met een leesproject. Een jaar lang werd iedere week twee uur gelezen met de mavo om hun woordenschat op te krikken. Iedere leerling had zijn of haar eigen leesboek. Tijd om de balans op te maken.

Dirande van de Weerd, docente aardrijkskunde, blikt terug op de start van het leesproject: ‘We zijn vorig jaar september heel enthousiast begonnen. Iets wat we meteen al wisten, was dat het lestijd zou gaan kosten. Aan ons om het belang van het lezen steeds maar weer uit te leggen. Wat ons helpt is dat we regelmatig in het nieuws horen dat het slecht gesteld is met het leesniveau in Nederland.’

Waarom dit project?

‘Waar wij als docenten tegenaan liepen is dat we in de lessen heel veel bezig zijn met het uitleggen van moeilijke woorden in de teksten. Daar moesten we als school iets mee, want een beter tekstbegrip leidt uiteindelijk tot beter leren en een hogere leeropbrengst en dit gaan we straks terugzien in toets- en examenresultaten’, legt Dirande uit.

Motivatie docent belangrijk

‘Gaandeweg het leesproject ontdek je dingen. Zo kwamen we er bijvoorbeeld achter dat voor sommige leerlingen het boek dat ze lazen te moeilijk was. Een ander boek zoeken lukte niet altijd. We gaan komend jaar daarom veel meer kijken naar boeken die beter passen wanneer we merken dat een leerling vastloopt in een boek. Daarnaast zijn nog niet alle collega’s even gemotiveerd. En is een docent niet gemotiveerd dan merk je dat meteen in de klas bij het lezen. De rol van de docent is dus heel belangrijk. Dat belang blijven we herhalen’, vertelt Van de Weerd.

Resultaten

En hoe staat het nu met de leerlingen op de school? Hebben zij geen enkele moeite meer met voorgeschotelde lectuur? Dat is niet het geval. Uit gesprekken die locatiedirecteur Mark Brijan voerde met Anneke Smits, lector onderwijsinnovatie bij Hogeschool Windesheim, werd duidelijk dat er veel tijd nodig is. ‘Het duurt gemiddeld vier tot vijf jaar voor je echt resultaten ziet en iedereen het volledig heeft omarmt’, zegt Brijan.

Doorzetten

Dirande van de Weerd vult aan: ‘Komende maanden staan in het teken van bijschaven. We moeten volhouden. Om het leuk te houden gaan we onder andere een voorleeswedstrijd voor docenten organiseren met onze leerlingen in de jury. Daarnaast komt het leesbureau naar onze school. Zij komen ons helpen en daarnaast bewust maken welke boeken er allemaal zijn en wat we de leerlingen aan kunnen raden. De docent speelt een cruciale rol in het geheel, we hebben hierin een voorbeeldrol. We investeren bovendien in de laatste en nieuwste boeken voor jongeren. Ook komt in elk lokaal een boekenkastje te hangen waar boeken in staan. Deze kunnen de leerlingen lenen op het moment dat een boek uit is of vergeten. Zo voorkomen we wandelen door de school tijdens het leesuur als leerlingen een boek vergeten zijn. Nu staan er alleen boeken in het lokaal van Nederlands.’

Resultaten

Het uiteindelijke doel om de woordenschat te verbeteren begint langzaamaan een klein positief resultaat te krijgen als de school kijkt naar de citotoetsen. Van de Weerd besluit: ‘Zo zien we nu al dat de woordenschat in het schooljaar dat we zijn gaan lezen is verbeterd. Het landelijk niveau is daarnaast slechter geworden, maar wij dus beter. Ook leerlingen die nooit een boek lazen, zijn dat nu wel gaan doen. En natuurlijk blijven er leerlingen die het echt niet leuk gaan vinden. We zien dat het invoeren van het lezen bij de eerste klassen het makkelijkste is gegaan. Zij weten niet beter. Het hoort er vanaf het begin dat ze hier zijn bij. Komend schooljaar is het dan weer een beetje makkelijker, dan weten de eerste en de tweede klassen niet beter. We zijn een mooie weg ingeslagen en gaan dit volhouden.’


Nieuws

menu