Vogelringstation Kuinderbos ringt steeds minder vogels; trekken bosvogels naar de tuinen?

Niko Groen, ringer van het ringstation Kuinderbos, bij de gevangen goudvink. Foto Cees Walinga

Kuinderbos - De roep van de grote bonte specht klinkt in de vroege ochtend van dinsdag 9 augustus door het in mist gehulde Kuinderbos.

Niko Groen uit Emmeloord wijst op de enthousiaste klanken van de bosvogel. Hij is samen met Hans uit Bant en Veroni uit Emmeloord al voor het ochtendkrieken in het bos aanwezig om vogels te vangen. Nog voor de zon opgaat wordt in zes opstellingen met over een lengte van 146 meter aan mistnetten uitgezet langs paden in het bos. De netten steken 2,5 meter hoog.

Groen demonstreert hoe de vogels in de netten vliegen en dan meteen in het net komen te hangen. Ieder half uur inspecteren de vogelvangers de netten om te kijken of er vangst is. ‘Ze mogen natuurlijk niet te lang in de netten hangen’, verklaart Groen deze omloopsnelheid. Hans en Veroni komen net terug bij de mobiele wagen waar de gegevens van de gevangen vogels verwerkt worden. ‘Niks’, geven ze aan dat dit omloopje geen vangst opgeleverd heeft.

Vogelringstation

De keet is het lokale vogelringstation van het Kuinderbos dat alle vangstgegevens verwerkt en opstuurt naar het Vogeltrekstation in Wageningen. De vogelvangers maken deel uit van het vogelringstation Kuinderbos (VRS Kuinderbos) de werkgroep vogelvangers van Staatsbosbeheer en bestaat in totaal uit zes mensen. Gepensioneerd bioloog Niko Groen heeft, samen met nog twee ringvergunninghouders van deze zes, een ringvergunning. Er is altijd tenminste een vergunninghouder aanwezig om de gevangen vogels van een ringetje te voorzien.

Het is op deze dag de laatste ochtend van in totaal twaalf, zes uur durende, sessies deze zomer voor de werkgroep, die meewerkt aan het zogenaamde CES-project van het Vogeltrekstation Wageningen. ‘CES staat voor Constant Effort Site’, legt Groen uit. ‘Steeds op dezelfde plek vangen, met dezelfde lengte aan netten, een half uur voor zonsopkomst worden de netten open gezet en zes uur daarna weer gesloten. Onze eerste vangdag was op 13 april. Voor het onderzoek moest er iedere tien dagen een vangdag zijn. Vandaag ronden we dit project af.’

Het Kuinderbos heeft sinds 2015 een eigen Vogelringstation. ‘Bioloog Gerard Boere uit het Gelderse Gorssel was de aanjager’, vertelt Groen. ‘Ik kende hem van steltloperprojecten en hij wilde in samenspraak met het Vogeltrekstation een ringstation in het Kuinderbos opzetten. Boswachter Harco Bergman was meteen enthousiast en faciliteerde de opzet van het vogelringstation.’

Goudvink

‘Ik had echter weinig ervaring met kleine bosvogels. De eerste twee jaar heeft Gerard mee gevangen en kon ik me specialiseren in de ‘kleine’ vogels. Zo is het ringstation hier gekomen en inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig ringstation met zes enthousiaste en kundige vogelaars.’ Hans kijkt op zijn horloge en geeft aan dat het weer tijd is om een rondje langs de netten te maken. Al bij het eerste net vallen we met de neus in de boter. Er hangt niet alleen een zwartkop op z’n kop in het net, maar ook een prachtige goudvink.

Met uiterste voorzichtigheid maakt Groen de goudvink los uit het net. ‘Het is een mannetje’, spreekt de kenner. Hij stopt het vogeltje in een soort van knikkerzakje, zoals Veroni dat doet met de zwartkop die ze behoedzaam bevrijdde. In de andere netten zitten geen vogels, met de buit uit het eerste net gaan we naar het ringstation.

Ring

Groen haalt de goudvink uit het zakje en brengt als eerste een ring aan. Daarna meet hij de vleugelpennen. De lengte geeft hij door aan Veroni die de gegevens op een formulier van het Vogeltrekstation invult. Het gewicht wordt vastgesteld door het vogeltje in een kokertje op een weegschaal te plaatsen. Verder kijkt Groen of de vogels geen teken hebben, hoe de algemene conditie is of ze vet zijn, wat overigens vooral belangrijk is in het vogeltrekseizoen.

Hij bepaalt verder de leeftijd, soort en geslacht. Waar op sommige stations ook bloedmonsters genomen worden om te kijken of er griep of een andere zoönose is, gebeurt dat vandaag niet in het Kuinderbos. Als ook gekeken is naar de vleugel- en lichaamsrui volgt nog een korte fotoshoot en laat Groen de goudvink weer vliegen.

Vervolgens herhaalt het proces zich bij de zwartkop. ‘Kijk dit is een jonkie (juveniel). Zijn kop is nog niet helemaal zwart’, doceert Groen. De vogelvangers stellen vast dat ze in de zeven jaar dat ze het werk nu doen, ze een afname van het aantal gevangen vogels zien.

Afname

Waar dat aan ligt durft Groen niet met zekerheid te stellen. Wel speelt mee dat het Kuinderbos met het aanbrengen van struweelranden ook erg inzet op het aantrekken van vlinders. ‘Dat zou kunnen verklaren dat we minder vogels vangen, maar dat is maar een gissen. Het is algemeen bekend dat er minder insecten zijn, minder vlinders en dus nu ook minder vogels. Het valt ook wel op dat we dit jaar weinig mezen vangen. Het wordt stiller in het bos.’

‘Toen we begonnen, vingen we heel veel zwarte mezen in de winter, een typische bosvogel. Boomklevers en boomkruipers zagen en vingen we ook , maar zien we nauwelijks nog. De grote bonte specht die we vanochtend hoorden zie je nog maar mondjesmaat en zelfs de vlaamse gaai wordt minder, is onze ervaring.’

Tuinen

Maar het kan ook zijn dat de bosvogels zich meer verplaatsen naar de tuinen, filosoferen de vogelvangers. ‘Daar worden ze massaal gevoerd. Vogels zijn ook slim, een trek naar de tuin zou er zomaar kunnen zijn.’ Bij de volgende ronde langs de netten hangt een oude merel in de netten. Groen ziet dat meteen aan de oranje kleur van de snavel. Het is een terugvangst net als de jonge roodborst, die in zijn jonge leven al voor de tweede keer gevangen wordt. De VRS kuinderbos ringde het vogeltje dat nog rood moet worden op zijn borst al eerder, leest Veroni terug.

Boven de werktafel in de keet hangt een foto van een blauwstaart. De bijzondere vogel werd vorig jaar gevangen. ‘Die komen hier nauwelijks voor, een bijzondere vangst’, stelt Groen. Ook de wielewalen die twee jaar geleden gevangen werden, horen bij de bijzondere vangsten. Hoewel ze dit jaar niet in de netten kwamen, hoorde Veroni de vogel wel in het bos.

Het zogenaamde CES-project van het Vogeltrekstation Wageningen is nu afgesloten. In de herfst worden de netten weer opgezet als de vogeltrek gaande is. ‘Dat is de mooiste tijd’, vindt Groen. Als VRS verheugen wij ons op de komst van de noordelijke trekvogels op hun weg naar het zuiden.

Cees Walinga

Nieuws

menu