Technische man Leen Boer (66) neemt na 45 jaar afscheid van Dr. Jansenziekenhuis

Leen Boer. Foto: Jeffrey Korte Media

Als technische man van het Dr. Jansenziekenhuis maakte hij verschrikkelijk veel mee. Niet zo gek, want Leen Boer (66) uit Emmeloord begon daar in 1977 en ging er nooit meer weg. Ook al veranderde het ziekenhuis regelmatig door fusies, geldproblemen en overnames. ‘Het was nooit saai’, zegt hij met een glimlach een paar dagen vóór zijn pensioen.

Het ziekenhuisgebouw aan de Urkerweg, dat in 1964 in gebruik werd genomen, was al die 45 jaar een belangrijk onderdeel van zijn leven. ‘Ik heb er mijn vrouw zelfs ontmoet. Zij werkte op de linnenkamer en is ook sinds kort vertrokken vanwege haar pensioen.’

Dus ja, hij kent het huidige Dr. Jansencentrum als zijn broekzak. En hij is er gek op. ‘Het is een groot en degelijk gebouw. Met het cascodeel is niks mis hoor, dat staat als een huis. Ook na al die jaren nog.’

Nooit een dikke portemonnee

Zorgenkindjes waren meestal de cv- en warmwaterleidingen. En het aller moeilijkste onderdeel van zijn werk was toch wel geld. ‘Dat was altijd een probleem. Ik denk dat de afgelopen vijftien jaar elk overleg dat we hadden wel over geld ging, want in een ziekenhuis heb je nooit een dikke portemonnee. Dus we moesten het gebouw soms met kunst- en vliegwerk in de benen houden.’

Geeft niks, Leen heeft het altijd met liefde gedaan. Als techneut houdt hij van zijn werk, ook al is de inhoud van zijn functie in de loop van zijn carrière vaak veranderd. ‘Het ketelhuis is toch echt mijn favoriete plek hier. Het is het hart van het gebouw met prachtige techniek en grote apparaten. Ik kan daar wel van genieten, ja.’

Medische techniek

Toen hij begon in augustus 1977, kwam de Emmeloorder in een team terecht van vier techneuten, die samen ook de storingsdienst verzorgden. Leen had dus eens in de zoveel tijd een week lang altijd oproepbaar.

Het Dr. Jansenziekenhuis was toen een volwaardig hospitaal, Leen richtte zich eerst op het algemeen technisch onderhoud van het gebouw. ‘Later hielp ik bij het opbouwen van medisch technische apparatuur, zoals couveuses, beademings- en hartbewakingsapparatuur.’ Meer en meer werd hij ingezet op de medische apparaten. ‘Ik verzorgde ook het onderhoud ervan, in samenwerking met de fabrikanten.’

Van alle gemakken voorzien

Het Emmeloordse ziekenhuis was in zijn beginjaren klein, maar van alle gemakken voorzien. ‘Misschien hadden we toen een stuk of veertig medische apparaten, nu zijn dat er in een doorsnee ziekenhuis honderden. Ik weet nog dat er een keer drie patiënten tegelijk aan de beademing moesten op de Intensive Care, dat was echt heel uitzonderlijk voor zo’n klein ziekenhuis.’

Maar wat genoot hij van zijn werk. ‘Je komt als technicus op alle afdelingen. Van keuken tot operatiekamer, van kinderafdeling tot röntgen. Het was heel afwisselend, ook door het contact met het zorgpersoneel en de patiënten. Dat heb ik altijd fijn gevonden, in een ziekenhuis gaat het altijd ergens om.’

Ziekenhuiscrisis

In 2000 begon het te rommelen. ‘Er waren te weinig kinderartsen die hier wilden werken, de keizersneden konden dus niet meer hier plaatsvinden. Toen begon het verval. Voor mijn gevoel ging er daarna elk jaar een afdeling dicht.’

De onrust onder het personeel maakte het soms niet makkelijk om naar zijn werk te gaan. Maar de fusie met het ziekenhuis in Lelystad betekende voor hem opeens een nieuwe uitdaging. ‘Ik moest nu ook daar werken en dat was een veel groter ziekenhuis dan ik gewend was met meer apparaten. Ik vond het leuk, een mooie tijd. Iedereen hier zei wel dat Lelystad Emmeloord had leeggeroofd, maar zo zwart-wit was het in mijn ogen niet hoor.’

Te koop gezet

De geldproblemen bleven na de fusie, het Emmeloordse ziekenhuis werd te koop gezet en zorgondernemer Loek kwam ten tonele maar ging failliet. Dat leverde voor Leen een tragisch dieptepunt op. ‘Het zorgpersoneel was al weg, maar wij moesten op een dag alle apparatuur uit het Dr. Jansenziekenhuis verzamelen op de binnenplaats voor een veiling. De MRI en Röntgenkamer werden overgenomen door het Antonius Ziekenhuis in Sneek. Dat was wel een emotioneel moment.’

Einde van een tijdperk

Sinds een paar jaar is de gemeente Noordoostpolder nu eigenaar van het gebouw en dus ook Leens werkgever. Van het ziekenhuis is nog maar weinig over, al huurt het Antonius Ziekenhuis uit Sneek nog wel een deel. De rest wordt verhuurd aan onder meer Zorggroep Oude en Nieuwe Land en bedrijven. Als straks het Zorgplein aan de Urkerweg klaar is, zal het gebouw compleet verdwijnen.

Leen: ‘Het voldoet ook niet meer aan de eisen van deze tijd, de gangen zijn te smal, de isolatie is niet meer goed. Maar ik vind het wel jammer. Ze gaan op deze grond woningen bouwen. Het einde van een tijdperk.’

Toch kwam het gebouw de laatste tijd nog goed van pas met de covid-afdeling, priklocatie van de GGD en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Je zou kunnen zeggen dat het nog wat laatste stuiptrekkingen heeft. ‘Ja’, zegt Leen. ‘Maar de sloop is onvermijdelijk. Het zij zo.’

Na zijn pensioen gaat Leen zich vooral richten op de reparatie van computers, kerkenwerk, vluchtelingenwerk en leuke dingen doen met zijn vrouw. ‘Ik ga me niet vervelen hoor, heb nog genoeg om handen.’

Nieuws

menu