Lia, die haar familie verloor in de oorlog, vertelt op basisscholen op Urk haar verhaal

Han en Lia Meijeren-Swalef. Foto Cees Walinga

Dronten/Urk – Het is Dodenherdenking. De vlag hangt halfstok bij Han en Lia Meijeren-Swalef in Dronten. Aan wie denk je, is nogal eens een vraag die gesteld wordt op deze dag. Lia Swalef verloor 24 familieleden. Samen met haar moeder overleefde ze de oorlog in Amsterdam.

Nog geen twee weken eerder vertelde Lia op drie basisscholen op Urk over hoe ze haar familie verloor in de oorlog en overleefde met haar moeder. Op de Cornelis Zeemanschool, Wilhelminaschool en Beatrixschool hoorden de leerlingen uit groep 7/8 haar ademloos aan. Lia Swalef wilde haar verhaal kwijt op Urk na de verschrikkelijke beelden van vorig jaar toen jongeren in naziuniform op Urk een jood onder schot hielden en daarmee heel Nederland schokten.

‘Dat beeld van een nazi die een jood in zijn macht houdt, moest symbool staan voor het coronabeleid van de overheid. Ik was daar zo van geschrokken. Dat kon gewoon niet. Hoe kunnen jongeren zoiets doen. Dat doe je alleen als je niet weet wat je doet? Ik heb daarop contact gezocht met de gemeente Urk. Het heeft even geduurd, maar dankzij jongerenwerker Frans de Vries van Caritas Urk kon ik mijn verhaal nu doen op drie scholen.’

Naziuniform

‘De onderwijzers zijn hier eerst geweest om mijn verhaal te horen. De leerlingen zijn daarop ook in de lessen voorbereid op mijn komst. Het was indrukwekkend om op Urk te zijn. Ik wilde duidelijk maken dat mensen voordat ze iets doen zich zouden moeten verdiepen in zaken. Zo’n naziuniform trek je niet zomaar aan. Daarmee kwets je mensen, het is zo confronterend.’

Prikkeldraad

‘De kinderen waren geroerd door mijn verhaal. Een leerling vertelde dat hij in Auschwitz was geweest en ze kenden ook Anne Frank, waar ik over vertelde. Anne Frank zat opgesloten in haar eigen huis. Ik zat als klein meisje opgesloten in de buurt, die afgezet was met prikkeldraad, zonder mijn vader en broers en zussen, die weggehaald waren. Op Urk is het familieleven belangrijk. Je moet je voorstellen dat iedereen zomaar weggehaald en vermoord zou kunnen worden omdat ze Jood, Urker of Fries zijn!’

Lia hoopt nog naar meer scholen op Urk te kunnen om over het lot van haar familie en de Joden te vertellen. ‘Het is belangrijk dat de kinderen dit verhaal meekrijgen in hun leven. En als je het hoort van iemand die het allemaal meedraagt en meegemaakt heeft, dan maakt dat indruk. Dat heb ik gemerkt. De kinderen hingen aan mijn lippen en vroegen honderduit.’

Razzia

De pijn van de oorlog draagt Lia 365 dagen van het jaar mee. ‘Mijn vader Michel werd al bij de eerste razzia weggevoerd. Wij woonden in de Joodse buurt bij het Waterlooplein.’ Ze woonde er samen met twee broers en een zus. Ook die zijn weggehaald en nooit teruggekomen. ‘Mijn moeder die zich uitgaf als niet-Jodin heeft er nooit over verteld’, zegt de 82-jarige.

‘Ik heb geluk gehad. Op het namenmonument in Amsterdam telde ik 24 familieleden van mij die de Holocaust niet overleefd hebben. De oorlog, maar zeker ook de tijd erna, was verschrikkelijk. We hadden het arm en natuurlijk honger. We leefden in lompen en de buurt was zeer verpauperd. Je wilt die geschiedenis verstoppen, de pijn niet voelen, maar ik ben toch naar het monument gegaan.’

Oorlogstrauma

Waar haar broers en zus omgekomen zijn, weet ze niet en haar vader is op een transport omgekomen, maar waar zijn laatste rustplaats is, weet ze ook niet. ‘Mijn moeder die een oorlogstrauma had, heeft er nooit over gesproken. Ik heb daardoor een verschrikkelijke jeugd gehad. Pas toen ik op mijn dertiende bij een Joodse architectenfamilie in Amsterdam werd opgenomen, begon ze te leven. ‘Ik zat op de huishoudschool. Ze vroegen bij de architect een meisje en toen kozen ze mij. Dat is mijn geluk geweest.’

Ze leerde daar meer over het leven. ‘Er is meer dan alleen het Jodendom’, laat Lia weten dat ze niet praktiserend jood is. Het architectengezin was ook niet actief jood, zodat ze niet in de Joodse traditie is opgevoed. ‘Ik wil ook niet in vaste patronen en dogma’s denken. Ik heb een aversie tegen groepen die zich afscheiden van anderen.’ Na haar huwelijk met de van huis uit rooms-katholieke Han Meijeren ging ze studeren en werd maatschappelijk actief. Ze was werkzaam voor Vluchtelingenwerk en Amnesty International.

Hoop

Waar onrecht de kop opsteekt, steekt Lia haar nek uit en klimt ze in de pen. ‘Ik moest iets doen met het negatieve nieuws dat van Urk kwam. Het raakte me zo diep. Ik voelde daar ook wel schaamte, hoor. Je mag niet generaliseren en iedereen over een kam scheren. Over Urkers zijn ook vooroordelen. De kinderen in de klassen waar ik sprak, waren ontroerend betrokken bij mijn levensverhaal en het lot van de Joden. Het geeft me hoop en inspiratie om nog meer scholen op Urk te bezoeken’, besluit ze.

Cees Walinga

Nieuws

menu